Oost-Europa (4)

1990-12-07
  • Jaargang 34
  • nummer 25
"Godsdienstig leven is toegestaan, de omstandigheden voor de Kerk zijn gunstig en niemand wordt om zijn geloof achtergesteld."
partijleider Janos Kadar in 1973

"Wij belijden dat de leefwijze van het nieuwe Hongarije voor ons niet vreemd is en dat wij daarin de door God gestelde normen van een eerlijker en gelukkiger hongaars leven ontdekken. Onze kerk vindt dat in deze maatschappij de evangelische waarheden beter tot hun recht kunnen komen."

declaratie Gereformeerde Kerk van Hongarije, 1948

(Relatief) bekend en vertrouwd
Hongarije is een land met een eigen, zeer van andere talen afwijkende taal, met een heel eigen cultuur en een lang verleden. In dat verleden zien we vele malen relaties met ons eigen land. Dat komt voor een groot deel door het Calvinisme, dat een sterk stempel op het Hongaarse volk heeft gezet. Daardoor is voor menige lezer dit Hongarije wellicht ook het 'meest vertrouwde Oostblokland'.
Al eeuwen lang zijn Hongaren in ons land theologie komen studeren.
Na de Eerste Wereldoorlog kwamen al heel wat Hongaarse kinderen, 'bleekneusjes', naar ons land, om aan te sterken. Sommigen van hen zijn hier gebleven, hun kinderen en kleinkinderen wonen onder ons. En de exodus van Hongaren na de mislukte opstand van 1956 heeft ook in ons land zijn sporen nagelaten.

Het verleden
Aan het einde van de Middeleeuwen is Hongarije een bloeiend land, met een eveneens bloeiende Christelijke (Rooms-katholieke) Kerk. Daarin komt verandering, als in het Zuidoosten de Turkse legers zich gereedmaken voor een aanval op het Christelijke Midden- en West-Europa. In 1526 komt het in Zuidwest-Hongarije, vlakbij de huidige stad Pécs, tot een treffen tussen Christelijke en Islamitische legers.
De slag bij Mohács loopt voor de Christenen rampzalig af! Honderdvijftig jaar lang bezetten de Turken het middengedeelte van Hongarije; tot op de dag van vandaag kan men moskeeën aantreffen in plaatsen in dit gebied (meestal nu als museum dienst doend). "In het Oosten blijft nog het transsylvanische vorstendom over, in het westen probeert de oostenrijkse Habsburgersdynastie haar macht over Hongarije uit te breiden ... Tegen het eind van de 16e eeuw is circa 90 procent van de bevolking protestants geworden. De r.k. kloosters en bisdommen stonden grotendeels leeg, en er bestond geen priesteropleiding meer. Aan het eind van de 16e eeuw komt de r.k. kerk echter in aktie en probeert haar nederlaag ongedaan te maken.
De absolutistische Habsburgse dynastie ziet een bondgenoot in de r.k. kerk om van Hongarije, dat een onafhankel ijke konstitutie, provinciaal zelfbestuur en recht op vrije keus van een koning had, een centraal 'bestuurde oostenrijkse provincie te maken.
In het begin van de 17e eeuw was het vorstendom Transsylvanië nog het bolwerk tegen dit streven; in de tweede helft van deze eeuw was zijn macht kleiner geworden, zodat de gewelddadige herkatholisering geen weerstand meer ontmoette. De periode 1670-1680wordt in de protestantse geschiedenisboeken het 'rouwdecennium' genoemd." Aldus mevr. V. Hanekamp-Kovacs-Sebesteny, in het al in een voorgaand artikel genoemde boek Kerken in Oost-Europa, ed. Or. J.A. Hebly. (Ten Have, 1975, pp. 130, 131.) In de 18e en 1ge eeuw waren de Protestantse kerken "tegelijk dragers van de nationale vrijheidsidee, en de verzamelplaats van de progressieve krachten, in het bijzonder in tijden van vrijheidsstrijd". Preken, met name begrafenispreken, bleken het bijna enige toegestane middel om in die moeilijke tijd van Contra-Reformatie het Woord nog te kunnen laten horen. In Hebly's boek wordt verteld over de onderdrukking van Protestanten in de vorige eeuw. Zo mocht men slechts tot een Protestantse kerk toetreden na een voorafgaand verzoek om toestemming aan de vorst, wat bijna nooit werd toegestaan, en waar geen tweede verzoek mocht worden ingediend. Tevoren moest men bovendien zes weken lang geloofsonderricht van een rk priester ontvangen, enz.

En later ...
Hongarije werd in 1867 officieel deel van de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. In die hoedanigheid werd het land ook meegesleept in de Eerste Wereldoorlog, aan de kant van de latere verliezers. In 1920werd hèt verdrag van Trianon ondertekend, lees ik. "Volgens dit verdrag bleef van haar grondgebied 32% en van de bevolking 41% over. Daardoor kwamen naast de overige bevolkingsgroepen ook 3,5 miljoen Hongaren buiten Hongarije te wonen.
Het streven naar revisie van het vredesverdrag kwam daardoor in het middelpunt van de binnenlandse politiek te staan ... De altijd met het volk meelevende protestantse kerken waren ook verblind door dit nationalistische irredenta streven en er werd nauwelijks geprotesteerd tegen de sociale onrechtvaardigheden, de oorlog, de jodenvervolging."
Als ik dat lees, denk ik: wat weten wij in het Westen eigenlijk bitter weinig van de diepere achtergronden van het leven in landen, die niet eens zó ver bij ons vandaan liggen!
Hoe dan ook, in de na-oorlogse periode, toen het land communistische meesters kreeg, veranderde er feitelijk niet veel aan de relatie tussen protestantse minderheid en r.k. meerderheid, die nooit echt goed geweest is.

Cijfers...
Rooms-katholiek
Bij de volkstelling van 1949werden de volgende cijfers voor de Kerk van Rome gegeven: - 6.240.427 Rooms-katholieken, die dus een latijnse ritus kenden - ca. 250.000 'Uniaten' , die met het Vaticaan verbonden waren, maar geen latijnse ritus volgen (die heb je in diverse landen van Oost-Europa) Dat betekent dat toen 70% van de Hongaren zich als r.k. liet inschrijven.
Uit een latere periode, 1973, stammen de volgende gegevens: - Ruim 3500 priesters waren werkzaam in bijna 2200 parochies van de latijnse ritus; in de 157 gemeenten van 'Uniaten' werkten zo'n 450 priesters, die meestal gehuwd zijn.
In 1980 waren er 6.284.480 leden van de R.K. Kerk, oftewel 58.6% van de bevolking. (aldus Barrett)

Protestanten
In Barretts boek staan voor de protestanten in 1980 de volgende cijfers: - Gereformeerde Kerk van Hongareij: 1.950.000 - Evangelisch Lutherse Kerk: 450.000 - Baptisten 40.000 Tienduizend Zevende Dags Adventisten en een even groot aantal Servische Orthodoxen completeren het verhaal, wat de grotere groeperingen betreft. Behalve dat ook Pinkstergemeenten vermelding verdienen.
In 1980 werd hun aantal vastgesteld op 13.000, maar onlangs hoorden we in Hongarije dat hun aantal snel toeneemt.

Hoe het was
De grote Gereformeerde Kerk van Hongarije, die zo'n 20% van de bevolking als lid telt, wordt niet overal in Hongarije in gelijke mate aangetroffen.
Historisch is het te begrijpeh dat vooral in het Oostelijk deel, tegen de Roemeense grens (en eroverheen!) de meeste Gereformeerden wonen. De Turkse bezetting van Centraal Hongarije sneed het Oostelijke koninkrijk Transsylvanië met zijn vele Gereformeerden af van de legers der Contra-Reformatie. De meeste Gereformeerden treft men, behalve in steden als Boedapest, dat ver naar het Westen ligt, aan ten Oosten van de rivier de Tisza, die wij wel de 'Thijs' noemen. In dat deel van het land, waar je nog het grootste stuk overgebleven poesta kan vinden, ligt o.a. de stad Débreeen, tegenwoordig de derde in grootte in Hongarije. Daar heb je o.a. de zeer beroemde grootste protestantse kerk van het land, die aan het einde van de laatste Wereldoorlog een belangrijke rol heeft gespeeld; daar kwam het eerste zelfstandige Hongaarse parlement bijeen. Daar tref je ook de belangrijke Theologische Faculteit aan, gevestigd in een monumentaal en enorm pand. (Er zijn, naar ik aldaar vernam, zo'n 200 studenten die zich voorbereiden op gemeentewerk in een van 1250 gemeenten in het land.
Overigens zijn er ook faculteiten in Boedapest, Sarospatak en Papa, de laatste twee kleinere steden.)

De Luthersen hadden in 1973 zo'n 320 gemeenten, waarvoor 400 pastores verantwoordelijk waren. Zij vertegenwoordigen ongeveer 4% van de bevolking, volgens opgave.

De Gereformeerden waren redelijk positief over het nieuwe regime, dat na 1948 aantrad; de Roomskatholieken waren vurig tegen. Er is een duidelijke overeenkomst met de situatie in Tsjechoslowakije, dat vorige keer ons onderwerp was. De Roomskatholieke leiding verklaart al in 1949 dat geen kerklid ook lid van de communistische partij mag zijn, of communistische lektuur mag lezen.
Alle kloosterorden - op vier na - worden op last van het regiem ontbonden; zo'n 10.000 ordebroeders en -zusters moeten naar een andere werkkring en woonplaats omzien.
Ook dat verbetert de verhoudingen tussen (r.k.) kerk en staat natuurlijk' niet.
De latere aartsbisschop Minszenty is voortdurend strijdbaar in zijn relatie tot de communistische overheid.
Jarenlang zit hij, na de mislukte opstand van 1956, als feitelijke gevangene in de Amerikaanse ambassade te Boedapest; hij mag in 1971 naar het buurland Oostenrijk uitwijken, waar hij - al woont hij ook in Wenen - officieel primaat van Hongarije blijft. In 1974 wordt hij (als je het zo zeggen mag) 'opgeofferd' aan het verlangen van het Vaticaan naar betere verhoudingen met de rode overheid in Boedapest.
De Hervormde Kerk geeft echter de verklaring af, die ik boven dit artikel heb geciteerd. Een heel andere houding!
Bisschop Albert Bereczky (de Hongaarse Gereformeerde Kerk is, naar ik meen, de enige Gereformeerde kerk ter wereld die bisschoppen heeft) was in die vroege jaren de leidende figuur in het Hongaarse protestantisme. Hij stelt over deze staat-vriendelijk gezinde houding o.a. het volgende: ..Uit hoofde van ons christelijk realisme moesten we rekening houden met de situatie waarin we verkeerden. Hieruit volgde voor ons het visioen van de dienende kerk. Uit Jeremia 29 hebben we echter het grote verschil geleerd tussen verstandelijk accepteren van het lot en eenvoudig opportunisme.
Uit dit theologisch inzicht volgde het sluiten van een verdrag met de staat, eerst door de hervormde kerk, later door alle overige christelijke kerken."
Er wordt een situatie van overleg met de overheid nagestreefd, die stellig ook wel wat voor de Kerk heeft opgeleverd. De leiders Bisschop Tibor Bartha, leider van de Hervormde Kock, en Bisschop Szoltan Kaldy, hoofd van de Lutherse Kerk, maken zelfs deel uit van het Hongaarse Parlement. In diezelfde periode maken beide heren ook deel uit van het Centrale Comité van de Wereldraad van Kerken ...
In 1972 ontvangt Bisschop Bartha uit handen van de partijleiding de 'Orde van de Banier van de Hongaarse Volksrepubliek', eerste klasse, voor zijn verdiensten voor de Hongaarse samenleving. Het zijn symptomen van een andere relatie ...
Toch - en dat weten we hier te lande heel goed - was er ook een andere Hervormde Kerk, met predikanten die veel van de overheid te lijden hadden. Niet overal werden privileges binnengehaald!

(wordt vervolgd

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief