Denken en doen
1992-09-11
Het is opmerkelijk hoe in de Schrift en in het bijzonder door de apostel Paulus telkens een direkt verband gelegd wordt tussen ons denken en ons gedrag, tussen kennis en praktijk, tussen leer en leven. Het één is ondenkbaar én onbestaanbaar zonder het ander. Wij moeten deze bijbelse benadering ons beslist eigen maken, want anders raken wij als kerk en als gelovige in deze wereld subiet uit de koers. De profeet Hosea moest al waarschuwen: "Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis".- Jaargang 36
- nummer 19
In Efeze 4 treft ons voortdurend die tweeëenheid van denken en doen. Zowel positief als negatief. Door de leegte van hun denken gaan de heidenen te gronde; door de nieuwe geest van hun denken worden de christenen verjongd.
Besmettelijke levensstijl
Om de jonge christenen te wapenen tegen de besmettelijke levensstijl van het heidendom, wijst de apostel hen op het grote belang van een gezond, christelijk denken. De eerste stap in zijn betoog is een vlijmscherpe analyse van de heidense, Romeins-Griekse samenleving. Paulus neemt bepaald geen blad voor de mond. Hun verstand is verduisterd, hun hart is verhard, ze zijn van het leven van God vervreemd, ze zijn afgestompt, ze laten zich volledig gaan in puur egoïsme en smeerlapperij. Mijn eerste reactie: is dit niet wat overdreven. Was het echt zo erg? En als dat waar is, dan komt het "gij geheel anders" van vs. 20 wat potsierlijk over. En op hoeveel 'heidenen' en ongelovigen is met dit vergelijkingsmateriaal het 'geheel anders' niet evenzeer van toepassing zonder dat zij Christus kennen?! Schiet de apostel met zijn inktzwarte typering van het heidendom zijn doel niet voorbij?
Toch, bij nader inzien kwam ik onder de indruk van Paulus' analyse. Nee, uiteraard bedoelt Paulus niet dat elke niet-christen feitelijk leeft als een beest. Er zijn heidenen met een hoogstaande moraal en een verheven levensstijl. Zij tonen dat het werk der wet in hun harten geschreven is (Rom. 2:15). Maar Paulus laat hier het eindstation zien waar een samenleving zonder de levende God uiteindelijk terechtkomt. Hoe goed een mens ook.
individueel mag leven - zonder de levende God te kennen en te dienen bevindt hij zich op het spoor richting verderf.
Overigens was op veel plaatsen dat eindstation praktisch al bereikt. De Grieks-Romeinse cultuur liep op zijn einde en dat was heel letterlijk het verderf dat Paulus hier en ook in Rom. 1 tekent. (Het einde overigens van elke cultuur zonder God!) Walgelijke rijkdom naast schrijnende armoe, wreedheid en sensatie in de arena's, corruptie in de politiek, vermenging van godsdienst en (perverse) sex. Paulus moet de christenen waarschuwen om zich radikaal van deze levensstijl te distantiëren.
Hij MOET waarschuwen omdat de levensstijl van een samenleving die vrijwel zijn eindstation heeft bereikt, bijzonder besmettelijk is. Besmettelijk vanwege het onafgebroken appèl op de zinnen. De permanente oproep om de lusten te bevredigen. Om schaamteloos te genieten.
Zeepbel
De messcherpe analyse van de apostel is: de bonte, opdringerige, spetterende, agressieve BUITENKANT van deze levensstijl is omgekeerd evenredig met de loze BINNENKANT. Deze heidenen wandelen immers in de "ijdelheid van hun denken". Hun denken en dat is hun mentaliteit, hun levensvisie, hun verstand en hun hart (vs. 18) is helemaal gericht op het... NIETS! Zo bont van buiten, zo leeg van binnen. Het ijdele, het niets, zo worden in de Schrift de afgoden genoemd. 'Nietsen'.
Geld, macht, wetenschap, een mooi lichaam, ze beloven zo veel. Maar wie het daarin zoekt, het daarvan verwacht komt uit in de gierende leegte, de walging, de desillusie. Het is een denken waarin je al meer gevangen raakt.
Er treedt een proces op van verstandsverduistering, verharding en verdoving (vs. 18v.). De enige uitweg is nog meer prikkels, nog meer consumptie, nog meer genot (vs. 19). Een vicieuze cirkel. Want een leven dat van de levende God vervreemd is en zo de werkelijke vervulling mist, blijft naar bevrediging snakken. Elke surrogaatbevrediging wakkert de begeerte aan.
Zo'n samenleving vertoont het beeld van een zeepbel: hoe bonter en indrukwekkender van buiten, des te leger van binnen. De geestelijke en morele hypotheek op de toekomst groeit ongeremd door. Als die buitenkant wordt doorgeprikt, blijft er dan ook niets over. "En zijn val was groot."
Onze wereld
De overeenkomst van het heidendom in de visie van de apostel met onze westerse samenleving is frappant en huiveringwekkend. Op de televisie, in de tijdschriften, de reclame, de videoclips - één massaal bombardement op onze zintuigen. Een aanhoudende prikkel tot schaamteloos genieten, hetzij verfijnd, hetzij grof en banaal. "Je bent jong en je wilt wat." Dat woord van Paulus "gretig winst slaan uit allerlei onreinheid": een rake typering van veel STER-reclames en van commerciële zenders. Van buiten flitsend, aantrekkelijk, veelbelovend, van binnen afschuwelijk leeg. Nep. Ongebreideld produceren en consumeren. Behoeften kweken en bevredigen. Een economie van het 'nooit genoeg'. Dat is toch onze samenleving!
De apostel heeft die al raak beschreven. Maar dan naderen ook wij het eindstation. De stank van het verderf ruiken we toch al? Ons leefmilieu raakt in meer dan één opzicht vervuild. Gedurende mijn jaar als legerpredikant ben ik erg geschrokken toen ik ontdekte hoeveel jonge levens al door het verderf en de 'begeerten der misleiding' aangetast waren. Hoe 'leeg' het denken was van velen die de maatschappij van morgen moeten vormen. Ontwikkelde jongens met een prachtige carrière in het verschiet. Gecultiveerd. Maar zo 'leeg' in hun denken. Zo gefixeerd op de 'kick' van het snelle leven, van het schaamteloos genieten.
Of compleet afgezakte types bij wie je tijdens het gesprek tot de afschuwelijke conclusie kwam dat zij op niets meer aan te spreken waren, je keek als het ware in een lege huls. Wat lekker is, is goed, wat moeilijk is, is slecht. Meer nie't. Geen waarden, geen idealen. Leeg.
Wapenen
In deze samenleving leven wij en groeien onze kinderen op. Onder dat massale bombardement op onze zintuigen.
Als we ons en onze kinderen daartegen niet wapenen, worden we onweerstaanbaar meegezogen.
Tot zijn grote zorg ziet de apostel de christenen flirten met deze levensstijl.
Bewust of onbewust eten zij van twee walletjes: in God geloven denken zij te kunnen combineren met die heidense levensstijl. Paulus weet dat dit niet kan. Hij weet ook dat met die heidense levensstijl dat ijdele denken meekomt, waardoor een mens langzaam maar zeker van het leven van God vervreemdt. De route is ook vice versa. Ook van doen naar denken. Het proces van verduistering, vervreemding, verharding en verdoving komt weer op gang. Wie de oude mens met zijn praktijken weer aantrekt, gaat met die oude mens verloren, omdat die oude mens door de misleiding, ja, door de Misleider onweerstaanbaar bij de levende God vandaan en naar het verderf toe getrokken wordt. Met zijn woord van vs. 20 "Gij geheel anders; gij hebt Christus leren kennen" schudt hij de langzaam induttende christenen 'wakker. Hun slaap zou dodelijk zijn. Letterlijk zegt de apostel: "maar z6 hebben jullie Christus niet geleerd". En ik denk dat Paulus dat zo bedoelt: Christus is niet alleen gekomen als Heer en Verlosser voor jullie binnenkant, jullie innerlijk geloofsleven - zo hebben jullie hem toch niet leren kennen! - nee, Hij is als Heer en Verlosser gekomen voor het totale leven, voor binnenkant én buitenkant.
Ook voor jullie levensstijl. Die twee zijn in Zijn reddingswerk één en dáárom ook niet te scheiden.
Christus leren
En dan is het opmerkelijk hoe Paulus de christen sterk wil maken en wil wapenen door kennis, door het 'Ieren' van Christus. Het lege denken is de drijfkracht achter het heidense leven. Het nieuwe denken moet de drijfkracht achterhet christelijke leven zijn. Daardoor kan en moet de heidense levensstijl getrotseerd worden. Een denken dat vernieuwd wordt, dat 'geest' dat wil zeggen: 'kracht' krijgt, wanneer het zich oriënteert op en vervuld wordt door Christus. Hier staat 'geest' tegenover 'ijdel'.
Persoonlijk kennen
Die 'kennis' heeft duidelijk twee kanten. In de eerste plaats zegt Paulus: "jullie hebben Hem gehoord". Dit betekent persoonlijke, existentiële kennis van Christus. Wij hebben in het Evangelie dat ons verteld is, meer gehoord dan een verhaal, een leer, we hebben de stem van de Goede Herder gehoord. We hebben met een niet te beredeneren zekerheid geweten: Hij is het!, Hij heeft woorden van eeuwig leven, Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.
Hem persoonlijk kennen. Het wonder van de Heilige Geest die de vonk kan laten overspringen in het meest verharde hart. "Ontwaak, gij die slaapt en sta op 'uit de doden."
De feiten weten
Vervolgens zegt Paulus: in Hem zijn jullie onderwezen. De kennis vari Christus heeft naast een existentiële kant ook een 'weet'-kant. Paulus spreekt van de 'waarheid in Jezus'.
Niet toevallig noemt de apostel de Here hier enkel met zijn menselijke naam. De Christelijke leer is niet een hoogdravende filosofie die de gewone man ver boven de pet gaat. Nee, dit onderwijs, deze studie is weggelegd en een 'must' voor elke christen. Want het gaat om de waarheid in Jezus. Het gaat om de wapenfeiten van onze Here. Om wat Hij in ruimte en tijd hier op aarde gedaan heeft. Zijn kruisdood, Zijn opstanding, Zijn hemelvaart. Wéten wat de feiten zijn, wéten wat die feiten betékenen. In de verzen 22 en 24 laat Paulus feit en betekenis vrijwel samenvallen.
Want voor wie bij Christus hoort door doop, geloof en wedergeboorte, is de waarheid van Jezus zijn of haar persoonliike waarheid geworden.
De Christen moet wéten dat op Golgotha Jezus heeft afgerekend met de 'oude mens'. Die oude manier van leven, hopeloos vastgeketend aan de begeerten der misleiding, reddeloos op weg naar het verderf, heeft de Here met zijn dood gedood. De Christen moet wéten dat deze waarheid nu ook zijn waarheid is geworden.
Door doop, geloof en wedergeboorte hééft hij de oude mens afgelegd. Vergelijk het met een dwangbuis waaraan een ketting zit. Jezus heeft alle riemen losgemaakt. We kunnen die dwangbuis van ons afschudden.Dat moeten we wéten om het vervolgens ook te dóen!
En tegelijk moet de Christen wéten dat Jezus in de opstanding de 'Nieuwe" Mens' aan het licht heeft gebracht. Een nieuwe schepping van God. Het verloren gegane 'beeld van God' méér dan hersteld. De Christen moet wéten dat deze waarheid nu ook zijn waarheid is geworden. Door doop, geloof en wedergeboorte hééft hij de nieuwe mens aangedaan. Gloednieuwe kleren. Door Jezus beschikbaar gesteld. We kunnen op een nieuwe manier gaan leven. Dat moeten we wéten om het vervolgens ook te doen! Wat is deze kennis belangrijk.
Wéét wie je bent in Jezus Christus.
Wéés dan ook wie je bent in Hem.
Alleen zo ontkomen wij aan het verderf dat door de begeerte in de wereld heerst.
Door echt vernieuwd te worden door de geest van ons denken.
Denken en doen!