Persschouw
1990-12-07
Marginaal?- Jaargang 34
- nummer 25
Het Willibrordjaar afgesloten Met enig ceremonieel is in Rome het Willibrordjaar afgesloten. Bij die gelegenheid heeft de paus een wandeling gemaakt over de vaandels van Gelderse schuttersgilden, die voor zijn voeten uitgespreid lagen.
Men mag aannemen, dat ze daarbij gewijd en niet beschadigd werden.
Een kloostermop uit de Bonifaciusbron in Dokkum symboliseerde de dankbaarheid van de Friezen. De paus mocht hem in ontvangst nemen als blijk van toewijding der gelovigen in het land van Willibrord. En daarmee is het jaar van de Willibrord-herdenking voorbij. Men heeft het op alle niveaus gevierd.
Voor de jeugd een serieus stripverhaal over de grote zendeling. Voor de ouderen hier en daar eenherdenkingspreek.
Voor de historici een symposium met een oecumenisch tintje: terecht dit laatste, want hij is van zo velen, onze Willibrord. Maar daarmee is het ook gedaan. Hoe verder de afstand in de tijd is, des te ongevaarlijker is een herdenking.
Maar op het Jansplein in Utrecht blijft hij ons nog aankijken, met de kerk op de hand. Zo kwam hij in het ganse land. De paus heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de Nederlandse gelovigen op te roepen de eenheid te bewaren en de gehoorzaamheid aan het kerkelijk gezag, daarmee het vaandel van de kerk hooghoudend. Wie geeft hem ongelijk? De verre nazaten van de eerste bekeerlingen van Willibrord vormen een verdeeld en ongehoorzaam volkje.
Hoe diep zat het?
Onwillekeurig vraagt men hoe diep het christelijk geloof wortel schoot in het gebied, waar Willibrord en Bonifatius hebben gewerkt. Is het werkelijk doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking?
Heeft het een christelijke natie kunnen vormen?
Hoe diep zat het eigenlijk? Was dit geloof een zaak van het hart of Was het een laagje christelijke cultuur, waaronder bijgeloof en ongeloof rustig verder konden leven? Men heeft wel geopperd, dat de Nadere Reformatie te maken kreeg met heidendom dat in de volksziel was achtergebleven en dat ook door de Reformatie niet werkelijk aangeraakt was. En, zo zei men, dat heidendom was er vanaf het begin. Willibrord heeft het geloof geplant. Hij heeft de kerk hier gebracht. Maar ook in de tijden waarin volksmassa's uit gewoonte en pure traditie naar de kerk gingen, zat het geloof niet dieper dan de buitenste lagen van de schors. Het hart van de stam is er nauwelijks door aangeraakt. En wie zijn eigen hart een beetje kent zal geneigd zijn om deze redenering bij te vallen. Hoe diep zit. het bij ons eigenlijk?
De kerk en het evangelie Willibrord bracht de kerk hier toen hij het evangelie verkondigde. Hij wist beter dan menigeen vandaag, dat kerk en evangelie bij elkaar behoren.
Wil je de boodschap van het evangelie blijven horen, dan moet je de kerk zuiver houden. En wil je de kerk levend houden, dan moet het pure evangelie blijven klinken. Een tijdperk van 1300jaar is lang genoeg om met het christelijk geloof ervaring op te doen. We hebben in ieder geval zo veel kunnen leren, dat de mensen de kerk de rug toekeren, wanneer ze het evangelie er niet meer horen. Kerkverlating ontstaat waar het evangelie niets meer zegt.
Daar zouden tien Willibrords en honderd engelen uit de hemel zelfs niets aan kunnen veranderen.
Paulus zegt in dit verband dat er geen ander evangelie is. Laat het los en de kerk heeft eigenlijk niets meer te zeggen. Alles wat zij aan woorden produceert wordt door iedere instantie buiten haar duizendmaal beter en zakelijker gezegd. De kerk heeft slechts één functie: klim op een hoge berg en verhef uw stem met macht en zeg: "Hier is uw God". Als alle herdenkingen voorbij zijn blijft dit boeien. Zeg 't zelf! Dat is het geluid van de toekomst.
Dit stuk knipten we uit 'De Wekker'.
Het is van de hand van Prof.Dr. W. van 't Spijker. We onderstrepen twee zinnen: nl: "We hebben in ieder geval zo veel kunnen leren, dat de mensen de kerk de rug toekeren, wanneer ze het evangelie er niet meer horen." en: .Kerkvertetinq ontstaat waar het evangelie niets meer zegt." We zijn het daarmee eens. En je kunt uiteraard in een bepaald kader niet alles in één artikel noemen. Toch hebben we er behoefte aan bepaalde aanvullende opmerkingen te maken. Het valt nl. op, dat ook daar waar de zuivere prediking van het evangelie elke zondag gevonden wordt, toch ouderen en jongeren afhaken en de wereld ingaan. Ik wijt dat mee aan het konstateerbare feit, dat in de kerk regelmatig de enkeling tussen wal en schip valt. Men is ten opzichte van hem c.q. haar niet alert en attent.
Je wordt opgesmolten in de massa. Je hebt aan je verplichtingen te voldoen. Er wordt van alles en nog wat van je verwacht en verlangd, maar je krijgt als partikulier persoon geen aandacht.
Althans daar ontbreekt veel aan.
Terwijl iemand als jongere in eenzaamheid wegkwijnt - want eenzaamheid komt niet alleen bij bejaarden voor - stopt men hem of haar in de kerk een brief in handen, die men anders thuis bij dat gemeentelid had moeten bezorgen en men zegt er lakoniek bij: "A.U.B. dat bespaart mij weer een bezoekje!"
Terwijl die broeder of zuster van de kerk juist hunkert naar bezoek van geloofsgenoten. Dan raakt de kerkdienst geïsoleerd. Dan wordt het kontakt door de week niet meer gevoed en onderhouden. Dan voelt men zich een vreemde temidden van de medegelovigen. Dan slaat de duivel toe en fluistert zo iemand in: "Zie je wel hoe het in de kerk bij jou gesteld is? Wel heel veel vrome woorden, maar daden, ho maar! Laat die club maar schieten, want je gaat er zo aan kapot."
Endan moet je heel sterk in je geloofsschoenen staan om niet omver te gaan. Dáár zet de sekularisatie vaak in waar men vervreemdt van elkaar binnen de muren van de kerk.
Het gaat dus niet alleen om deverkondiging van het evangelie, maar ook om de beleving van het evangelie!
Jezus bekommerde Zich om de enkeling en vond die erg belangrijk.
De gelijkenis van het verloren scheep (Lucas 15:1-7) illustreert dat duidelijk. En de kerk heeft alleen toekomst als ze spreekt en handelt in de stijl van de Christus, die als hoofd boven al, wat is, gegeven is aan de gemeente, die zijn lichaam is. (Efeziërs 1:22b).