Terloops
1990-12-07
Een waarschuwend woord van Schilder- Jaargang 34
- nummer 25
In het Nederlands Dagblad werd onlangs verteld, dat het bestuur van de vrijgemaakt gereformeerde mannenbond ook gemengde verenigingen wil gaan noteren als lid. De jongensbond nam een aantal jaren geleden reeds een soortgelijk besluit en de mannen volgen nu met eenzelfde beslissing.
De vrijgemaakte meisjesbond blijft nog een eigen beleid voeren, maar ook daar zal wel eens wat gaan veranderen.
Ik wil me niet bemoeien met de discussies hieromtrent in vrijgemaakte kring. Als je dit allemaal leest, roept het wel herinneringen op.
Het is ruim 40 jaar geleden, dat de kwestie van het gemengd vergaderen van jongens en meisjes aan de orde werd gesteld. Volgens een aantal weleerwaarde en hooggeleerde heren was dit helemaal verkeerd en vanuit de Schrift gezien verwerpelijk. Wat zijn er een dikke woorden neergeschreven en in 1957 werd het toenmalige bestuur van de jongelingsbond ontrouw aan de vrijmaking verweten, omdat het het gemengd vergaderen niet als zondig wilde aanmerken.
Genoeg hierover. Het ophalen van deze herinneringen is niet stichtend.
Het moest echter waarschijnlijk zo zijn, dat ik pas wat zat te bladeren in schriften met aantekeningen van de ruim 20 jaar geleden overleden Tini Kok, de ouderen kennen haar nog wel. Ik kwam tegen een aantal citaten uit een verslag van de bekende schooldag rede van Prof.Dr. K. Schilder 'Zelus en Zeloten'. De rede werd gehouden in september 1951en Schilder was toen reeds betrokken bij het conflict tussen de beide jeugdbonden inzake de gemengde verenigingen. Ik neem een aantal regels uit het verslag over: "IJver-zonder-verstand betekent nog steeds een conflict tussen mensen, die uit één bron oorspronkelijk gevoed zijn. Zelotisme, zeloten, dat zijn de namen straks van partijgangers geworden ...
We denken hier aan de uitroep van een predikant in Amerika, die eigen dogmatische beschouwing bindend wil gaan opleggen aan de Kerk des Heeren, en die zijn tegenstanders hierin nu openlijk vraagt: "Wy don't you go?", waarom ga je niet weg, naar een andere kerk, waar je het beter naar je zin hebt?
Maar wie zo durft te redeneren maakt van de Kerk een 'genadewinkeltje' , maakt van de Kerk des Heeren een privé-aangelegenheid en gaat redeneren: wie niet bij mij kan kopen gaat maar bij mijn buurman collega-concurrent zijn genade halen.
Wie zo redeneert ziet het wezen van 's Heeren Kerk niet meer; hij bedenke, dat hij niet, om zijn 'zei us' te kunnen botvieren, mag zeggen: wie het er niet mee eens is gaat maar naar een 'andere Kerk'.
Laat ons er voor waken, dat we door ons zelotisme niet de mensen de kerk uitjagen. God wil ons door Zijn Woord en Geest vergaderen en Hij wil geen kerkJE, dat we zèlf vergaderen, een verzameling van mensen, die 'elkander liggen', die het goed eens zijn met elkaar en die met elkaar knusjes kunnen converseren."
De bedoeling is duidelijk. De bedoeling was in 1951 ook duidelijk. Schilder zag het gevaar van de enghartigheid en hij waarschuwde. Het heeft niet geholpen. Wat is er een leed veroorzaakt door die 'prinzipien-reiterei' (een woord van Ds. J.A. Vink) met alle bovenschriftuurlijke bindingen, die daaraan zijn verbonden.
Er kan in de vrijgemaakte kerken momenteel heel wat meer dan dertig, veertig jaar geleden. Gelukkig!
Er wordt wat minder hard geoordeeld!
Gelukkig.
Maar de harde oordelen zijn blijven liggen. Gelukkig, dat zij, die inmiddels zijn overleden, alleen met de oordelen van God te maken hebben.
Op 8 maart 1952, zeer kort voor zijn overlijden dus, schreef Schilder in De Reformatie: "Maar vergeet nooit: Christus vergadert de kerk, en wij zijn Zijn gebonden dienaren daarin.
Meer niet." En voorafgaand aan deze woorden schreef hij: "Heeft soms God aan u of aan mij het recht toegekend een kerkje op te bouwen op basis van uw of mijn theologische meningen? En zijn we soms vrijgemaakt, omdat we toch net van plan waren, een kerkje van gelijkdenkenden te formeren?" Schilder stelde de vraag en zijn antwoord was duidelijk.
Een waarschuwing voor vandaag.
Voor anderen en voor onszelf.
Want eens is er de maaltijd voor allen, die de Heer hebben liefgehad.
Gelukkig, dat dan alle nare herinneringen weg zullen zijn!