De Neen-ervaring
1992-09-11
Waarom kan ik mijn fantastische buurman niet tot Jezus brengen? Doe ik het dan verkeerd? Hoe zouden Petrus en Paulus dat hebben aangepakt? Die zijn de wereld over gestormd en overal lagen de bekeerlingen aan hun voeten.- Jaargang 36
- nummer 19
De pastoor in Astor Berhofs 'Dagboek van een missionaris' stelt mijn vragen en lijdt mijn pijn. Hij kan de lui in India, van wie hij zo zielsveel houdt, niet tot Christus brengen. En hij tobt er over dat hij het blijkbaar verkeerd doet. En die buren van me zijn prachtmensen. Werkelijk! Altijd staan ze klaar, voor allen en een iegelijk. Moet ik naar ze toe gaan en zeggen: "Hoort het Woord des Heren "? Maar ze kennen het! Ik weet zeker dat ze naar m'n radio- en TV-praatjes hebben geluisterd en gekeken. Ze reageerden alleen maar een beetje vergoelijkend. In de geest van 'Toch (!) ben je een aardige vent'.Wat moet ik? Moet ik zé dreigen met de hel? Maar ze zijn vàn huis uit RKK.
Alle kans dat ze doodgegooid zijn met de eeuwige straf.
En nu dat ziekenhuisbezoek, Ligt me de buurman op zijn ouwe dag ineens met een kokkerd van een tumor in zijn buik. Wat moet dat worden? Is het ding operabel? Of wordt het afscheid nemen?
Je zou zeggen: “Domlnee, dat is je kans". Maar louw loene! Ik zeg: "Luister eens, buurman. Dat je van huis uit RKK bent kan me niks schelen. Als je er behoefte aan hebt, pak ik mijn Bijbeltje en ik lees je een stukje troost voor van de Heer Jezus en we bidden samen. Denk er eens over na." Dat zei ik. Bijna had ik er aan toegevoegd: "En zo niet, even goeie, vrienden".
Maar dat kon ik niet meken. Dus werd het meer overeenkomstig de werkelijkheid: "En zo neen, dan is dat jammer".
Maar direct was 'mijn probleem er weer. Zijn we geen goeie vrienden meer als hij neen zegt? Moet ik me dan terugtrekken en geen gezellige praatjes meer houden over de dingetjes van de gemeenschappelijke ouwe dag? En warempel, hij ·tei NEEN. Heel netjes, maar duidelijk: :,We hebben besloten ... dat is niks voor ons!" Wat moet ik nu? Hem nog dichter op de huid zitten met het evangelie? Terwijl hij de handen vol heeft 'aan zijn tumor?
Eerlijk, ik mag dan vakman zijn, maar ik weet het niet. De Neen-ervaring! Ik begrijp niet dat ik daar' zo weinig over hoor. ' Ik zie ze voor de TV soms in rijtjes opdraven, de mensen die de Heer gevonden hebben en nu zo gelukkig zijn. Nou ik ben blij voor die mensen. Ook voor hun coaches. Ze schrijven soms fijnzinnige en geestelijke boekjes over de benadering van de nietchristen. Maar soms zijn er bij als het recept van mijn grootmoeder: Hoe bak ik een appeltaart? Ik val terug op de pijnlijke boodschap van de Schrift dat er slechts een overblijfseltje wordt gered. Zoals een herder uit de bek van de leeuw slechts een paar schenkels redt of een lapje van een oor, zegt Amos (3:12). Ik zou best TV-uitzendingen willen zien over Nee-ervaringen en de vraag hoe die te verwerken! Vooral voor ouders die dat zo pijnlijk meemaken bij hun fantastische kinderen. En neem nou de jongelui die op school soms met een kop vol liefde lopen tegen een muur van ongeloof.
Hoe moet dat nou als de buurman terugkomt als een stervend karkas? Afstand nemen? Met treurige hondenogen naar hem blijven kijken? God, geef me de ogen van de Vader uit de gelijkenis. Die was tenminste verziende. Maar hoe reageert de hemelse Vader als zijn verloren zoon nooit terugkomt? Blijft Hij zitten met eeuwige teleurstelling? Op dit punt van mijn overpeinzingen kniel ik voor de God die Paulus predikt. Ik bedoel de woorden, waaraan de Dordtse Leerregels trachten vorm te geven. De Here kent geen eeuwige frustratie. Die blijft ook ons bespaard, God zij dank. Maar vraag me niet of ik dat snappen kan. Het is me te hoog. Ik kan er niet bij.