Post uit Rwanda

1990-12-07
  • Jaargang 34
  • nummer 25
Een les in geschiedenis
Solange wordt wakker. Het is nog vroeg in de morgen. Moeder is al op en Solange springt van haar matje.
"Kijk," zegt moeder, "wat te eten,"
en ze geeft Solange een koude zoete aardappel. "Maak je geen vuur vanmorgen?
Maak je geen pap?" vraagt Solange verbaasd. "Nee," zegt moeder, "we hebben geen tijd, we gaan naar de kerk." Nu kijkt Solange helemaal verbaasd. Naar de kerk? Het is toch geen zondag, het is woensdagmorgen.
Wat is er toch voor raars aan de hand.
"Ik moet toch naar school?" vraagt ze. "Ja," zegt moeder, "maar eerst naar de kerk. Vooruit, trek je kleren aan, dan vertel ik je onderweg wel wat er aan de hand is." Wat klinkt dat ernstig. Solange heeft in èen wip haar kleren aan, ze neemt de aardappel mee voor onderweg, moeder doet de deur op slot en daar gaan ze. "We moeten bidden," zegt moeder, "omdat het land in gevaar is. De· kakkerlakken hebben ons aangevallen, in het noorden van het land zijn ze aan het vechten met de soldaten."
Solange is stil. Moeder praat zo ernstig, net alsof ze met een groot mens praat, maar ze moet wel diep nadenken. "De kakkerlakken? Wat was dat ook maar weer?" Gelukkig vraagt moeder of ze het begrijpt. Nu kan ze het vragen. "Wie zijn de kakkerlakken?"
En dan geeft moeder een les in geschieden s. Gelukkig is de kerk niet erg dichtbij want het duurt wel even, luister maar. "Weet je nog dat er een grote oorlog was in ons land? Jij was toen nog niet geboren.
Het was in 1963, 27 jaar geleden.
Het was de oorlog tussen de Hutu's en de Tutsies (zeg: Hoetoes en Toetsies). Lang daarvoor waren die beide volken in Rwanda komen wonen. De Hutu's werkten op het land, de Tutsies waren hele lange mensen en zij werkten niet op het land, ze hielden koeien.
Ze waren trotse mensen en ze werden de meesters in het land. De Hutu's moesten voor ze werken. De Tutsi-koning werd de koning over iedereen.
Toen de blanke mensen in ons land kwamen gingen ze eerst met de koning praten en de mensen die door de koning werden aangewezen gingen het eerst naar school. Maar er waren ook Hutu's die wat gingen leren.
Ze gingen ook over God leren. Al meer Hutu's zeiden: "Het is niet eerlijk dat de Tutsies onze meesters zijn. Wij zijn gelijk, we moeten delen en niet de baas spelen over elkaar."
De Hutu's werden al meer ontevreden.
Ze begonnen te vechten. Het werd een verschrikkelijke oorlog.
Heel veel mensen stierven. De Hutu's wonnen en veel Tutsies vluchtten weg, de koning ook. Toen werd onze president de president van het land. Hij is een Hutu, net als wij.
"Ha," dachten veel Hutu's, "nu worden wij de baas over de Tutsies. "
Maar nee, heel veel mensen, de president ook, zeiden: "We gaan het eerlijk doen, niemand is de baas over de ander. De Tutsies worden geen knechten, maar ze mogen ook niet alle goede baantjes en alle piekjes op school houden. Er wonen meer Hutu's dan Tutsies in ons land, dus er mogen ook meer Hutu's naar school. We delen eerlijk."
En dat lukte. Eerst waren er nog veel Hutu's en Tutsies die een hekel aan elkaar hadden, maar het werd al minder. Er waren Hutu's en Tutsies die met elkaar trouwden. Sommige Tutsies veranderden hun paspoort omdat het ze beter leek dat iedereen dacht dat ze Hutu's zijn zolang de president een Hutu is en zo weten we al van een heleboel mensen niet meer bij welk volk ze hoorden. We spraken bovendien altijd al dezelfde taal. Maar ... ondertussen zit de koning en de zoon van de koning in het buitenland en hij vindt het niet zo'n goed idee. En er zijn een boel Tutsies die ook liever de koning terug willen en alles weer net als vroeger willen maken. Die mensen zijn gevlucht na de oorlog.
En hén noemen we de kakkerlakken, weet je nog? En die mensen, die eerst in Oeganda woonden, zijn nu in Rwanda teruggekomen met een leger."
"Met een groot leger?" vraagt Solange.
"Ik weet het niet," zegt moeder.
"Gaan onze soldaten winnen?"
vraagt Solange. "Ik weet het niet,"
zegt moeder. "Hoe gaat het nu verder, komt hier ook oorlog?" vraagt Solange. "Ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet," zegt moeder.
"Op de radio is gezegd dat we allemaal kalm moeten blijven en dat we niet naar buiten mogen in de nacht, dat is alles."
Daar is de kerk. Ze gaan bidden, bidden om vrede in Rwanda.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief