Vredeskind (bij zondag 18)
1990-12-21
Je hebt ruzie met je vriendje. Je wilt het weer goed maken.- Jaargang 34
- nummer 26
Maar hoe?
Je gaat naar hem toe. Je steekt je hand uit. En je zegt: "Zullen we weer vrienden zijn?". Zo kan het.
Je kunt ook iets aan je vriend géven.
lets waar je zelf erg aan gehecht bent. Een boek of een pop. "Da's voor jou. Omdat we weer vrienden zijn". Zo kan het ook. En dat maakt nog meer indruk.
Misschien hebben je vader en moeder wel ruzie met een ander gezin.
Ze willen het weer goed maken.
Maar hoe?
Erheen gaan, en "sorry" zeggen?
Dat kan.
Maar het maakt meer indruk als ze iets meenemen. Een bos bloemen of een appeltaart. Of, nog beter: iets waar ze zelf erg aan gehecht zijn.
Of, iemand waar ze veel van houden.
Jou bijvoorbeeld!
Om hun ruzie bij te leggen geven je ouders jou aan de mensen waar ze ruzie mee hebben!
Dan ben je even lekker bezig, zeg!
Stel je voor ...
Een zendeling vertelt, dat hij zoiets heeft meegemaakt op Irian-Jaya.
Nog niet eens zo erg lang geleden: een jaar of vijfentwintig.
Twee Papoea-stammen leefden in oorlog. Haat en nijd. Moord en doodslag.
Toch: op een dag sloten ze vrede.
Maar hoe? Hoe kun je de haat en het wantrouwen van je vijand overwinnen?
Door hem het liefste te geven wat je hebt: je eigen kind!
En dat deden die beide stammen toen. Ze gaven elkaar een kind van zichzelf. Een vredeskind.
Toen waren ze geen vijanden meer.
Ze waren vrienden geworden.
Je kunt deze geschiedenis lezen in het boek Vredeskind van Don Richardson.
Wij, grote en kleine mensen, hebben ruzie met God.
Het grootste probleem tussen God en ons is niet, dat God boos is op de mens, maar dat de mens boos is op God.
God is allang niet boos meer op ons.
Dat heeft Hij op het kerstfeest laten zien. Toen legde God zijn liefde in de kribbe. Jezus heette die liefde van God voor ons.
Jezus is Gods vredeskind. Als een man zijn eigen kind geeft aan zijn vijand, dan is die man te vertrouwen.
Zo'n 'man' is de Here God. Hij gaf zijn Zoon aan zijn vijanden.
Aan ons, grote en kleine mensen.
Dus is Hij te vertrouwen. Kerstfeest is dus een hele geruststelling voor ons. God is niet boos meer op ons.
Maar wij waren nog wel boos op de Here God.
En eigenlijk is daar met hemelvaart een eind aan gekomen.
Toen legde de mensheid haar liefde neer in de hemel. Jezus heet die liefde van de mensen voor God.
Jezus is ook ons vredeskind. Als een man zijn eigen kind geeft aan zijn vijand, dan is die man te vertrouwen.
Zo'n 'man' is ook de mensheid. Die gaf haar beste Zoon, de Here Jezus Christus, aan God. Dus zijn wij te vertrouwen.
Hemelvaart is een hele geruststelling voor God. De mensen zijn niet boos meer op Hem.
God en mens zijn vrienden geworden.
Je kunt deze fantastische geschiedenis lezen in Het Boek, de bijbel.
Laat me de Here Jezus eens vergelijken met een gastarbeider.
Een gastarbeider is iemand die in een ander land geboren en getogen is. Bijvoorbeeld in Turkije of in Marokko.
Maar hij woont een poos in Nederland. Om hier te werken en geld te verdienen voor zijn familie thuis.
Op zo'n gastarbeider lijkt de Here Jezus.
En nu zeg je misschien: "Ja, tussen kerstfeest en hemelvaart. Hij kwam uit de hemel en Hij woonde een poos op de aarde. Om voor ons de vergeving en het eeuwige leven te verdienen".
En daar zit wat in. Maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel niet, dat Jezus een gastarbeider wàs. Uit de hemel op de aarde.
Nee, ik bedoel dat Jezus een gastarbeider is. Van de aarde in de hemel.
Tussen zijn hemelvaart en zijn terugkomst.
Toen de Here Jezus op aarde kwam, zeiden de engelen: "Vrede op aarde".
Toen de Here Jezus naar de hemel ging, zeiden de mensen: "Vrede in de hemel".
Kijk het maar eens na in Lucas 2:6 en 14, en 9:51 en 19:38.
Jezus was Gods vrede op aarde.
Jezus is onze menselijke vrede in de hemel.
Er is een mens naar de hemel gegaan, om te laten zien dat de mens weer goed is op God.
In zondag 18 staat, dat wij in de persoon van de Here Jezus ons vlees in de hemel tot een onderpand hehben, dat Hij als het Hoofd ons, zijn leden, ook tot zich zal nernen.
Hij heeft iets van ons meegenomen naar de hemel. Ons menselijk lichaam.
Dat is een hele troost voor ons. Als er één schaap over de dam is, volgen er meer. De Here Jezus heeft de hemelse heerlijkheid bereikt.
Vroeger of later zullen wij ook in die hemelse wereld belanden.
Maar het is ook een hele troost voor God. Verloren zoons en dochters komen weer bij Vader thuis.
Want daarvoor heeft de Here God ons toch gemaakt. Met een hart om Hem lief te hebben. Met een mond om tot Hem te spreken. Met oren om naar Hem te luisteren. Met ogen om zijn werk te bewonderen. En met voeten om met Hem te wandelen.
In ons vredeskind krijgt God zijn eigen vredeskind weer terug.
Een gastarbeider zorgt in Nederland voor zijn gezin in Turkije of Marokko.
Daar werkt hij voor. Hij stuurt geld over. En straks gaat hij naar zijn vaderland terug. Dan is hij weer verenigd met zijn familie.
Zo zorgt Jezus in de hemelse wereld voor zijn gezin op aarde. En dat zijn wij, jij en ik, alle kleine en grote mensen die in Hem geloven.
Hij werkt voor ons. Hij is de baas over hemel en aarde. Hij heeft de hele wereld in zijn hand. Waar zou je als gemeente van gelovigen dan nog bang voor zijn?
Hij stuurt ons zijn verdiensten over.
Via de telecom van de Heilige Geest.
Vergeving en leven - voor jou. Vrede en blijheid - voor jou. In je eigen leven kun je wat merken van Hem.
Van Hem word je zelf... een vredeskind!
En eens, eens gaat Hij naar zijn vaderland terug. Het dierbaar plekje grond waarop zijn kribbe stond.
Dan is Hij weer verenigd met zijn familie. Met ons. Met de gelovigen uit alle plaatsen en alle tijden.
In de bijbel gaat het ergens over 'de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem' (2 Thess. 2:1).
Hierbij moet ik altijd denken aan die uitbundige en ontroerende tonelen op Schiphol. Mensen die elkaar na jaren en jaren terugzien. Wat een gekte en wat een geluk!
Zo zal het (weer)zien van de Here Jezus zijn. Uitbundig en ontroerend.
"Wat hebben we lang op U gewacht, Heer! Lang gewacht en stil gezwegen.
Niet meer gedacht en toch gekregen!
Dat U er nu toch eindelijk bènt, Heer! Kijk 'es, hoor 'es: dàt is nu onze God van wie wij verwachtten dat Hij ons verlossen zou!"
Het grootste Schiphol aller tijden.
"Het koninkrijk der hemelen is geland".
Koning Jezus aan boord. De nieuwe wereld kan beginnen.
Een jongetje - hij was nog klein -
wilde zo graag in Bethlehem zijn,
maar 'k denk dat hij ze nu niet vindt
Maria, Jozef en het Kind.
Het jongetje ging toch op reis
en dat was niet zo heel erg wijs,
want 'k denk dat hij ze nu niet vindt
Maria, Jozef en het Kind.
En toen kwam hij in Bethlehem,
vroeg daar de weg met moede stem,
maar 'k denk dat hij ze nu niet vindt
Maria, Jozef en het Kind.
De mensen keken hem lachend aan,
toen is hij maar terug gegaan,
omdat hij ze daar nu niet vindt
Maria, Jozef en het Kind.
Maria, Jozef zijn nu dood,
maar Jezus leeft en is heel groot:
Hij is niet klein, Hij bleef geen kind,
't is bij zijn Vader dat je Hem vindt.
Ytje Eenkhoorn