Heilige zorgeloosheid
1992-10-09
Mischien zal één van U zeggen: "Zie je wel hoe onwerkelijk de Bijbel is? Wie kan zich nu verblijden en dan nog wel altijd? De man die dit geschreven heeft, heeft dit natuurlijk gedaan op een zonovergoten middag, in de achtertuin, benen over een stoel, nippend aan een koel glas bier. Zal ik U even voorstellen aan de schrijver van deze woorden? Het is de grootste zendeling aller tijden geweest. Paulus van Tarsen. Wat heeft deze man niet meegemaakt.- Jaargang 36
- nummer 21
Dagen zonder eten, nachten zonder slaap, bijna doodgeslagen door z'n eigen landgenoten, gestenigd door heidenen, schipbreuk geleden en toen hij deze brief schreef, zat hij niet in een achtertuin van een prachtige villa, maar in de gevangenis. En dan de mensen aan wie hij deze brief schreef en die hij oproept om blij te zijn ... het was voor hen de boze tijd van keizer Nero. In de arena werden de mannen en vrouwen en kinderen voor de leeuwen geworpen en verscheurd.
Begrijpt U het? Toen er niets te zingen was, niets om blij mee te zijn was, toen er alleen maar wat te zuchten en te vloeken was, toen schreef Paulus deze brief. Kijk, dat is de achtergrond, waartegen U deze woorden van blijdschap moet lezen. Och, als alles goed gaat dan wil je wel blij zijn, maar om het te zeggen als er moeite en verdriet op je weg ligt, als zorg je leven binnenkomt, als mensen je krenken, - ja, als God zelf met eigen handen je levensweg met ruwe breekijzers openbreekt, om het te zeggen als je met Job op de ashoop belandt - kun je je dan ook verblijden? Altijd verblijden? Ja dat kan.
Want blij zijn in de Here, dat is niet hetzelfde als plezier hebben en lol maken. D'r is ontzaglijk veel surrogaat op het gebied van de blijdschap, want die kun je voor geld kopen, want de mensen hebben ondanks de economische recessie toch nog wat aardig geld om handen. Maar ... 't bevredigt je hart niet. Diep onbevredigd smijt je je glas in stukken. Er is maar één Weg waarop je werkelijk blij kunt wezen. Dat is de Weg van het geloof in de Here Jezus Christus. Als dat aanslaat, mensen, dan word je tot in de diepste lagen van je hart blij.
Komt U vandaag veel blijde mensen tegen? Ja, wel veel harde gezichten, gesloten gezichten, ook mensen met angst in hun hart. En als je ze dan vraagt waarvoor ze bang zijn, dan blijkt het vaak dat het voor mensen is die om hen heen leven. Mensen die hen opjagen, die hun van hun stoel willen dringen, die hun baantje willen inpikken. Soms zijn ze bang voor de dood, als hun levenshuis steentje voor steentje wordt afgebroken en ze tenslotte over de laatste drempel moeten strompelen. Maar meestal hebben de mensen angst voor zichzelf. Zijn ze bang dat ze zichzelf niet meer in de hand kunnen houden en dat ze gekke dingen gaan doen. Dan vraagt het hart om diepe blijdschap en echte vrede.
Is die dan ergens op deze barre wereld te vinden? Is het niet vreselijk ongeloofwaardig?
Ik denk, dat U Paulus een grote idealist vindt. Iemand, die de nuchtere werkelijkheid uit het oog heeft verloren en niet meer met de beide benen op de grond staat. Nee hoor, zegt Paulus, ik blijf het zeggen tegen alle tegenwerpingen in.
Verblijd U! Want Uw blijdschap vindt haar wortels niet in Uzelf en in de omstandigheden maar in de Here Jezus!
Omdat Hij altijd in je leven wil zijn, kun je je altijd verblijden. Die blijdschap is niet alleen waardevol voor jezelf, maar ook andere mensen delen daarin mee. Zelfs tegenover hen, die U smaden, een hak zetten, belazeren. Paulus zegt: "Toch maar vriendelijk zijn voor alle mensen". En het woord dat hier staat voor "vriendelijk", betekent eigenlijk: "meegaand". Het is zoals de Here Jezus zegt: "Als iemand U dwingt één mijl te gaan, ga dan twee mijl. Dan ben je meegaand. Als iemand naar mij toekomt en op mijn plaats wil staan, dan maak ik me niet breed, met de armen afwerend voor me uit, nee dan ga ik opzij.
Wilt U zich even konkreet voorstellen wat dat betekende voor de mensen aan wie Paulus z'n brief schreef? De Christenen waren daar yreemdelingen in eigen stad. Ze lagen in het vuur van de haat en werden verguisd door hun eigen landgenoten. Dat kwam door hun geloof. Omdat ze de Here Jezus lief hadden. En soms werden ze kleingelovig.
Soms wilden ze terugslaan, met gelijke munt betalen. Maar Paulus zegt: "Je moet opzij gaan; als de andere je stoel wil pakken, dan moet je maar opstaan."
Of dàt opvalt in een wereld, die stikt van egoïsme en op jezelf aanhalen. Of dàt opvalt in een wereld, waar de één de ander als concurrent ziet. Ik zou U willen vragen: "Is onze meegaandheid, onze vriendelijkheid bekend aan alle mensen, met wie wij in aanraking komen?" Of zeggen ze: "Het maakt niet uit of je nu met een Christen of met een niet Christen te maken krijgt. Ze zijn allemaal met hetzelfde sop overgoten, met een verbeten gezicht staan ze op hun recht, op hun gelijk. Wat laten ze dan weinig van de gestalte van de Here Jezus zien." Want Hij heeft niet Zichzelf in de dood gegeven voor zondaren!
Kent U het verhaal van de Chinese zendeling Watchman Nee? Hij vertelt in één van zijn boeken over een rijstboer, die een prachtige waterbevloeiingssysteem voor zijn akker had bedacht. Zijn rijstveld stond er prachtig voor. Veel mooier dan dat van zijn buurman. Deze was dat een doorn in het oog; hij zag scheel van jaloezie. Op een morgen stak hij een gat in de dam en liet het water op zijn akker vloeien. Wat zouden U en ik in zo'n geval doen? Op hoge benen naar die buurman toegaan, hem de huid volschelden
en hem nooit een blik waardig keuren, niet waar? Zo gaat dat in deze wereld. Maar die Chinese boer deed het anders.
Hij ging de volgende morgen heel vroeg uit zijn bed, bevloeide eerst het akkertje van zijn buurman. Toen hij daar mee klaar was, ging hij met zijn eigen akker aan de gang. Deze boer kon dit opbrengen omdat hij door Jezus Christus veranderd was. Hij had geen handen, die als klauwen alles naar zich toegraaiden. Hij had zegenende handen gekregen, door de Here Jezus Christus. Zou U dat kunnen opbrengen? Blij zijn, vriendelijk zijn? U zegt: "Dat red ik nooit, daar loop ik mee vast." En toch kan het. Weet U - het geheim daarvan ligt niet in Uzelf. Het ligt in God. En dat zegt Paulus dan ook. U moet alles wat U tekort komt, alles wat U dwars zit, dat moet U bekend maken bij God.
De Here God nodigt U daartoe uit. Hij zegt: "Schrijf nou eens alles op wat U bezorgd maakt, pak 's een papier en schrijf het op, alles wat een last voor U is". Bent U bang dat het met Uw kinderen niet goed gaat? Bent U bang dat U Uw baan verliest en dat U nooit meer aan het werk komt? Bent U bang dat Uw huwelijk op de klippen loopt? Bent U bang voor het onderzoek in het ziekenhuis en dat de dokter zegt: "Ja mevrouw, het is ...", en U wankelt de spreekkamer uit? Bent U bang dat Uw leven zinloos is en U wilt al naar dat doosje grijpen daar op dat nachtkastje om in te slapen en nooit meer wakker te worden? Bent U bang ...?
Wat een zorgen en angst. En de Bijbel zegt niet: 0, dat valt allemaal wel mee.
Die schoffelt dat niet onder grond. Het valt nièt mee! Duizend zorgen kwellen mijn hart.
Maar de Bijbel zegt ook: Uw kracht schiet daarin te kort. Die zorgen groeien U boven het hoofd. U moet daarmee naar een Ander toe, naar God toe. Breng dat belastend pakket naar de Here God toe en Hij zal zeggen: "Fijn, kind van Mij, dat je gekomen bent, hier, hou je jas wagenwijd open en Ik zal je geven wat je nodig hebt. Pak aan, het is helemaal gratis enne ...
morgen kom je toch weer hè? Zo'n God hebben wij. Met zo'n God kunnen we heerlijk onbezorgd zijn.
"Weest in geen ding bezorgd." Nou, dat moet echt tegen ons gezegd worden.
Want wij zijn over zo veel dingen bezorgd. We zitten over van alles en nog wat in. En wat kunnen we het er verschrikkelijk benauwd onder hebben.
Overdag dan gaat het nog wel, dan is er 't werk of de drukte van de kinderen, en dan lopen de verpleegsters de zaal in en uit. 's Avonds, als de lichten uit zijn en ik alleen zit op m'n kamer, alleen lig in bed, dan wordt het wereldje zo klein, dan wil de slaap niet komen, en ik draai me om van de ene kant op de andere en alle zorgen klimmen bij me in bed. Ik krijg er een slapeloze nacht van, je wordt er gek van. Daar staan ze dan, al die zorgen, als reuzen op een rij. En hier ligt dan die kleine man, die kleine vrouw die ik ben. Zullen we maar inpakken en wegwezen?
Op de loop voor al die reuzen die je omstrengeld houden als de vangarmen van een inktvis.
"Wel", zegt Paulus, "vort ermee". Leg alles, al Uw wensen in de handen van God. Werpt al Uw bekommenis op Hem, want Hij zorgt voor U. Iemand zei 's: ,,'s Avonds als ik ga slapen, dan zeg ik tegen God, Here God, ik heb de hele dag voor van alles en nog wat gezorgd, maar ik wil niet bezorgd zijn en ik wil er niet in blijven rondtollen zodat ik er niet van kan slapen.
Hier hebt U het allemaal, ik leg het in Uw hand en nu ga ik slapen". Doet U dat, geef alles over aan God en doe dat "met dankzegging" zegt Paulus.
Het staat er zo heel onopvallend tussen. Paulus wil maar zeggen: "U zult wel een heleboel zorgen hebben, dat zal wel waar zijn, daar doe ik niks vanaf, maar kijk ook eens wat God allemaal voor U klaargezet heeft". Tel Uw zegeningen, tel ze één voor één. Zullen we zo gaan leven. De zorgen in Gods handen leggen en Gods zegeningen in onze handen nemen.
En dan staan we er met tranen in de ogen naar te kijken en we zeggen met een diepe klank in onze stem: "Here God, wat bent U goed en wat ben ik blij dat ik bij U mag uitrusten".
Want, echt waar ... dan zal een vrede en rust in ons hart komen, dan raak je die verschrikkelijke spanning kwijt, dat leven waardoor je van de zenuwen de nagels van je vingers bijt, dan word je rustig. Daar komt een vrede in je hart, waar je met je verstand niet bij kunt. En de mensen om je heen die begrijpen er niks van, ze zeggen: "Wat is er toch met die Janssen gebeurd, dat is een heel andere vent geworden, zo rustig, zo vol vertrouwen, ik zou onder die omstandigheden radeloos zijn en ik zou er geen gat meer inzien". Dat is ook zo. Buiten God is er onrust en angst. Maar God wil ons hart behoeden en onze gedachten behoeden. Die gedachten die zo wild door ons hoofd jagen. Hij geeft ons vrede.
Ik zou U willen zeggen, leeft U zó in deze wereld. Dat is nou het geheim van het geloof in God. Ik verzeker U, dan wordt U een fijn mens, een gelukkig mens. Dan kunt U zelfs psalmen zingen in een duistere nacht.
(Schriftoverdenking,gehoudenvoor de E.O.-radio)