Pastorale notitie
1990-12-21
- Jaargang 34
- nummer 26
Deze tegenwoordige duisternis (3)
De zwakheid van Peretti's roman ligt vlak naast zijn kracht. Het Overblijfsel in gebed bijeen, blijft mij onvergetelijk.
In de biddende gemeente vallen de beslissingen. Toch blijft voor mij de vraag of er niet meer aandacht gegeven wordt aan het dát van het bidden, dan aan het wát. De Schrift wijst op de inhoud van het gebed, b.v. in Daniël 9 en Handelingen 4:24-30. Als in de roman de daemonen een aanval doen, klinkt de oproep: "Overblijfsel, bidt!! BIDT!!"
Dat geeft aan het gebed iets magisch.
De gelijktijdigheid van gebed en verhoring zit me een beetje dwars. Het lijkt een mechanische koppeling. In Pinksterkringen richt men soms een gebedskamer in, waarin non-stop gebeden wordt. 0 wee, als er iets naars gebeurt, terwijl er niet gebeden wordt! Ik mis daarin o.m. het kinderlijke vertrouwen in de Here. De hemelse Vader heeft een goed geheugen en Gods kind weet dat en rekent ermee. Paulus heeft drie maal gebeden om wegname van de doorn in zijn vlees (2 Kor. 12:8). Niet meer, niet minder.
Zoals de Here Jezus driemaal bad in Gethsemane. Dat was genoeg. En de Here Jezus zegt dat heidenen menen door de veelheid van woorden verhoord te zullen worden (Matth. 6:7). Openhartig gesproken: Ik houd het niet vol erg lang en geconcentreerd te bidden. Ik zou me erg ongelukkig voelen, als ik altijd in gebed zou moeten zijn om veilig te wezen. Ik rust in het weten dat de Here Jezus mijn dagelijkse Voorspraak is bij de Vader (Rom. 8:34; Hebr. 2:17). De gebeden van Zacharias en Elizabeth werden verhoord toen hun gebed al lang was verstild Luk. 1:13. De Here geeft het zijn beminden "als in de slaap" (Psalm 127).
Mijn tweede probleem ligt in de duivelbanningen. Misschien is het onze Gereformeerde zwakheid dat we daaraan nooit toekomen. Hebben we geen geloof? Peretti leert ons daarover na te denken. Maar de duivelbanning ontvangt bij hem wel erg veel aandacht. Eerst wordt de naam van de duivel opgeëist in de naam van Jezus: "Hoe is je' naam?", Markus 5:9. De bezetene geeft tandenknarsend zijn identiteit prijs. Dan wordt hij uitgeworpen. Een voor één krijgen bij Peretti alle duivels hun beurt, want ze zijn Legio. Met name de formule "in de naam van het vergoten bloed van Jezus" werkt krachtig. Er vindt een verschuiving plaats van het: "In Hem hebben wij de verlossing, de vergeving van de overtredingen ", (Ef. 1:7) naar de bevrijding van de machten. Ik heb enige tijd verkeerd in kringen, waar dit duivelbannen HET kenmerk dreigde te worden van de ware kerk.
Wie geen duivels bande telde niet zo mee. Er werd veel gewerkt met het boek van Don Basham 'Oeliver us from evil' (Bevrijd ons van den boze). Basham geeft instructie (ook 60 uur op' tape) in het bannen van boze geesten, eveneens een adressenlijst van mensen die de 'dienst van bevrijding' beoefenen. Ik moet zeggen dat ik er de grootste ellende van heb gezien. Inderdaad heeft de Here Jezus tot de 70 die Hij uitzond gezegd: "Drijft duivelen uit", Matth. 10:8. Maar de Heer zei ook: "Wekt doden op", Matth. 10:8. Sommige Pinksterbroeders moeten ook dàt zo nodig doen. Josef Weiszenberg bande duivels uit en wekte doden op. Zulke onzin komt bij Peretti gelukkig niet voor, maar ik zie in de Amerikaanse dadendrang geen principiële afgrenzing tegen deze uitwassen. Ik mis een beetje het onderwijs van Paulus, dat de strijd gevoerd moet worden met wapenen als de waarheid, gerechtigheid, geloof, heil, bereidheid van het evangelie des vredes (Ef. 6). Ik mis ook het onderwijs van de Heer dat het koninkrijk der hemelen komt op niet spectaculaire wijze: stil als kiemend graan of als gist dat een vrouw "verborg"(!) in drie schepels meel, Matth. 13.
Intussen blijf ik heel dankbaar voor het boek van Peretti. Ik zou het niet graag gemist hebben.