Dominees in dienst
1990-12-21
God's Eigen Wapen- Jaargang 34
- nummer 26
"God's eigen wapen" wordt het genoemd: De Koninklijke Marechaussee!
Misschien vanwege zijn bijzonder karakter. Of, misschien, omdat er verhoudingsgewijs, gerelateerd aan de samenleving in het algemeen, veel gelovigen te vinden zijn onder het beroepspersoneel. Dit laatste vermoedelijk vanwege het gezagsgetrouwe karakter van de Marechaussee.
Om als legerpredikant te mogen dienen bij 'God's eigen wapen' is een waar genoegen. Alleen alom de rijke schakering van het personeel en de diensten bij de Marechaussee.
Of het nu de 350 dienstplichtigen in de kazerne te Wezep betreft, of de 700 beroeps werkzaam in brigades KMAR in Gelderland en Overijssel (mijn werkterrein), er bestaat een rijkdom aan karakter, leeftijd en geloofsverschillen. Ook het werk zelf: escorteren van militaire colonnes, oefeningen, bewaking, politiediensten, grenscontroles bij vliegvelden, treinen en wegen etc.; het is alles zeer gevarieerd en boeiend.
En toch, ja zelfs bij de KMAR, hebben mensen niet alleen hun hebbelijkheden maar ook onhebbelijkheden, vraagtekens, moeiten, zorgen en spanningen. Ook aan de KMAR gaan de snelle veranderingen in de wereld niet voorbij. Ook daar wordt veel georganiseerd, worden mensen overgeplaatst, wordt er bezuinigd.
De EEG grenzen gaan open, de grenscontrole bij Duitsland en België wordt beëindigd, en mensen moeten afvloeien. Vanwege deze veranderende werksituatie en zeker niet minder vanwege het veranderende klimaat in onze maatschappij wat betreft waarden en normen, geloof, opvoeding, techniek, ethiek etc. is er ook bij velen binnen de KMAR behoefte aan een gesprek en reflectie over dingen die een houvast bieden in wankelende tijden.
Voor de GV (geestelijke verzorging) is het een uitdaging vanuit het eeuwenoude evangelie een licht te laten schijnen op de praktische problemen waarvoor men zich geplaatst ziet in deze tijden.
Dan wordt er gezocht, niet naar iets dat slechts blijft bij een symptoombestrijding, maar naar de wortels, die uitgroeien naar de sociaal-maatschappelijke-en geloofcrises waarin wij ons bevinden.
Mijn werk bij de KMAR bestaat dan ook hoofdzakelijk uit het voeren van vele gesprekken op allerlei bureaus, in het veld tijdens oefeningen, in mijn eigen geestelijke verzorgingscentra, of bij een ziekenbezoek thuis of in een ziekenhuis. Daarnaast zijn er nog de georganiseerde uren Geestelijke Verzorging, vaak in groepen van 20 dienstplichtigen, meestal voor een paar uur in de week en soms voor enkele dagen in een vormingscentrum.
En dan, als er maar gemiddeld één van de twintig jongens bijzit, die 'wel eens' naar de kerk gaat, dan begin je niet met schriftlezing en gebed, maar dan begin je met de wereld waarnaar hun belangstelling uitgaat en waarin zij leven. En door de gesprekken terug te voeren naar de waarom-vraag, de zinvraag, de vooronderstellingen en uitgangspunten, hoop je te komen tot het zelfbewust maken van hun eigen basis, de consequenties daarvan en de alternatieven die te vinden zijn in het christelijk geloof. Een moeilijke opgave, waarbij je vaak het gevoel hebt, dat je zendeling bent bij een modern Nederlands heidendom.
Naast al die gesprekken zijn er natuurlijk ook de kerkdiensten te velde, de pastorale bezoeken en het organisatorische- en vergaderwerk.
Een uiterst dankbare taak iets te laten zien van God's wapenrusting bij 'God's eigen wapen': Efeziërs 6:13 "Neemt daarom de wapenrusting Gods om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden".