Israël en de profetie (1)

1990-12-21
  • Jaargang 34
  • nummer 26
Wie zou in deze tijden niet een bijzondere interesse hebben voor de dingen, die zich in het Midden-Oosten afspelen? Een christen zal zich telkens afvragen, hoe hij ook in dit opzicht de krant naast de Bijbel kan lezen. Dat leidt onder meer tot de vraag, in hoeverre daar de profetieën uit het Oude Testament een rol spelen. Hebben we nog iets te verwachten rond de tempelberg, waar nu nog een moskee op staat? Is Saddam Hussein echt een nieuwe Nebukadnezar, zoals hij zichzelf verbeeldt?

Over dit onderwerp valt veel te lezen en te horen, van heel verschillende snit. Ik ben onlangs geschrokken terug gekomen van een studiedag op 12 november j.1. over 'Israël in profetisch perspectief', georganiseerd door Christenen voor Israël.
Het mooie van deze organisatie is, dat men zich op praktische wijze solidair betoont met Israël en dat men een prima tegenwicht biedt tegen de vaak eenzijdige berichtgeving over Israël.
Maar nu noem ik twee punten waar ik erg van schrok. Eerst was er een rede van dr. M.J. Paul (docent aan de Evangelische Hoqeschool), die desgevraagd zei dat op grond van zijn uitleg het niet mogelijk is, dat Christus morgen terug zou komen.
Verder hoorde ik met instemming de uitleg van Lance Lambert citeren, dat Paulus in Rom. 11 met zijn woorden over een 'gedeeltelijke verharding over Israël' zou bedoelen, dat de Joden slechts gedeeltelijk verhard zijn. Ze hebben Mozes en de profeten, ze missen alleen Christus maar.
Me dunkt, dat het hier niet om kleine foutjes gaat. Ik betwijfel of de sprekers zelf het willen, maar feit is dat zo de unieke plaats van Christus wordt gerelativeerd en dat de fundamenteel christelijke verwachting wordt ondergraven, dat we elk moment Christus' wederkomst moeten verwachten.
In deze studiedag vond ik aanleiding om enkele hoofdlijnen op papier te zetten van wat naar mijn inzicht onder ons vast zou moeten staan als we het over de profetie en de eindtijd hebben. Ik doe dat pas na veel aarzeling, omdat ik uit ervaring weet dat broeders en zusters met een bepaalde Israël-visie mateloos scherp kunnen reageren op kritiek.
Mag ik het toch proberen, in de overtuiging dat we samen een even kostbaar geloof hebben verkregen door de gerechtigheid van Jezus Christus.
Ik neem daarbij genoemde conferentie slechts als aanleiding.

1. Israël =Israël
Het is de st. Christenen voor Israël, die gekomen is met de spreuk 'Israël = Israël'. De bedoeling daarvan is, dat alles wat er in het Oude Testament geprofeteerd wordt over Israël, in onze tijd vervuld wordt in het land van de Israëli's. Concreet en letterlijk en aards, dus. Men richt zich met deze spreuk tegen de gedachte, dat de kerk de vervulling van Israël zou zijn. Het dilemma zou dus zijn: Israël = Israël of Israël = de kerk.
Terecht wijst men er wel op, dat het onheus is om alle zegeningen toe te passen op de kerk, en alle vloek op Israël. Dat gaat natuurlijk niet. Maar toch heeft Cvl ons met dit dilemma.
een slechte dienst bewezen. Het dilemma deugt niet. Men kan werkelijk niet volhouden dat het Nieuwe Testament onze aandacht bij uitstek richt op het land Palestina. Het is bijv. tekenend, dat de eerste christenen (en dat waren Joden!) hun akkertjes verkochten.
Aan de andere kant is het ook te verg rovend om te zeggen, dat 'de kerk' als instituut de vervulling zou zijn van alles wat in het Oude Testament voorzegd is. We moeten boven dit dilemma uit. En dan zien we, in alle duidelijkheid, dat de lijnen van de profetie samenkomen in die éne mens, in Jezus Christus onze Heer.
Toen Christus van zichzelf zei 'Ik ben de ware wijnstok' (Joh. 15), toen was het voor ieder duidelijk dat Hij zichzelf daarmee het ware Israël noemde.
Zoals de leeuw ons Nederlands symbool is, zo was in die dagen de wijnstok het nationaal symbool van Israël. Vanaf de munten van de Makkabeeën tot en met de grote druiventros die in de tempel hing.
Het is niet moeilijk te verstaan, waar dit symbool vandaan kwam. In het Oude Testament is de wijnstok immers meermalen symbool van Israël, vgl. Psalm 80 en Jesaja 5. Maar dan des te meer is het zeer sprekend als Jezus zichzelf de ware wijnstok noemt. Hij is de wijnstok die niet liegt en niet teleurstelt. In Hem en Hem alleen wordt vervuld wat God met Israël op het oog had.
Is het dan helemaal onzin om te zeggen dat de profetieën over Israël in de kerk vervuld worden? Nee, dat is geen onzin. Maar het is alleen waar via Christus. Het erfrecht van Israël bezitten we als kerk nooit in onszelf, maar alleen omdat en in zover we door het geloof deel hebben aan Christus. Wanneer we als een rank aan de wijnstok verbonden zijn.

