Intennezzo

1990-12-07
  • Jaargang 34
  • nummer 25
Laten we onze reeks over 'paranormale' en 'occulte' verschijnselen even mogen onderbreken. Ingekomen reacties geven daar aanleiding toe. Eerst de vreemde woorden toelichten, voor wie dat wenst.

Onder para--normaal wordt verstaan: wat naast het normale staat.
'Para' vindt u ook in de paramedische vakken (fysiotherapie, acupunctuur, massage, diëtistetiek enz.) die naast de medische wetenschap staan, zonder er toe te behoren.
Opzettelijk vermijd ik de term super-normaal (of boven-natuurlijk).
Boven de natuur, boven de schepping, staat immers God alleen. Een engel is dus niet bovennatuurlijk, maar ongewoon.

Het woord occult is nu meermalen verklaard als: versluierd, verborgen, esoterisch, niet aan ieder bekend.
De laatste weken werd mij duidelijk, dat als gevolg van algemene normverschuivingen het woord occult besmet is geraakt met een lading, die er oorspronkelijk zeker niet in zat. Daarom zal ik er voorzichtiger mee omgaan.

Reacties
Inderdaad waren er reacties. Afkeurende, die aan de redactie gezonden - goedkeurende en bemoedigende, die aan mij gericht werden. De stukken zijn dus gelezen en dat is een eervolle zaak.

Want soms vraag ik me af: of mijn soortgelijke studies uit vorige jaren wel ooit gelezen zijn? Daar kreeg ik toen vrijwel geen reacties op. Om enkele te noemen: Vreemd Verhaal (1987)over een verdwenen predikant, die een dagboek van ervaringen met ongewone wezens naliet; Is Jacobs Steen in London? (1987) over de mythische steen onder de kroningszetel; over Engelen (1984) naar aanleiding van dr. Moolenburgs gelijknamige boek; Intellect en Intuïtie (1983) n.a.v. bezwaren tegen de mythe, dat Jezus een tijd in Zuid-Engeland zou hebben doorgebracht; Slangenbezwering (1981), een vermoedelijk demonische handeling, waarbij Salomo's naam genoemd wordt; Voorkennis van de dood (1979), nagelaten door een dichter en een schilder; Verlos ons van de Boze (1974) over een demonisch ziektegeval in naaste omgeving; Vrijdag de Dertiende (1974) over Schots bijgeloof; Zijn dromen bedrog?
Intuïtie, Telepathie, Helderziendheid bij dieren, Idem bij mensen, Schaduwzijden van ons levenalle in 1972en 1973verschenen.
Natuurlijk waren er toen wel eens reacties - maar meer als uiting van interesse, dorst naar meer kennis; en zeker geen waarschuwingen, laat staan vermaningen. Integendeel. Het Fries Dagblad nam (Oct. 1973)een artikel over telekinese over, onder de titel 'Deed een engel de deur open?'. Zonder commentaar - en dat in een blad dat, onder redactie van H. Algra, als zeer serieus bekend stond.

Waarom dan nu waarschuwende en vermanende reacties? Vermoedelijk omdat de onderwerpen over de schaduwzijden van ons leven via de media ontstellend besmet zijn geraakt.
Als gezegd: we zullen daar rekening mee moeten houden. Maar we zullen er ons niet door uit het veld laten slaan.

Wijlen prof. dr. K. Schilder
Diverse malen bracht deze wijze broeder een halve zondag in ons huis door; zelfs toen hij 'nergens' meer voorging, kwam hij wel naar Nunspeet mits dat niet in de krant kwam. En de uren tussen twee kerkdiensten werden niet in ledigheid doorgebracht. ZHG mocht graag in onze boekenkasten grasduinen en trok daar soms werken uit, die hij niet overal aantrof. Tot twee maal toe vroeg hij een werk over parapsychologie te leen.

Eens vroeg hij op de man af: mág een christen zich met deze studie bezighouden? Dat was voor mij, nog jong, een hamvraag. Ik herinner me mijn antwoord, dat met studentikoze verlegenheid geponeerd werd: "als ik het goed begrijp ... zijn ook de occulte dingen onderdelen uit Gods schepping en behoren mitsdien tot wat door ons mensen doorgrond en beheerst moet worden". Zijn antwoord was simpel: geheel met u eens natuurlijk. (En de boeken zijn terugbezorgd, door zijn dochter.)

Sprookjes?
Iemand noemde dit soort artikelen sprookjes. Niet denigrerend bedoeld maar meer relativerend; zo van niet-interessant, maar niet om je druk over te maken.

Daar valt wel iets op te zeggen. In mijn jonge jaren las en ontmoette ik een Delfts hoogleraar, die, behalve hogere wiskunde te doceren, zich ook bezig hield met sprookjes ... Hij heette Van Os.

Hij publiceerde een aantal exegesen van die duizenden jaren oude volksverhalen, welke door de gebroeders Grimm (tussen 1812en 1822) zijn te boek gesteld. En hij toonde (met het gezag van deze erkende historischtaalkundigen, experts in de volks- en sagenkunde, rechtsgeschiedenis en lexicografie) aan: dat sprookjes de samenvatting geven van de oudste filosofie van het menselijk leven. Dit wat sprookjes betreft.

Vermaningen
Een bezorgde broeder wees er op, dat ons land steeds meer geld en tijd besteedt aan het najagen van allerlei occulte praktijken; terwijl de naam van de Allerhoogste steeds minder genoemd wordt. Hij vroeg zich af of ik wel besef, voor hoeveel mensen de hang naar het duistere juist een schadelijke vervanging van gezond christocentrisch geloof is geworden. Een lieve zuster vroeg: moeten we nu onze omgang met God bederven met zulke rare gedachten?

Zo iets spreekt mij aan! Wij allen bidden dagelijks om de komst van Gods koninkrijk, hoe eerder hoe liever. Dat koninkrijk wordt voor en na in het volmaakte gebed genoemd.
En daar tussen staat: "verlos ons van de Boze".

Nu viel mij op, dat de negatieve reacties alleen kwamen na de eerste 2 artikelen (14 en 28 September). In de volgende (Hoe onschuldig is loten? - Bestaat er toeval? - en Engelen) moet toch duidelijk zijn geworden dat ik allerminst speculeer op een algemene hang naar het Duistere - maar dat ik wat in het duister schuilt in het volle licht van het Evangelie wens te plaatsen.

De verlossing van de Boze wordt immers niet alleen onze hemelse Vader voorgelegd, maar wordt daarmee ook onze taak, nietwaar? Laat me dat samenvatten: "Waar wij van ons zelf te zwak zijn om overeind te staan, en waar onze vijanden (de duivel, de wereld en ons eigen vlees) ons voortdurend aanvechten wil ons staande houden en sterken door de kracht van Uw Geest: opdat wij deze geestelijke strijd niet verliezen, maar steeds krachtig van ons afslaan, totdat wij eindelijk deze doodsvijanden geheel onder de knie krijgen.

Dit is mijn antwoord. Met een bordje 'taboe voor christenen' zitten we de vijand niet op de kop, maar onttrekken ons aan de strijd. Of zoals iemand me schreef: met te waarschuwen tegen de New Age zijn we wel op de goede weg, maar we moeten daar iets positiefs tegenover stellen!

Onze jeugd
Juist waar we wéten dat onze jeugd allerlei duistere spelletjes met de Voorzienigheid speelt, dacht ik goed te doen met een positief geluid te laten horen. En een algemene (en ongerechtvaardigde) veroordeling van homoeopathie, acupunctuur, magnetisme en iriscopie als behorend tot het domein van de slang, brengt onze jeugd niet terug tot God de Heere. De jeugd wil geen ongegronde taboe's, geen veroordeling zonder kennis van zaken. Willen we de jeugd eerbied voor Gods duidelijke verboden bijbrengen, dan moeten we onderscheiden wat uit de Boze is - en wat als goede scheppingsgave uit Gods hand komt. Met het verdoemen van wat rechtvaardig is en met het goedkeuren van wat verwerpelijk is doen we de Heere een gruwel, Spr. 17:15.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief