Diskussie rondom het ene talent (5, slot)
1990-12-21
Zwijgen?- Jaargang 34
- nummer 26
Tenslotte was er nog de reaktie van Caspar Waalewijn uit Swaziland. Hij titelde zijn bijdrage met 'Samen zwijgen'. Het lijkt me goed deze reeks met een antwoord aan hem te besluiten. Aan zwijgen over dit onderwerp zijn we nu inderdaad wel toe. Eigenlijk brengt de heer Waalewijn precies onder woorden wat het standpunt van ons blad altijd geweest is. Opbouw wilde nooit een kerkelijk diskussie-blad met de vrijgemaakten zijn. De oprichters vonden dat niet dienstig voor de geloofsopbouw van de lezers. Ik moet toegeven dat daar sinds mijn medewerking wel enige verandering in is gekomen. Enige, want in het algemeen ben ik het met dit beleid volkomen eens. Diskussie is goed, maar bij voorkeur niet om er de kerkstrijd met de vrijgemaakten mee voort te zetten. Toch heb ik altijd gevoeld dat je daar niet helemaal aan zou kunnen ontkomen. Daarvoor staan we gewoon te dicht bij elkaar. Van tijd tot tijd moet het, of we dat nu leuk vinden of niet. Wat in Enschede-
Noord plaats vond vormde ditmaal een reus van een aanleiding. Als Opbouw daarop met stilzwijgen gereageerd had zou het zijn taak als orgaan van voorlichting en meningsvorming schromelijk hebben verzuimd.
Natuurlijk riskeer je het dan dingen te zeggen waar niet iedereen even gelukkig mee is. Dus komen er reakties los, onder andere die van de heer Waalewijn. En aangezien het onze gewoonte niet is daar als een olifant overheen te lopen ontspint zich een gesprek met verschillende deelnemers. Dat vergt tijd. En sinds ons blad om de veertien dagen verschijnt lijkt het dan een eeuwigheid te duren voordat de met zorg gekozen tegenstemmen alle aan het woord gekomen en zo goed mogelijk beantwoord zijn. Zo is er ongeveer een half jaar aan dit onderwerp besteed geworden. Ik vind dat zelf ook veel maar zie toch niet hoe het anders zou moeten. Als het waar is dat zo'n konfrontatie zoals gezegd zo nu en dan moet plaats vinden, laat het dan met een zekere grondigheid gebeuren zodat het weer voor een hele tijd genoeg is.
Zelfverstaan
Wat mij bij deze konfrontatie met de vrijgemaakten voor ogen heeft gestaan was trouwens niet een spitsvondig gewonnen gelijk-op-punten, een streven waardoor de vroegere pennestrijd uit de dagen dat we nog vechtend bijeen waren wel ontsierd werd. Het ging mij vooral om een zelfverstaan: wie zijn we eigenlijk?
Ds. Vrooland heeft het zich bezighouden met deze vraag puberaal genoemd, maar hij moet mij geloven als ik zeg dat ik nogal wat jongeren uit onze kerken heb zien vertrekken zonder dat ze bij benadering wisten wat het nederlands gereformeerde eigenlijk voorstelde. Daar werd nooit over gesproken. Op de katechisatie niet en in de prediking al helemaal niet. M.i. stak daar een verkeerd idealisme achter. Men wilde alleen maar kerk van het Woord zijn en als dat niet pakte en bond, zo vond men, dan pakte of bond er toch niets.
Maar wat we over het hoofd zagen was dat er meer kerken alleen maar kerk onder het Woord willen zijn. Dat enkele feit al maakt het noodzakelijk dat we iets over onszelf zeggen.
Natuurlijk zijn we vuurbang voor het prediken van de kerk in plaats van Jezus Christus, de schrikbeelden daarvan staan ons nog helder voor ogen. Begrijpelijk dus dat we op dit punt de schroomvalligheid zelve zijn. Maar het is toch een reaktiehouding.
Een kerk moet het van tijd tot tijd ook over zichzelf hebben en zij ontkomt er dan niet aan niet alleen te zeggen hoe het is maar ook hoe het niet is. Hierbij denk ik met name aan onze jongelui. Het is een zaak van barmhartigheid dat we hen bij het kiezen tussen al die kerken-van-het-Woord een handje helpen.Ja, of het moest al zijn dat wij- ervoor getekend hebben om als nederlands gereformeerden voor slechts een generatie kerk te zijn. Ik krijg die indruk wel eens. Denken wij echter aan een follow-up dan is het nodig over ons zelf te spreken.
Belangrijker dingen
Hartelijk ben ik het met Waalewijn en anderen eens als ze zeggen dat er belangrijker dingen zijn. Onze broeder Caspar schrijft vanuit Swaziland en alleen al het noemen van zo'n land-naam werkt als een ondersteunend argument voor zijn betoog.
Hier spreekt een frontsoldaat die het helemaal niet kan gebruiken dat ze thuis ruzie maken. En hij is de enige niet. Er zijn er onder ons nogal wat die zijn "uitgegaan terwille van de Naam" (lil Johannes: 7). Als ik daaraan denk dan zwelt mijn hart van trots dat we als kleine kerkgemeenschap met een behoorlijk aantal mensen mogen participeren in zoveel projekten van zending en evangelisatie.
Maar staat dat geflikflooi in Opbouw dan niet haaks op die trots?
Wel, ik denk dat wie het kleine niet eert dat grote niet weerd is. Het kleine? Elk probleem dat reëel is heeft er recht op behandeld en serieus genomen te worden. Laat ik met een gevoelige vergelijking komen.
Hoe vaak hebben mensen hun verbazing niet uitgesproken over het feit dat de gereformeerde kerken in de barre oorlogsjaren tijd en zin vonden om over leergeschillen en kerkrechtelijke problemen te bakkeleien.
En denk erom, de verachtelijke verwondering daarover trof niet enkel de synodalen, zij was aan beide kanten van het konflikt geadresseerd.
Hoe heeft dat toch kunnen gebeuren! Ik moet bekennen dat ik vaak het antwoord hierop beschaamd schuldig gebleven ben.
Toch heb ik voor mezelf wel een weerwoord gevonden. Een mens kiest de tijden niet, ze overkomen hem. Zoals de Psalm (31) zegt: "mijn tijden zijn inUw hand". De vraag: is het nu wel de tijd om gehoorzaam te zijn? is onvruchtbaar. Aan beide zijden van de streep is heus wel overwogen of er in die bange tijd geen nodiger dingen te doen waren.
Maar ook als je daarop met ja moet antwoorden betekent dat nog niet dat je wat je in je handen hebt zomaar kunt laten vallen. Opnieuw geldt dat voor beide kanten. Later, in de zestiger jaren, deed ik een ervaring op die mij enigszins over dat ongelukkige samentreffen getroost heeft. Toen in die periode de strijd rondom gezag en vrijheid door heel de maatschappij heen hoog oplaaide zag ik in dat we in de vrijmaking een geduchte vooroefening hadden doorgemaakt die ons relatief goed tegen de alom om zich heengrijpende revolutiegeest bestand deed zijn. Wij hadden 'de krisis van het gezag' al achter de rug, we hadden het autoritaire denken en optreden leren afwijzen zonder in het ongebondenheidsgaren van de revolutiegeest verstrikt te raken. Toen ik dat merkte dacht ik: dwars door die duivelse 'timing' van de vrijmaking heen zorgt de Here toch voor zijn volk. Wat zou er gebeurd zijn als wij ons onder het argument 'de tijd is er niet naar' aan de nodige kerkelijke strijd onttrokken hadden? De Spreukendichter zegt: "Betoont ge u slap ten dage der benauwdheid, dan komt uw kracht in het nauw" (42:10). En zo zeg ik nu ook tegen degenen die ons eraan herinneren dat er vandaag belangrijker zaken zijn dat ze groot gelijk hebben maar dat dat nog geen reden is om wat onbelangrijk schijnt te verwaarlozen.
Tram en trolley
"Mijn oproep is om de GKV stil te zwijgen", schrijft Waalewijn. Hij zegt niet 'dood te zwijgen'. Daar is hij ook een veel te christelijke man voor (ik ken hem, hij was ooit lid van onze gemeente in Amsterdam-C). Maar wat betekent 'iemand stil zwijgen'?
Je kunt tegenover de vrijgemaakten wel zwijgen maar het is zeer de vraag of ze zich daardoor stil zullen houden. Daarvoor zijn ze een veel te levendig volkje. Maar goed, het is duidelijk dat Waalewijn hen als kerk wil negeren. Kan dat?, wil ik vragen.
Als het betekent 'geen samensprekingen' (en dat betekent het bij Waalewijn inderdaad ook), dan ben ik dat goed met hem eens. Samensprekingen tussen kerken hebben volgens mij alleen zin wanneer er sprake is van misverstanden die aan een kerkelijke eenwording in de weg staan.
Maar tussen vrijgemaakten en nederlands-gereformeerden bestaan helemaal geen misverstanden. Ze hebben jarenlang gevochten alvorens elkaar los te laten en in die lange tijd hebben ze hun meningsverschillen uitentreuren om en om gewenteld. Er zitten geen kanten meer aan die onbesproken zijn gebleven.
We zijn het samen gewoon oneens op een aantal punten en samenspreking zal daar geen verandering in brengen. Niet doen dus.
Maar iets anders is dat er van de vrijgemaakten op sommigen van ons een grote bekoring uitgaat. Zij zijn groter dan wij en ze zijn kerkelijk zeer goed georganiseerd. Daar steken onze gemeentetjes en ons kerkverbandje met z'n gebrekkige struktuur maar pover bij af. Het is eigenaardig dat de vrijgemaakten die ooit klein en als minderheid begonnen zijn nu zelf grote kerk zijn geworden en zich als zodanig naar ons toe ook gedragen. Er zijn er onder ons die daardoor gefrustreerd raken. Ik vind dat je het daarover moet hebben.
Dat je daar iets tegenover moet stellen. Dat je onze mensen een perspektief moet bieden. Niet dat je nu van elke nood een deugd moet gaan maken. Dat wordt gauw genoeg doorzien. Peanuts!, zeggen onze jongelui daarvan. Nee, je kunt rustig toegeven dat de vrijgemaakten in veel opzichten een betere kerk hebben dan wij. Maar, 'gij zult niet begeren uws naasten kerk'. En daar is ook helemaal geen reden toe. Pas hielden wij in Zeist gemeentevergadering en hadden we het over deze dingen. Ik zei: je kunt de vrijgemaakten en ons het beste vergelijken met een tram en een trolley: in de bovenleiding is er geen verschil maar op de grond zijn wij wendbaarder. Die opmerking stemde tot algemene tevredenheid.
Kansen
Broeder Waalewijn ontkomt er trouwens ook niet helemaal aan dat hij beide kerken met elkaar vergelijkt.
Dat kan alleen op grond van aandacht voor hen. Zo zegt hij: "Wel staan we daardoor meer kwetsbaar door dit gebrek aan 'eigen' instituten.
Als dit ons brengt tot een sterker vertrouwen op onze Here God, dan kan dit alleen maar winst zijn". Precies!
Dit bedoel ik met 'perspektief bieden'. Wij zijn een kerk van meer mogelijkheden dan werkelijkheden.
De kansen die we hebben moeten worden aangewezen, dat stimuleert.
Wij weten dat de eerste gemeente te Jeruzalem door de vervolging volkomen ontmanteld is geworden. "En Saulus verwoestte de gemeente ...", staat er (Handelingen 8:3). Maar dan gaat het zo verder: "Zij dan die verstrooid werden trokken het land door, het evangelie verkondigende.."
(vs. 4). En zo kwam er de kerk van Antiochië vanwaar het evangelie naar de volken is uitgegaan (Handelingen 11:19 e.v.). Je mag je afvragen of zonder deze openbreking van de kerk van Jeruzalem het evangelie niet binnen de bedijking van het Joodse bestel zou zijn gebleven. Zo kan ook een bescheiden organisatievorm in een winstpunt omgezet worden.
We kunnen daardoor kerkelijk losser komen voor Gods Geest en wendbaarder (om dat woord nog even op te pakken) voor zijn leiding die zoals de Open Brief zei in heiligheid is. Eigenlijk verschillen Waalewijn en ik heel weinig. En ik beloof hem en alle andere lezers dat ik er nu echt weer eens een poosje over op zal houden. Maar het helemaal nooit meer aansnijden, - nee, dat zal me niet gelukken. Want het is waar: met elkaar deugen wij niet, maar zonder elkaar meugen wij niet. We moeten het besef van het abnormale van het naast elkaar bestaan levendig houden. Dat is voorlopig het enige wat we voor de door allen bedoelde eenheid van beide kerken kunnen doen.