2. Vervuld of onvervuld
Graag maakt men tegenwoordig een onderscheid tussen vervulde en onvervulde profetieën. De vervulde zijn nu dan even minder interessant, omdat we met het oog op Israël ons steeds opnieuw afvragen: komen nu de onvervulde profetieën misschien aan bod? Zo had iemand in Jesaja 17 gelezen, dat Damaskus een puinhoop zou worden. Welnu, de stad staat er nog. En zou het er nu dan misschien van gaan komen?
Maar heel deze manier van lezen past niet bij profetie. Het past bij waarzeggerij. Van waarzeggerijen kan men een lijst bijhouden en als er een vervuld is, dan kun je 'm afstrepen.
En dan zeg je: 't was mooi, maar die hebben we gehad! Maar profetie is geen waarzeggerij. Het is bediening van Gods woord met het oog op de concrete situatie. Als een profetie uitgekomen is, dan boek je 'm niet af, maar je bewaart 'm des te eerbiediger. Want het blijkt dan, dat die bewuste profetie ons op betrouwbare wijze iets van Gods stijl openbaart. Dan is er reden om aan te nemen, dat het nóg wel eens gebeurt.
En andersom: als een waarzegging nog niet uitgekomen is, dan hangt de betrouwbaarheid aan een zijden draad. Maar bij de profetie is dat toch heel anders? Meermalen is Gods vervulling van een profetie zoveel rijker dan je ooit gedacht had.
Met de letterlijke tekst klopt het dan niet meer, maar toch kun je in de vervulling zó duidelijk de hand van God zien! Denk aan Jona, die stellig profeteerde: "Nog veertig dagen en Ninevé wordt onderstboven gekeerd".
Een duidelijke profetie, zonder mitsen en maren. Maar toen het volk zich bekeerde, gebeurde het niet. En tàch merkte Jona op: "Had ik dat ntet gedacht toen ik nog in mijn land was? God zal wel weer lankmoedig en genadig zijn!"
Dat de Bijbelse manier van spreken over vervulling totaal anders is dan ons nu vanuit de Israël-theologie wordt voorgehouden, wordt eenvoudig duidelijk als we de zgn.
'vervullings-citaten' bij Mattheüs lezen. Er is Mattheüs veel aan gelegen om te laten zien, dat Christus de vervulling van de profetie is. Het zou een aparte studie waard zijn om deze citaten (zoals 1:22, 2:15,18,23) te bestuderen. Maar de tekst "Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen"
zou onder ons bepaald niet als 'onvervuld' te boek gestaan hebben. En zelfs de Immanuëlprofetie niet.
Het hele woord 'onvervuld' komt in de Bijbel slechts vier keer voor, en dan in belijdende uitspraken als Jozua 21:45: "Niet een van alle goede beloften, die de Here aan het huis van Israël had toegezegd, is onvervuld gebleven; alles is uitgekomen."
Zouden wij dat na de heerlijke komst van onze Heiland niet minstens even duidelijk zeggen? Alles is uitgekomen!

3. Vervuld in Christus
Daarom zou ik als eerste hoofdlijn in de beoordeling van de uitleg van een profetie willen geven: staat de vervulling in Christus wel centraal?
"Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons." (11Kor. 1:20).
We willen hiermee niet zeggen, dat er na de komst van Christus nooit meer een profetie vervuld wordt. We hoeven maar te denken aan al wat we bij Christus' wederkomst nog verwachten. Maar toch wel dit: we moeten uiterst terughoudend zijn om profetieën zó uit te leggen, dat het er niets toe doet dat Jezus Christus intussen gekomen is. Ook hier moet gezegd worden: profetieën zijn geen waarzeggerijen. Waarzeggerijen kun je als losse orakels beschouwen die ooit als een puzzel blijken te 'kloppen'.
Dan kun je ook zeggen: zoveel procent is al uitgekomen en zoveel procent nog niet.
Maar profetieën kun je zo niet kwantificeren.
Je kunt niet met recht beweren, dat zonder een wereldconflict rond de staat Israël zus en zoveel procent van de profetie onvervuld blijft. Dat gaat niet op, want de profetie heeft een midden: Jezus Christus.
Alle profetieën komen samen in Hem en door de manier waarop Hij ze vervult valt er een totaal nieuw licht op. Vergeleken bij de vervulling is alle profetie toch maar zoekwerk geweest.

In dit verband wijs ik op de woorden van Petrus: "Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna" (I Petrus 1:11).
Petrus laat hier duidelijk merken dat het voor de profeten echt zoeken is geweest om te verstaan wat Gods bedoeling toch zou zijn. Maar één ding is zeker: Christus is de vervuIling.
En de manier waarop Hij de profetie vervult moet beslissend zijn voor ons verstaan van de profeten.
Een voorbeeld: in de profetie van Ezechiël wordt een schitterend visioen van de nieuwe tempel geboden.
IMaar als we dan onze Heiland horen zeggen: "Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen" (Johannes 2:19), dan kunnen we dit nieuwe licht op de profetie toch niet negeren? Ik heb iemand uit onze kerken in een lezing horen verdedigen, dat er op de tempelberg nog een nieuwe tempel moet komen en dat de offerdienst daar hersteld wordt. "Ja", zei hij toen, "dat past wel niet in onze dogmatiek, maar de Schrift gaat boven onze dogmatiek". Maar wacht nu eens, de brief aan de Hebreeën die in z'n geheel over het eenmalige offer van Christus gaat, is toch geen dogmatiek? Onze broeder zou in deze tegenspraak een aanwijzing hebben kunnen vinden, dat hij de profetie anders moest lezen.

Om dit punt samen te vatten: alle leringen over de profetie die we zoal horen moeten we éérst toetsen aan de vraag of Christus er centraal in staat. We vinden in de profeten aankondigingen van zegen en vloek voor Israël. Welnu, het gaat inderdaad niet aan om de zegen toe te passen op de kerk en de vloek op Israël, zoals het verwijt vaak luidt.
Maar we moeten wel zeggen, dat beide in Christus vervuld zijn. De zegen over Israël breidde Hij uit tot alle volkeren. De vloek heeft Hij persoonlijk op zich genomen, tot zegen voor allen die in Hem zijn.
(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief