Over polsen, principes en de postzegelvereniging

2008-01-18
  • Jaargang 52
  • nummer 2
Ouderlingen en diakenen in de NGK; ze weten zich in principe allemaal tot het ambt geroepen door de Heer en zijn gemeente. Maar op verschillende manieren. Opbouw sprak met een aantal gemeenten.

MIRIAM DE ROOIJ

Natuurlijk. Praat je over de manier waarop ouderlingen en diakenen worden gekozen, dan praat je ook over Wormer, een Noord-Hollandse NGK van een kleine 400 gemeenteleden. In deze gemeente wordt al sinds eind jaren tachtig het lot geworpen om te bepalen wie ouderling of diaken wordt. Een van de aanleidingen om hiertoe over te gaan, was het forse aantal grote families in de gemeente, weet ouderling Dirk-Jan Dirkmaat. Bijna altijd zat er wel een aantal familieleden met elkaar in de kerkenraad.
Om zelfs de gedachte aan blokvorming te vermijden, werd loting ingesteld.
Dirk-Jan Dirkmaat, zelf momenteel met twee schoonzoons in de kerkenraad: ‘Af en toe wordt het weer ter discussie gesteld. Er zijn gemeenteleden die het minder geslaagd vinden. Maar het overgrote deel van de gemeente blijkt er toch achter te
staan. Zelf vind ik het wel mooi. Het is heel bijbels. Je legt de uitkomst helemaal in Gods hand.’

‘In de hoed’
Voor zover bekend is Wormer de enige gemeente binnen de NGK die het lot werpt bij de verkiezing van ambtsdragers.
Dirkmaat: ‘Ik word wel eens gebeld door gemeenten die meer willen weten. We horen wel dat mensen het apart vinden, maar in het nieuwe testament werd regelmatig het lot geworpen als er een beslissing moest worden genomen.’ Overigens lijkt het grootste gedeelte van de procedure in Wormer op die in andere gemeenten. De gemeenteleden dragen broeders voor het ouderlingenambt en broeders en zusters voor het diakenambt voor. De kerkenraad vergadert erover en komt uiteindelijk met een aantal namen: in principe twee keer het aantal dat nodig is. De genoemden worden van tevoren benaderd. Geeft iemand aan dat hij niet bereid is een ambt te overwegen, dan moet hij of zij met heel goede redenen komen, aldus Dirkmaat. ‘Anderzijds: als iemand zegt dat hij het absoluut niet doet, heeft het geen zin om hem te laten meedoen.
Maar er wordt wel op je ingepraat, als je het niet wilt doen.’ Zijn kerkenraad en betrokken gemeenteleden eruit, dan gaan de namen ‘in de hoed’. Waarom dat zo wordt genoemd, weet Dirkmaat eigenlijk niet: ‘We gebruiken een soort schaal’.
De loting vindt vervolgens plaats aan het eind van een dienst. Dirkmaat: ‘De dominee komt naar beneden en leest de namen voor. Dan wordt er gebeden. Vervolgens worden de lootjes in een schaal gedaan. De dominee schudt, en haalt het
benodigde aantal lootjes eruit. Die zijn het dan.’

Van tevoren polsen
Of en hoe ouderlingen en diakenen voorafgaand aan hun eventuele kandidaatstelling worden benaderd, verschilt per plaats. Een aantal gemeenten vraagt de betrokkenen pas na hun verkiezing en benoeming door de kerkenraad, of ze bereid zijn hun ambt te aanvaarden. In andere gemeenten wordt voorafgaand aan de kandidaatstelling gevraagd, of betrokkenen akkoord gaan met kandidaatstelling en het eventueel daaruit voortkomende ambt.
In Wezep (bijna 1300 gemeenteleden) wordt kandidaten van tevoren meegedeeld dat ze op tal zijn gezet, maar worden ze nà hun kandidaatstelling in de kerkenraad en vóór de verkiezing niet gepolst of ze inderdaad willen, aldus ds. Jan Michiel de Groot. Hij legt uit dat er in het voortraject wel gepraat is met de betreffende gemeenteleden.
Zo komt tijdens huisbezoeken, indien dat van belang is, aan de orde hoe een gemeentelid tegen het vervullen van een ambt aankijkt.

Ds. de Groot: ‘Als de kerkenraad besluit iemand op tal te zetten, is er natuurlijk informatie.’ Ds. De Groot: ‘De stem van de gemeente weegt bij ons erg zwaar. De kerkenraad vraagt de gemeente om namen voor kandidaten en dat is bij ons geen wassen neus. Wij turven het aantal keren dat een naam vanuit de gemeente wordt genoemd. Als de kerkenraad erkent dat gemeenteleden die veel genoemd zijn, gaven hebben waarmee zij de gemeente als ouderling of diaken kunnen dienen, dan worden zij op tal gezet.’ Een reden om dat toch niet te doen, kan zijn dat iemand al veel werk doet in Gods Koninkrijk. Een andere is als bekend is dat iemand het ambt mentaal niet aankan: ‘We willen niet dat iemand overspannen wordt’. Een veeleisende baan op zich vindt de kerkenraad echter geen legitieme reden om af te zien van het ambt.

‘Tricky’
Kerkenraadsvoorzitter Dirk Jan Bakker uit Breukelen (bijna 300 leden), waar eenzelfde procedure wordt gevolgd als in Wezep: ‘Het is een beetje tricky. Enerzijds proberen we niet de eigen verantwoordelijkheid van mensen over te nemen; anderzijds houd je natuurlijk rekening met speciale omstandigheden van een persoon, als die bekend zijn. We gaan niet tot in het onredelijke iemand iets opleggen.’

In Rotterdam-Overschie (ruim 400 leden) wordt wel in het voortraject gepraat met gemeenteleden over mogelijke kandidaatstelling. Ds. Erik Mouissie: ‘Als iemand dan aangeeft dat hij of zij er tegenop ziet vanwege een drukke baan of omdat hij nog drie kinderen thuis heeft of een nieuwe studie is gestart, ja, dan weegt dat wel heel zwaar. Natuurlijk. Het kunnen stuk voor stuk heel goede redenen zijn om van een ambt af te zien. Daarop moet je heel alert zijn: of het in deze fase in iemands leven wel kan. Het is goed om daar van tevoren met elkaar over te praten en je daarover uit te spreken zonder dat een dergelijk gesprek al is belast met de verkiezing door de gemeente van die persoon.’

Kerkenraadsvoorzitter Bakker uit Breukelen ziet dat anders. ‘De ernst en de serieusheid van het vragen van ontheffing van het ambt vind ik meer in overeenstemming met het ambt dan dat je van tevoren met iemand praat, of hij of zij eventueel bereid is om een ambt te vervullen.
Gemeenteleden maken toch een meer verantwoordelijke afweging als ze gekozen en benoemd zijn, dan als ze gepolst worden of ze het zouden zien zitten. Het is minder vrijblijvend om na een benoeming ontheffing aan te vragen.
En dat vind ik goed, ja.
Die drempel is iets hoger en dat is ook goed. Het is niet niks als je wordt voorgedragen, gekozen en benoemd door de gemeente.’ Bakker meent bovendien dat het proces erg vertraagd en ingewikkeld wordt als je van tevoren gesprekken gaat voeren.
‘Je komt maar weinig mensen tegen die op voorhand van harte bereid zijn om een ambt op zich te nemen.’

Postzegelvereniging
Wordt er van tevoren niet gepolst, dan wordt er na verkiezing en benoeming van een ambtsdrager regelmatig een ontheffing aangevraagd. Ds. De Groot: ‘Dat gebeurt, ja. Maar als bij ons iemand ontheffing vraagt, gaat het vaak om iets tijdelijks. Dan blijkt dat hij het een of twee jaar later wel aankan. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het huisbezoek waar een ambt ter sprake is geweest, alweer een half jaar geleden is. Intussen kan er iets zijn veranderd in iemands persoonlijke omstandigheden waardoor hij het ambt niet kan aanvaarden.
Wezep is een grote gemeente; de kerkenraad is niet van alles op de hoogte.’ Bakker: ‘Ik heb niets tegen ontheffing aanvragen, als er dringende redenen zijn. Integendeel. Het is goed dat dat kan. Maar de procedure bepaalt de ambtsdragers erbij dat het wel om een serieuze zaak gaat. Niet of iemand het ambt wel kan combineren met zijn postzegelvereniging.’

Zonder verkiezing
In Emmeloord (bijna 500 leden) is het voortraject gelijk aan de eerder genoemde gemeenten. In de slotfase deed zich vorig jaar echter een nieuwe situatie voor. De gemeente (die natuurlijk als gebruikelijk wel betrokken was geweest bij het noemen van namen) hoefde niet te stemmen. Na de gebruikelijke procedure werden aan de gemeente acht kandidaten voorgesteld. Nadat niemand bezwaar had gemaakt tegen hun benoeming werden ze allemaal bevestigd. Volgens kerkenraadsvoorzitter Dirk Klaver had deze gang van zaken te maken met het invoeren van de beleidskerkenraad en waren er onder andere ouderlingen met een specifieke beleidstaak nodig.
‘We hadden in totaal acht ambtsdragers nodig. We hebben als gemeente en kerkenraad redelijk gericht gezocht naar gemeenteleden die hiervoor geschikt waren. Die vonden we uiteindelijk. Toen we tijdens de voorselectie tot acht kandidaten kwamen die door de kerkenraad geschikt waren bevonden en die bereid waren het ambt te aanvaarden, hebben we gemeend hen niet op tal te moeten zetten, maar voor te dragen. En zo is het gebeurd.’ Van een principieel besluit om het zo te doen, was in Emmeloord geen sprake, aldus Klaver. En of het in de toekomst weer eens zo zal gebeuren, weet hij ook nog niet. ‘In de gegeven situatie vonden we dit op dit moment het best voor onze gemeente.’ In tegenstelling tot Wezep werden in Emmeloord de kandidaten van tevoren gepolst.
‘Er is hier veel gebeurd de laatste tijd. We hebben er alle begrip voor als gemeenteleden zeggen: nog even niet.’

In Rotterdam-Overschie zal pastor Erik Mouissie niet snel het kiezen door de gemeente laten vallen. Ook niet als er sprake is van maar één kandidaat voor één vacature. Want tussen het geen bezwaar maken door de gemeente tegen een voorgedragen kandidaat en uitdrukkelijk ja-zeggen door de gemeente tegen een kandidaat, zit volgens hem een groot verschil.
‘Vooral voor de ambtsdrager zelf. Voor hem of haar is het belangrijk te weten dat je benoeming wordt gedragen door de gemeente. Of je nu gekozen bent uit een tweetal of alleen: je bent gekòzen.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief