Ethische vragen (2)

1992-09-11
  • Jaargang 36
  • nummer 19
7. Als we het echt niet weten
Ik zou nog enkele ingangen kunnen noemen om de wil van de Heer te leren kennen. Die van het geloof.
Vooral ook aan die van de gehoorzaamheid van het geloof. Ik zou haast zeggen: de gezondheid van het geloof.
Maar ik moet me beperken. Ik kom tot die levensvragen, waarin we het niet weten en met de handen in het haar zitten ten aanzien van de wil van God.
Ik wijd daaraan twee paragraafjes.

7.1. Ten aanzien van de vragen die samenhangen met en een gevolg zijn van de enorme vooruitgang van wetenschap en techniek zullen we hard moeten studeren. Steun aan de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte, I'Abri, de Stichting Christelijk Studiecentrum, is wezenlijk. De voorlichtende taak van christenwetenschappers en christen-politici is zwaar, maar onmisbaar. Samenwerking met niet-christenen evenzo. We ontmoeten integere niet-christenen die veel gaven hebben ontvangen, waarvan we dankbaar gebruik mogen maken.
We zijn dan co-belligerent (samen oorlogvoerend), niet geallieerd (ten diepste verbonden), zoals Schaeffer zei. Vincent Brümmer geeft in zijn boek 'Wat doen we als wij bidden', bI. 158 een voorbeeld van twee mensen die vanuit geheel verschillende visie samenwerken omdat ze beiden staan achter een gemeenschappelijke overtuiging. Deze: de hongerlijders uit het vluchtelingenkamp moeten geholpen worden. De één heet Barry, de ander Brandon.
Barry is Maoïst. Hij zegt: Door voedsel naar het kamp te rijden kom ik tegemoet aan de behoeften van de politiek verdrukte massa en daardoor bereid ik de boeren fysiek voor op de komende revolutionaire strijd in overeenstemming met de leer van Mao. Brandon zegt: Door voedsel naar het kamp te rijden, lenig ik een stukje nood van medemensen, die door de liefde Gods gezocht worden en realiseer ik een stukje van het koninkrijk Gods op aarde in overeenstemming met zijn wil. Hoewel de intenties van deze mannen geheel verschillen, werken ze samen en rijden dezelfde auto: cobelligerent, niet geallieerd. Op die manier moeten we samenwerken met veel wetenschappers, die andere visies hebben dan wij.
Op dit vlak van de ethiek is het mogelijk dat christenen komen tot tegenovergestelde standpunten.
Ter illustratie neem ik de promotie van huisarts, dr. D. Pranger, 15 mei j.1. op het proefschrift 'Het beëindigen van kunstmatige voeding bij aanhoudend vegeterende patiënten'. Denk aan de zaak Stinissen. Pranger is christen.
We kunnen gevoeglijk aannemen dat hij samenwerkte met veel niet-christenen, die warmliepen voor de zaak Stinissen. Kuitert was één van hen en hij was één van de paranimfen bij de promotie. De wetenschappelijke stelling van dr. Pranger is dat langdurig vegeterende pattenten (hij spreekt dan over langer dan 6 maanden) kunstmatig geremd worden in hun stervensproces. Het standpunt van de pro-life beweging is veelal dat kunstmatige voeding nooit mag worden gestopt. Pranger hoorde tot hen, maar is 180 graden gedraaid. Wat mij betreft: Ik sympathiseer sterk met de pro-lifers - zeker in de abortuskwesties - maar als Pranger gelijk krijgt, die zegt dat we hier te maken hebben met een stervensproces - sta ik aan zijn kant. Hij zegt: we mogen het sterven niet blokkeren: Als de Here zegt: "Ik wil je tot Mij nemen", wie is dan de arts, of verpleegkundige die zegt: "Nee, het mag van mij nog niet"?
Pranger is rechts-orthodox en tegenstander van euthanasie. We krijgen dus te maken met christenen die komen tot versehitlende standpunten. De eersten zeggen: dit lichaam is van de Heer, dus: handen af en blijven voeden.
De anderen: dit lichaam is van de Heer, dus handen af en laten sterven!
Het is dunkt mij dringend nodig om naar twee kanten te kijken: medische macht kan eigenmachtig leven bekorten, maar ook leven verlengen. Je kunt God voor de voeten lopen als Hij leven wil geven, maar ook als Hij het wil nemen. Op dit terrein past grote terughoudendheid en respect voor elkaars standpunt. Ik koos dit voorbeeld. Het zou uit te breiden zijn met meerdere op het gebied· van reanimatie en euthanasie.

7.2. Tenslotte rest in deze paragraaf het terrein van het brede mensenleven, waarin zo veel beslissingen moeten worden genomen ten aanzien van werk, geld, studie, levensrichting enz.
Vragen waar geen synode, kerkenraad of medechristen verantwoording nemen kunnen. We zullen inderdaad zelf moeten uitzoeken wat de Here behaagt. Vaak komen we dan op het grensterrein van wat we in de dogmatiek noemen: de wil van Gods bevel en en de wil van Gods besluit. Ik heb altijd veel moeite gehad met christenen die als, kleine magneetjes aan de onderkantvan het tafelblad hingen en probeerden door heen en weer schuiven te weten te komen waar de grote magneet boven op de tafel heen ging. Honderd maal vielen ze naar beneden. Ik doel op de opvatting dat God een plan voor ieders leven kant en klaar heeft liggen in de hemel, terwijl wij hier beneden geen andere opdracht hebben dan er achter te komen wat het bovenplan inhoudt. Ik heb een boek in mijn bezit gehad van een Amerikaan die vertelt hoe wonderbaar de Heer hem had geleid, via tekens, influisteringen, toevallige opmerkingen van derden, windvlagen, vreemde gevoelens van binnen ... Elk moment voelde hij contact met het hemelse plan en van teken tot teken ging hij steeds voort, geheel volgens de wil van de Heer, zoals hij zei. Als een onbemande satelliet in de ruimte, gaf hij zich gewonnen aan de leiding van een ver commandocentrum. Zo kunnen jongelui naar je toekomen met de vraag: hoe kom ik er achter wat God met me wil? Ik ben erg bang voor zo'n visie. Ze maakt zonen tot apparaten. De Heilige Geest ontaardt tot een soort hemelse electronica.
In antwoord daarop moeten we stellen dat de Here een terrein afbakent waarin wij zelf verantwoordelijkheid moeten nemen.
Om dat aan jongelui duidelijk te maken gebruik ik het voorbeeld van een vriend van me, die een belangrijke functie had bij een multinational. Hij zei: Ik heb een eigen bedrijfje binnen het concern. Ik zet al mijn energie en kracht in en verdien miljoenen, maar die zijn voor het"concern. Ik loop enorme risico's. Die zouden voor mij privé veel te zwaar zijn, maar ze zijn voor het concern. Alleen op die manier kan ik met plezier en volle inzet werken en naar beste weten beslissingen nemen, allemaal ten gunste van het concern. Toen die vriend me dat vertelde, dacht ik: Zo bedoelt Paulus het als hij in Romeinen 14:7 zegt: "Want niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf; want als wij leven, het is voor de Here en als wij sterven, het is voor de Here". Buskus heeft er terecht op gewezen dat hier de relatie naar twee kanten uitgebouwd wordt: naar de kant van het profijt: wij leven voor de Heer: alles wat we doen is voor Hem. Dan de kant van de risico's: als wij voor Hem leven zijn ook de risico's voor Hem. Als je dat beseft, durf je wat te ondernemen. Je staat in je vrijheid. En je neemt beslissingen en je presteert wat.
Velen van u zal het vergaan als mij. Ik heb bij de beslissingen die ik in mijn leven moest nemen, nooit een stem uit de hemel gezocht. Ik heb gedacht: dit en dat lijkt me het best en het meest verstandig. Dan deed ik dat. Het is meermalen gebeurd dat me duidelijk werd dat een beslissing niet de beste was geweest. Maar ook duidelijk werd dat de risico's waren opgevangen door de Heer. Als iemand zegt dat dit een wereldse visie is, antwoord ik: het is heel wat om te kunnen zeggen: Ik ben er helemaal voor de Heer. Alles wat ik meemaak en beleef en doe, het is allemaal voor de Heer. Dat is een duizelingwekkend gebeuren. Daar is de wedergeboorte weer. Dat zegt een mens niet zo maar. De vragen van straks komen terug: weten we ons gekocht en betaald en hebben we totaal dienst genomen bij en voor de Heer?
Nog één conclusie: als het hier gaat om een terrein waarop ieder van ons zelf moet beslissen, behoren wij elkaar op dit vlak vrij te' laten, zoals Paulus in Rom. 14 betoogt: "Wie zijn wij dat we de slaaf van een ander beoordelen? De Heer is in staat hem overeind te houden. Het gaat om Zijn belang. Aanvaardt elkaar zonder elkaars motieven te beoordelen ... Zo zal dan ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God".

8. Pastoraat over ontredderde zondaren
De Here God gaf normen voor goed en kwaad. Hij geeft aparte normen voor de bejegening van hen die door het kwade licht verrast, in zonde vielen, er ellendig aan toe zijn, en Hem blijven zoeken. (De jongens zeggen: de lui die weer eens op hun bèk gevallen zijn). Ik geef het voorbeeld van een man die zijn vrouw verstootte omdat de toestand onhoudbaar geworden was. Van een vrouw die haar man verliet, omdat het niet meer te harden was. Beide eenzamen hunkeren naar een tochtgenoot en gaan een nieuwe relatie aan, soms zelfs onder de ogen van de eerste partner en van de gehele gemeente.
Ze worden van het avondmaal geweerd. Maar blijven naar de kerk komen omdat ze zonder de Here niet kunnen. Als je ze vraagt hoe ze zelf vonden wat ze deden kunnen ze de tranen nauwelijks de baas. Naar het woord van de apostel Paulus in 1 Kor. 7 mag een vrouw die haar man verliet niet hertrouwen. Zo ook de man die zijn vrouw verstootte. Dat is een heilige en gezonde regel: denk er om dat jullie niet gaan leven als de konijntjes!! Zoals de Here Jezus heel streng zei: Zweert ganselijk niet. Dat was ook heilig en gezond.
Maar deze mensen voelen zich zondaren en juist daarom hunkeren ze naar Gods geleide op het nieuwe traject.
Kan een kerke raad dat geven? Deze problematiek behandelt dr. H.M. Mulder in zijn boekje 'Scheiden ... kán dat?' Ik volg de daarin getrokken lijn, waarbij ik de voorbeelden inkleur naar eigen ervaring. Het pastoraat over een dergelijke puinhoop laat zich niet beschrijven. leder weet hoeveel toewijding, zelfverloochening, geduld, wijsheid en tijd het vraagt. Behalve de naast betrokkenen, zijn familieleden, vrienden, een hele gemeente er bij. En ieder speelt zijn rol, heeft zijn standpunt, vertelt zijn verhaal, voelt zijn pijn, ontlaadt zijn of haar emoties. Dergelijke situaties zijn nesten vol satanische boobytraps.
Het vraagt heel wat om zonder aanzien des persoons of zonder aanzien des gemeentes de rechte wèg te gaan.
Is die rechte weg er dan? Ja, ik denk terug aan een opmerking van Holwerda die zegt dat het Israelitische recht zich kenmerkt door absolute strengheid en grote barmhartigheid.
Ik vind die beide terug in het pastoraat van de Here Jezus. Wie een vrouw aanziet om haar te begeren heeft reeds echtbreuk met haar gepleegd, dat is de strengheid. Wie een vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een ander trouwt, pleegt echtbreuk. Dat is Zijn strengheid.
En als wij zeggen: met die strengheid valt niet te leven, antwoordt Hij: Er zijn gesnedenen die zich gesneden hebben, terwille van het rijk Gods. Dat is strengheid opgevoerd tot het uiterste. En we moeten niet de moed hebben, daarvan iets af te doen. In preek en catechese moet de (jeugd van de) gemeente daarmee voortdurend worden geconfronteerd. Dat is de norm en wie die norm overtreedt is zondaar, schendt de relatie met God, de naaste en zichzelf. Dat is Gods strengheid.
Maar dezelfde Heer die deze norm zo streng stelt, zit urenlarig vol Heilandsliefde te worstelen met een Samaritaanse die al met haar vijfde man bezig is (en alleen HIJ weet hoeveel ellende dat heeft gebracht). En als tot Hem een vrouw gebracht wordt die op overspel betrapt was (ze was dus geen deerne, maar had een echtgenoot), dan ontkent Hij geen seconde dat ze des doods schuldig is. Desondanks zegt Hij tot haar: Ook ik veroordeel je niet. Ga heen en zondig van nu af niet meer.
En dat kan eigenlijk niet. Jezus mag niet zeggen: Ik veroordeel je niet. De wet is overduidelijk. Het staat er en dus!. .. Ze moet gestenigd worden. Of als dat niet mag van de Romeinen, dan moet ze minstens uit de synagoge gebannen worden. U kent de argumentatie en de kracht ervan: Het staat er, en dus...!
Jezus zegt: Ik veroordeel je ook niet. Dr. Mulder verwijst daarbij naar Joh. 3:17: "Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde".
Dat woord van de Heiland is adembenemend. Dat raakt me emotioneel tot diep in mijn ziel. Moet"u toch horen wat de Heer zegt: Hij is niet gekomen om te veroordelen, maar om te behouden.
Dit raakt mijzelf. Ik voel me net zo ontredderd als de discipelen, toen zij door de Heer geconfronteerd werden met de strengheid van de wet: Wie kan dan gered worden? vragen ze. Dan zegt de Heer: Bij mensen is dat ook onmogelijk. Maar het is mogelijk bij God! i Pas als begenadigd zondaar ben, kan ik verder met de zondaren uit de gemeente.
Dan volg ik Jezus' voorbeeld. Ik ben er niet om te oordelen, maar om tebehouden. Om de kar weer in het spoor te zetten. Om een nieuw begin mogelijk te maken via boete en berouw. Als mensen na er een puinhoop van gemaakt te hebben, weer verder willen met de Here, moeten we daar voluit achter staan, zonder de strengheid van het evangelie te loochenen. Er is geen andere weg dan die van gebrokenheid, boete, berouw. Maar recht maken wat krom is, kunnen wij niet.
Daar moeten we ook niet van wakker liggen. God doet dat, tenslotte: daar komt het op aan. Dr. Mulder schrijft: "In deze ontwrichte wereld kan de mens niet op tegen de macht van de zonde. Niet voor zichzelf maar ook niet voor de ander" (bI. 50). En dan springt hij over op Gal. 6:1vv.: "Broeders en zusters, als iemand toch een of andere misstap doet, dan moet u die door Gods Geest geleid wordt, hem weer op het rechte pad brengen in een geest van mildheid. En wees op uw hoede: U kunt ook in verzoeking komen". Het voert te ver meer te citeren.
Het gaat erom dat ieder eigen doen en laten onderzoekt. Dit zelfonderzoek zal leiden tot ontdekking van het kwaad in eigen leven en tot belijdenis van schuld aan God. Pas dan zijn we geschikt om de ander te helpen en weer toe te rusten tot de dienst van God. Ik herinner tenslotte nog eens aan het voorbeeld van mr.dr. Willem van den Bergh, die eerst boete deed omdat hij zich mede-schuldig voelde en toen pas ging praten met de schuldigen. Hij is de man die twee dissertaties schreef: één over Calvijn en één over de prostitutie. Het sola gratia en de diepe ontferming over gevallen vrouwen waren bij hem één. Daar zien we weer de eenheid van strengheid en barmhartigheid, die van boven is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief