Eindtoestand of beginsituatie?
1990-12-21
Kortgeleden stiet ik bij het vertalen van Hand. 14 op een probleempje.- Jaargang 34
- nummer 26
Men pleegt dit hoofdstuk als volgt in versgroepen op te delen: 1-7; 8-18; 19-20; 21-28. Boven de eerste drie pericopen staan in de NBG weliswaar geen aparte kopjes, maar toch laat deze weergave bij de verzen 1, 8 en 19 de tekst wél inspringen. De Willibrord-vertaling (vierde druk 1961) zet én boven v. 1 én boven v. 8 een nieuw kopje; niét boven v. 19.
Evenzo doen de Friese Vertaling (1978) en Groot Nieuws (1983). KBS 871 wijkt in zoverre af, dat daar kopjes staan boven 1-7, 8-20a en 20b-28.
Zoals straks zal blijken, is de afsplitsing van 20b - de vermelding van de verlegging van het werkterrein - van het voorafgaande te verwerpen.
De 'progressive form'
Waar ik tegen steigerde was de overgang van de eerste pericoop naar de tweede; de verzen 7 en 8 dus. Wat is nl. het geval? Men vertaalt v. 7 als volgt: " ...en verkondigden daar een tijdlang het evangelie" (NBG).
"Ook daar predikten zij het evangelie" (Will.).
" ...en dêr brochten ze it evangeelje ek" (Fr. Vert.).
"En daar verkondigden ze het grote nieuws" (Gr. Nws.).
"Daar zetten zij de verkondiging van het evangelie voort" (KBS 87).
Men trekt dus v. 7 bij v. 6. NBG en Fr. Vert. laten de zin uit v. 6 zelfs doorlopen en beginnen v. 7 niet eens met een hoofdletter. Dat laatste is overigens in overeenstemming met de griekse-tekstuitgave van zowel Aland c.s. (1966) als van Nestle-
Aland (1979). Ook deze beide uitgaven leggen de caesuur ná v. 7 (met nieuw kopje Aland c.s.; zonder kopje, maar wel met inspringing Nestle-Aland) .
Echter: de griekse tekst geeft in v. 7 een werkwoordsvorm waaraan met geen van de boven aangehaalde vertalingen recht wordt gedaan. Er staat nl.: "En daar waren zij het evangelie verkondigende". (In het Engels spreekt men in zo'n geval van een 'progressive form'.) M.a.w. er wordt niét een handeling genoemd die aansluit op die van v. 6 ("zij namen de wijk"); er wordtintegendeel - een toestand geschilderd.
Ons wordt niet vermeld, dat de apostelen na hun vlucht daar (in Lystra en Derbe) gaan prediken; nee, ze worden ons voor ogen geschilderd in hun prediking daar.
De verlegging van het werkterrein
Dat feit roept toch de vraag op, of wij er goed aan doen de caesuur te leggen tussen v. 7 en v. 8. Wat in v. 7 gezegd wordt is toch geen eindtoestand waarin de gebeurtenissen van de eerste pericoop zich consoli-.
deren? Het is veeleer de beginsituatie van het verhaal van de tweede pericoop.
Met v. 6 ("ze namen de wijk naar de Lycaonische steden Lystra en Derbe en omgeving") komt een eind aan wat de apostelen in Iconium deden en aan wat hun daar wedervoer. Ze verleggen nu hun arbeidsterrein naar elders. Onder v. 6 hoort dus de streep te worden getrokken. Daarna vermeldt dan v. 7 de situatie op het nieuwe arbeidsveld waarin zich het in de nu volgende pericoop beschreven gebeuren afspeelt.
Verbinding van v. 7 met v. 8 ligt temeer voor de hand, omdat ook v. 8 een toestand vermeldt: "er zat daar een lamme". De handeling begint pas in v. 9: de man gaat luisteren naar Paulus' toespraak.
Nevenschikking of onderschikking?
Lucas vermeldt de beide toestanden - die in v. 7 en die in v. 8 - nevengeschikt: "En zij waren daar predikende en er zat een man". Maar in de vertaling kunnen wij toch wel beter onderschikking toepassen: ,,(7) En toen zij daar de goede boodschap aan het verkondigen waren, (8) zat er (onder hun gehoor) een man."
Werkwoordsvorm en verhaalstructuur
bij Lucas Om te voorkomen dat ik me door een ingeving van het ogenblik zou laten verleiden tot revolutionaire dingen, heb ik me eens even nader verdiept in Lucas' verhaaltrant. Toen bleek, dat deze auteur graag van de 'progressive form' gebruik maakt om bij het begin van een nieuwe gebeurtenis de situatie te beschrijven waarin wat nu volgt zich afspeelt 2. Ik noem een zevental voorbeelden uit zijn evangelie: 1. 2, 8 "En herders waren in die streek in het veld overnachtende en wacht houdende over hun kudde".
Een situatie-tekening. En dan volgt, wat er in die situatie gebeurt: een engel verschijnt hun, die blij nieuws brengt... enz.
2.5, 17 "En het gebeurde op een dag, dat Hij aan het leren was en dat Farizeeën en wetsieraars (onder zijn gehoor) gezeten waren". Dit is wel een heel nauwkeurige parallel van Hand. 14, 7.8: een leraar bezig met zijn onderricht en hoorders aan zijn voeten gezeten. Nu, die situatie vormt het kader waarin zich de nu volgende gebeurtenis afspeelt: een verlamde wordt door het dak voor Jezus' voeten neergelaten, ontvangt vergeving van zonden en wordt genezen.
3. 11, 14 "En Hij was bezig een bozen geest uit te drijven, die zijn slachtoffer de spraak benam". Zo was de situatie. En dan gebeurt het: de geest verlaat den man, en deze begint te praten; de menigte staat perplex, maar sommigen zeggen: "dat doet Hij door Beëlzebul!"
4. 13, 10 "Hij was op een sabbat aan het onderwijzen in een van de synagogen".
En tijdens die dienst vindt de vervolgens. beschreven genezing plaats.
5. 14, 1 "Het gebeurde eens, toen Hij op sabbat het huis van een van de leidinggevende Farizeeën binnenging om de maaltijd te gebruiken, dat zij op het vinkentouw zaten"
(letterlijk: "Hem bespiedende waren").
Nu, onder die spiedende ogen gebeurt het volgende: Hij wordt geconfronteerd met iemand die aan waterzucht lijdt, stelt de Farizeeën een vraag, maar krijgt geen antwoord, en geneest den man.
6. 15, 1 "Alle tollenaars en zondaars waren bezig in Jezus' nabijheid te komen om naar Hem te luisteren".
Opnieuw: de situatie, waarin zich wat nu volgt afspeelt: de Farizeeën laten zich over dat feit misprijzend uit, maar dan vertelt Jezus hun drie gelijkenissen.
7.24,13 "Laten nu net op die dag twee van hen op stap zijn naar een dorp twee uur gaans van Jeruzalem".
En tijdens die wandeling komt dan de vervolgens door Lucas verhaalde ontmoeting met den vreemdeling, die met hen oploopt en spreekt, en die tenslotte Jezus blijkt te zijn.
In alle bovenvermelde vertalingen begint met de zeven hier genoemde teksten een nieuwe pericoop. Ik meen dan ook, dat, wil men consistent zijn in het honoreren van Lucas' verhaalstructuur, in Hand. 14 de caesuur na v. 6 hoort te vallen, en niét na v. 7.
Andere caesuurfouten
Terloops kwam ik tot de ontdekking, dat in elk geval op twee andere vergelijkbare plaatsen in Lucas iets is mis gegaan met de tekstindeling.
Alleen heeft men daar niet, zoals in Hand. 14, de caesuur te laat, maar te vroeg aangebracht. Beide pericopen waarom het hier gaat, vindt men in Luc. 4. Ik geef nu maar aanstonds de m.i. juiste indeling: ,,(30) Maar na zich een weg te hebben gebaand tussen hen door ging Hij zijns weegs (31a) en begaf zich naar Kapernaüm. (31b) Daar was Hij op sabbat hen aan het onderwijzen (32) en zij stonden versteld over zijn leer, omdat zijn spreken gepaard ging met gezag.
(33) Nu was daar in de synagoge iemand, behept met een vuilen daemon die hem begeesterde. Deze zette een keel op... enz."
Alle bovengenoemde vertalingen zetten boven v. 31 een nieuwe kop.
Maar het is duidelijk: v. 31a bevat een mededeling over Jezus' verlegging van zijn werkterrein, die precies correspondeert op de mededeling in Hand. 14, 6. Dááronder hoort men dus de streep te trekken. En dan begint in v. 31b de nieuwe pericoop met een situatietekeningopnieuw, net als in 5, 17 en Hand. 14, 7.8, met twee 'componenten': iemand die bezig is te leren (Jezus) en iemand die zich onder zijn gehoor bevindt (een bezetene) - waarna vervolgens het gebeuren in die synagoge beschreven wordt.
Vlak daarna vinden we het tweede geval, nl. daar waar déze pericoopdie over Jezus' optreden in de synagoge van Kapernaüm - wordt afgesloten: ,,(37) en zijn roep verbreidde zich tot in elke hoek van het omliggend gebied, (38a) maar Hij stond op uit de synagoge en begaf zich naar Simons huis". Hier hebben we weer een afsluiting van de pericoop met de vermelding van het verleggen van Jezus' werkterrein. Daarna komt de nieuwe pericoop: ,,(38b) Nu lag Simons schoonmoeder in de greep van een hevige koorts (letterlijk: "was vastgehouden wordende door een hevige koorts"). Zij riepen zijn hulp voor haar in. (39) Hij ging aan haar hoofdeinde staan ... enz."
Opnieuw hebben de bovenvermelde vertalingen hier reeds na v. 37 de streep getrokken, Will., Fr. Vert. en Gr. Nws. met een nieuwe kop boven v. 38, NBG en KBS 87 alleen door de tekst te laten inspringen.
Naderhand stiet ik op nóg een geval in Hd. 16. Daar meldt Lucas in v. 10, dat zij na het nachtelijk visioen van Paulus (v. 9) "dadelijk een gelegenheid zochten uit Macedonië te vertrekken".
Er wordt vaart achter gezet: dat hoort men doorklinken in wat vv . 11 en 12a in één adem laten volgen: "En weggevaren uit Troas koersten we regelrecht naar Samothrace, de dag daarop naar Neapolis, en vandaar naar Philippi, een stad in het eerste district van Macedonië".
(De tekst van deze bijstelling bij 'Philippi' is enigszins onzeker.) Daarmee is het werkterrein van Paulus verlegd van Asia naar Macedonië.
Hier hoort dus de pericoop te eindigen.
Dan volgt in 12b de bekende 'progressive form': "En wij waren in die stad enkele dagen vertoevende ".
Tijdens dat verblijf heeft dan de ontmoeting met Lydia plaats (vv. 13-15). Men zou in de vertaling v. 12b gerust wat nauwer aan wat volgt mogen verbinden: "Tijdens ons verblijf van enkele dagen in die stad gingen we op de sabbathdag de poort uit. .."
De vijf bovengenoemde vertalingen echter trekken de streep tussen v. 10 en v. 11, Will., Fr. Vert., Gr. Nws en KBS 87 mèt een nieuwe kop, daarzonder NBG, die bij v. 11 de tekst alleen laat inspringen.
Belangrijk?
Misschien zal iemand vragen, of het de moeite waard is zich over zulke kleinigheden te buigen.
Wel, ik geloof echt niet, dat het begrip van den lezer ernstig door zulke fouten als ik hier signaleerde, geschaad wordt. Maar.als Lucas de moeite nam zijn verhalen zorgvuldig en overzichtelijk te structureren, dan mogen wij best de moeite nemen hem ook daarin getrouw weer te geven. En ik ben overtuigd, dat de vertalers wier werk ik boven citeerde, dit van harte met mij eens zullen zijn. En dat men bij een nieuwe vertaling - en die zal er, naar het zich na de laatste RCOBconferentie laat aanzien, wellicht komen - bereid zal zijn ook in dit opzicht met nog groter nauwkeurigheid te werk te gaan dan tot dusver.
Noten
1 KBS 87 staat voor: De vier Evangeliën en de Handelingen der apostelen uit de grondtekst vertaald. Vertaling in opdracht van de Katholieke Bijbelstichting. MCMLXXXVII, Boxtel, in samenwerking met de Vlaamse Bijbetstlchtlnq, Leuven. Blijkens het colofon zijn Lucas en Handelingen daarin van de hand van Dr. P.J. Farla, Drs. S.J. Noorda en Dr. W.J.C. Weren.
2. Waarmee niet gezegd wil zijn, dat hij de bewuste constructie tot deze gevallen beperkt.