De bredere context van de liturgie

2008-01-18
  • Jaargang 52
  • nummer 2
Een dienst in een gevangenis, een viering in een verpleegtehuis, een zondagse samenkomst met militairen op een basis in Uruzgan. Wat kunnen de omstandigheden rond een kerkdienst verschillen! Het zou vreemd zijn als je daarvan in een kerkdienst niets zou ervaren in woord en lied en ritueel.

Het waren dit soort bijzondere diensten, die Marcel Barnard te denken gaven over de verhouding tussen liturgie en context. Want dat je in zulke bijzondere omstandigheden diensten niet los van hun context kunt houden, spreekt bijna voor zich.
Maar hoe zit dat dan met een veel gewonere Nederlands Gereformeerde dienst in Amersfoort of waar dan ook? Alleen al omdat de tijden veranderen.
Marcel Barnard, hoogleraar liturgiek, laat in zijn boekje zien dat een veranderende maatschappelijke en kerkelijke context zijn invloed zal (moeten) hebben op de kerkdienst.
Daarover iets meer, zodat de vragen rond de diversiteit van de gemeentezang in een iets breder kader komen te staan.

Boven-binnen-buiten
Ik verbind wat gedachten van Barnard met een drieslag, die wel gebruikt wordt in het veld van gemeenteopbouw: boven-binnen-buiten. Bij het eerste gaat het om de gerichtheid op God, bij ‘binnen’ om de onderlinge gemeentelijke verhoudingen en bij ‘buiten’ om mensen uit de wijdere omgeving van de gemeente. Verbind je deze drieslag met liturgie, dan krijg je dus de vraag hoe ‘boven’, ‘binnen’ en ‘buiten’ inwerken op de liturgie en omgekeerd.
Bij context denk ik natuurlijk aan ‘buiten’ en daar start ik dan ook. Met de vraag of het voor u ongebruikelijk is om bij dienst en liturgie aan ‘buiten’ te denken? En dat niet alleen bij een typisch missionaire dienst!

1. Buiten: de context
Stel, dat je die ‘buiten’-kant zou laten liggen. Dan is de kans toch groot, dat de kerk(dienst) iets van een getto krijgt, afgesloten voor de wereld rondom.
Barnard verdisconteert in zijn boekje de ontwikkelingen van de laatste vijftig jaar in onze samenleving. Daarbij is te denken aan welvaart, media, communicatie en relaties. En ook dat onze laat-moderne cultuur zich gaandeweg ontpopt heeft als een belevingscultuur.
Kerkelijk gezien zijn we in vijftig jaar tijd terecht gekomen in een grotendeels ontkerkelijkte samenleving.
Waarbij je wel weer moet constateren, dat de meeste van onze tijdgenoten niet a-religieus zijn, gelet op allerlei uitingen van nieuwe religiositeit.
In de liturgie van onze diensten zal van al die veranderingen toch iets te merken moeten zijn.

Aansluiting gemist?
Een boeiende kant van Barnard’s boek is dat hij twee stromingen terzijde van het Gereformeerde met elkaar vergelijkt: de Liturgische en de Evangelische Beweging. Als het gaat om de aansluiting met ‘buiten’ zijn de verschillen groot.
Barnard stelt dat de Evangelische Beweging slagvaardig inspeelt op de veranderende cultuur, zeker ook in de vormgeving van de diensten. Te denken valt aan taalgebruik en lied(begeleiding), de aandacht voor de belevingskant van het geloof en zeker ook de visuele mogelijkheden (beamer).
De Liturgische Beweging heeft meer moeite om de aansluiting met de hedendaagse cultuur niet te verliezen, zo constateert Barnard. Al valt het in de plaatselijke kerkelijk praktijk soms nog wel mee en zie je dat in menige oecumenische-liturgische dienst liederen uit de Evangelische Liedbundel niet wordt geschuwd - al zal een enkeling de kaken bij zo’n lied wel op elkaar houden.
Verwonderlijk is het niet dat de Evangelische Beweging meer feeling met ‘buiten’ heeft dan de Liturgische Terwijl de Evangelische Beweging met woord, lied en visualisering de harten van de gewone man - ook van ‘buiten’ - weet te raken, heeft anno 2007 slechts een klein segment van de kerkgangers affiniteit met een hoog-artistieke en vormvaste liturgie.

