Post uit Rwanda
1990-12-21
Regen- Jaargang 34
- nummer 26
De zon schijnt. De grote deuren van onze kamer staan open. We hebben net buiten gegeten en gisteren hebben we gezwommen in het zwembad, hier vlakbij. Is het bij jullie alweer herfst? Misschien verlang je wel weer naar de zon. En wij hier, wij hopen maar steeds dat het gaat regenen. We kijken naar de lucht of er wolken zijn en als het gaat waaien roepen we: "Ah, misschien komt er een flinke bui!" Gisteravond begon het opeens te onweren. Gersom rende naar buiten en begon te dansen in de eerste regendruppels, maar de bui was zo weer over. Kun je bedenken waarom wij zo graag regen willen? Ik zal het uitleggen.
Onze tuin is droog. Het gras is geel en de bloemen zijn bijna allemaal doodgegaan. In de moestuin waar eerst vanalles groeide (sla, wortels, uien, spinazie enzo.) staat nu niks meer. We kopen nu de groente van mensen die hun tuin water geven.
Voor ons is dat niet zo erg. Wij hebben wel geld. Maar de meeste mensen in Rwanda hebben dat niet. Ze hebben alleen hun land, waar ze bonen en kool en aardappels verbouwen.
Ze hebben ook niet genoeg water om dat over het land te sproeien, dus er groeit nu niks. Veel mensen hebben het eten wat ze gespaard hadden al opgegeten.
Honger dus. In Nederland verlang je bijna nooit naar regen. Als er niet genoeg valt wordt alles een klein beetje duurder, en als er niet genoeg is gegroeid kopen de winkels groenten uit het buitenland. Maar hier heb je gewoon niks als er te weinig of juist teveel regen valt.
Griezelig hé? Kun je begrijpen dat wij hier veel bidden voor regen?