En dan de NGK?
Boeiend is het om van daaruit te overwegen in hoeverre de kerken van gereformeerde signatuur contextgevoelig zijn (geweest). Terugkijkend op de voorbije eeuw moet je natuurlijk zeggen dat ook gereformeerde kerkdiensten met vaak een rationeel-verstandelijke inslag, slechts een beperkte laag van de bevolking hebben aangesproken - met een gering bereik naar ‘buiten’. En dat in veel gereformeerde huiskamers het oude opwekkingslied van Johannes de Heer uit volle borst werd gezongen - zou dat ook niet wijzen op een context-ongevoeligheid van de gereformeerde liturgie?
Er is in de laatste jaren veel veranderd binnen onze kerken, ook in de liturgie.
Daarin zijn we gevoeliger geworden voor de context, waarin we kerk zijn. Vanwege gasten in de diensten, met het oog op jongeren die opgroeien in een niet-christelijke leefwereld.
En ten diepste vanwege ieder, die een dienst bezoekt. Want ergens komen we ‘s zondags allemaal ‘van buiten’.

2. Boven: aanbidding
Vervolgens blikken we met de liturgie opwaarts, want zonder ‘boven’ is er geen christelijke liturgie. Ik trek hier een aspect bij dat Barnard karakteristiek vindt voor zowel de Liturgische als de Evangelische Beweging: de aanbidding.
De Liturgische Beweging belegde vanaf de twintiger jaren van de vorige eeuw diensten, waarin naast het woord en de verkondiging bewust plaats ingeruimd werd voor het sacrament en de aanbidding. Want het geheimenis van de goddelijke werkelijkheid - zo was het diepe besefgaat het rationele ver te boven en vraagt om aanbidding. In de ogen van de voortrekkers van de Liturgische Beweging moest de kerkdienst vooral viering zijn, met een explicietere plaats voor het sacrament en meer ruimte voor kunst in beeld en muziek.
In dat alles zit natuurlijk de nodige reactie op de gebruikelijke gereformeerde dienst, waar het vrijwel alleen draaide om de
preek.

God zoekt worshippers
Bezoek je een kleine eeuw later een dienst met een evangelische inslag, dan valt ook daar de ruime plek voor aanbidding op. Zo’n dienst heeft doorgaans iets van een tweedeling, namelijk die van aanbidding en verkondiging, waarbij de leiding van het eerste deel bij de aanbiddingsleider ligt en het vervolg bij de spreker. Ook hier een ellips met twee brandpunten, waarbij het brandpunt van het nonverbale niet het sacramentele is (zoals in de Liturgische Beweging), maar de visualisatie (beamer!), versterkt door muziek en dans, waarmee de kerkgangers in hun aanbidding worden begeleid.

Diep en nabij
Helder is natuurlijk dat de wijze van aanbidding tussen de beide stromingen fors verschilt. De Liturgische Beweging koestert de strakke vorm, put uit oude liturgische bronnen en zoekt aansluiting bij de klassieke en moderne kunst. Het gaat er introvert en ingetogen aan toe, met verstilling, verwondering en gewijde aandacht voor het mysterium.
De Evangelische Beweging is vrijer in de vorm, bezigt alledaagse taal en sluit in lied en beeld nadrukkelijk aan bij de hedendaagse (pop)cultuur. De lofprijzing en aanbidding is extraverter en uitbundiger. Al hebben de typische worship-liederen een meer ingetogen karakter. Directer is het allemaal ook: Jezus, U bent Heer.
Zijn dat nu twee werelden of is het toch zinnig dat Barnard ze op één noemer heeft gebracht? Ik denk van wel en dat naar twee kanten. Ik zou richting de evangelischen zeggen: bezing de diepte van het geheimenis maar in eenvoud en directheid, in taal en muziek van nu. Maar neem van de liturgische overkant mee dat aanbidding aan glans inboet als de taal onverzorgd en de muziek te voorspelbaar wordt.
Omgekeerd denk ik bij de liturgischen: laat de Heer maar wat dichterbij je ziel komen. Het geheimenis zal er niet onder lijden. Integendeel‘Verbazingwekkend, zo dichtbij, komt Gij tot ons, komt Gij tot mij’ (Zingende Gezegend, 110). Want als aanbidding verplicht verpakt moet zijn in dichterlijk verheven taal en gezongen op ingetogen melodieën, als het nooit eens wat directer magzou het kunnen dat je dan de band met het alledaagse leven gaat verliezen?
Of dat de aanbidding, verstrikt geraakt in taal en schoonheid, niet leidt tot de werkelijkheid van Jezus als Heer van jouw leven?
En tenslotte lijkt me een vraag in eigen richting ook niet overbodig: hoeveel ruimte is er in een doorsnee Nederlands Gereformeerde dienst eigenlijk voor aanbidding? Geen tweede brandpunt waarschijnlijk, maar hoe dan wel? Ter overweging!

3. Binnen: participatie
Tenslotte de aandacht voor ‘binnen’, waarbij ik het toespits op het punt van de participatie in de liturgie - ook weer kenmerkend voor zowel de Liturgische als de Evangelische Beweging. De Liturgische Beweging wilde begin 20e eeuw de grotere participatie van de gemeente in de liturgie bereiken door een zondagse viering, waaraan de kerkgangers sprekend, zingend en biddend deelnamen, geholpen door de gedrukte liturgie. Voluit deelname als volk van God, waarbij de participatie zich ook oecumenisch uitstrekte - verbonden in geloof en belijden met de kerk van alle tijden en plaatsen.
Ook voor de Evangelische Beweging is de participatie essentieel. Naast aanbiddingsleider en spreker zijn velen betrokken bij de diensten: muziek, geluid, licht, beamer, drama en dans.
Gemeenteleden kunnen in een dienst het woord krijgen voor een mededeling of een persoonlijk getuigenis. En verder worden de kerkgangers uitgenodigd om te participeren in woord (‘amen’, ‘halleluja’, een proclamatie), zang en gebaar (geheven hand, knielend, vallend of naar voren komend).
Op heel veel verschillende manieren kun je je als kerkganger betrokken weten bij het totaalgebeuren van zo’n dienst.

Volk en individu
Twee keer participatie, maar net als bij aanbidding vallen ook hier de verschillen op.
In een liturgisch-oecumenische dienst is de gemeente als ‘lichaam van Christus’ present in de liturgie. De viering is rijk aan het symbolische en er gebeurt veel met de betekenislagen in woord en sacrament. Zo’n aanpak zal doorgaans een introverte vorm van participatie opleveren, gedragen door de liturgie en in verbondenheid met de gemeente als ‘Gods volk onderweg’.
Bij evangelische samenkomsten ontbreekt het collectieve en soms massale niet, maar het individuele is karakteristieker voor het evangelische, zichtbaar en hoorbaar in bijvoorbeeld de persoonlijke en spontane respons tijdens de dienst. En onmiskenbaar aanwezig in de uitnodiging, die aan het eind van een samenkomst, als een appèl naar ieder persoonlijk uitgaat.
De participatie is extravert. Soms zelfs zo dwingend, dat de individualiteit en de eigen keuze’s in een evangelische dienst onder druk kunnen worden gezet, niet zelden door de rol van een charismatische voorganger of aanbiddingsleider.

Toeschouwer
Dit punt van de participatie vond ik boeiend ook doordenkend aan de mogelijkheid dat je binnen de kerkdienst niet of nauwelijks tot participatie komt, maar toeschouwer blijft.
Zodat de prachtige afgewogen liturgie aan je voorbijtrekt zonder dat het je wat doet. Of dat je een preek beluistert en eerder een oordeel van ‘ging wel’ klaar hebt, dan dat je amen zegt. Of dat je in een evangelische dienst veilig publiek blijft, op momenten dat je deelnemer zou moeten zijn.
Je kunt dus op allerlei manieren ‘uit de liturgie’ stappen - esthetisch, preekbeoordelend of applaudisserend voor band en zangleider.

Zingen voor je buurman
Of ik alles uit het boek van Marcel Barnard goed geduid heb, weet ik niet. Met name in het tweede hoofdstuk (de inaugurele rede) was het soms wel eens wat worstelen met het jargon. Maar boeiend vond ik het wel. Alleen al vanwege het feit dat een vertegenwoordiger van een wat elitaire kerkelijke stroming zo open naar alle kanten het gesprek wil aangaan.
Op zoek naar dwarsverbindingen tussen stromingen, die op het eerste oog zoveel verschillen dat vergelijking zinloos lijkt. Boeiend ook voor een meer gereformeerde insteek.
Ik begon dit reeksje artikelen met de diversiteit in de gemeentezang. Maar zonder nadenken over liturgie kom je in de discussies over liedkeus en uitvoering niet ver. Het zal in de gesprekken dus ook altijd weer breder moeten worden. Dus ook over de vraag naar het ‘binnen’, ‘buiten’ en ‘boven’ in de liturgie. En onderwijl kan het geen kwaad om samen te blijven zingen. Soms vooral voor je buurman, zoals dat - tijdens een Opbouwdag - snedig werd gezegd.

N.a.v. Marcel Barnard, Liturgie voorbij de Liturgische beweging, Meinema 2006, € 14,90

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Amersfoort-noord en lid van de redactie van Opbouw

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief