Over geloof en theologie
1992-10-09
Bij wijze van voorbeeld- Jaargang 36
- nummer 21
"Zo haast als men hetzelve hebben kan" heeft professor Troost in het vorige nummer van ons blad gereageerd op mijn opmerking in het v66rvorige nummer over het woordje 'is' of 'zij' dat bij de zegen in de kerkdienst gebruikt wordt. Ik had aan de onder ons wel voorkomende gewoonte om bij de zegen aan het eind van de dienst de IS-vorm te gebruiken ('De genade van onze Here Jezus Christus IS met u allen') voor een ogenblik de kwestie van de toe-eigening des heils opgehangen.
De lezer weet, daarover liggen de christelijke gereformeerden enerzijds en de vrijgemaakten en nederlands gereformeerden aan de andere kant wat met elkaar overhoop. Komt, zo vragen de christelijke gereformeerden bij herhaling, bij ons de toe-eigening des heils wel voldoende aan de orde?
Nu hoor ik onze mensen in een zekere irritatie wel eens vragen wat of die toe-eigening des hei Is nu helemaal is?
Ze kunnen zich er weinig bij voorstellen. Daar zal de ouderwetsheid van de term wel iets mee te maken hebben.
Dit vragen nu in eigen kring had mij ertoe gebracht op zoek te gaan naar een concreet voorbeeld waarmee ik de kwestie zou kunnen verduidelijken en de mensen voor het verschil gevoelig zou kunnen maken. Aha, de zegen in de kerk, daar hoef je geen boeken, kranten of rapporten over te lezen, dat is een ook voor de eenvoudigsten herkenbaar punt, zo was mijn gedachte.
Laat ik dus aan de hand daarvan het verschilpunt illustreren. Ik voel me in het kiezen van dit voorbeeld ook na het artikel van professor Troost nog steeds geslaagd,-Iaat ik dat vooropstellen.
Ik verbeeld me zelfs uit de reaktie van professor Troost op te maken hoe raak ik schoot. Aan het eind van een christelijke gereformeerde kerkdienst zul je de zegen in de IS-vorm inderdaad niet zo gauw tegenkomen en dat hangt werkelijk samen met hun nadruk leggen op die toe-eigening des heils.
Tegemoetkoming
Professor Troost vecht die voorbeeldfunctie van mijn verhaal ook eigenlijk niet aan. Het gaat hem om dat gebruik zelf en hij vindt dat het principieel niets uitmaakt wat voor vorm (de IS-vorm of de ZIJ-vorm) je in de eredienst gebruikt. De genade IS met u allen of ZIJ met u allen, het is om het even. Nu, dat is ruim gesteld en daar valt dus over te praten. Ik van mijn kant zal iemand die de stellige zegswijze hanteert ook zeker niet kerkelijk willen bemoeilijken. Alleen, ik heb mijn voorkeur uitgesproken voor de ZIJ-vorm, en wel met argumenten. En dat komt weer omdat ik op het punt van die toe-eigening des heils een beetje christelijk gereformeerd ben, zoals ik wel bij meer gelegenheden heb laten doorschemeren.
Ik vind verder dat het hier een punt betreft waarin we de christelijke gereformeerden gemakkelijk tegemoet kunnen komen want (en nu herhaal ik een belangrijk argument uit mijn betoog) als je zegt: "De genade van onze Here Jezus Christus ZIJ met u allen", dan doet die wensvorm 'zij' niets af van de onomstotelijkheid van Gods genadewil voor ons. Met andere woorden, wij leveren met dat 'zij' niets in van wat ons terecht hoog zit: de volkomen geldigheid van al Gods beloften.
Slechts lopen wij niet vooruit op het gelovig aanvaarden van deze toezegging aan de zijde van de mens.
Gods zegen over ons leven is immers afhankelijk gesteld van de voorwaarde van geloof en bekering, zoals onder alle christenen vaststaat.
Theologie-vrij?
Maar nu staat er nog iets meer in het artikel van professor Troost. Hij brengt het door mij aangedragen punt in verband met een hoofdlijn die door zijn artikelen van de laatste tijd heenloopt.
Zelf geeft hij daar deze samenvatting van: Geloof is geen theologie en theologie (ook goede theologie) is geen geloof. Daarmee brengt hij een distinctie aan die ook mij waardevol en dierbaar is. Je zult tussen die twee, geloof en theologie, inderdaad onderscheid moeten maken hoe moeilijk dat soms ook kan zijn. Maar waar ik niet in mee kan komen is dat hij mij met mijn opmerking over die zegen in de kerkdienst in het bankje van de theologen zet. Terwijl hij van zijn eigen mening die hij verkapt als objectieve situatiebeschrijving tegenover de mijne stelt beweert dat ze theologie-vrij is. En een theologie-vrije mening of visie is zoveel als een geloofskijk waar eigenlijk niet over gediscussieerd kan worden en die daardoor het air van onweersprekelijkheid krijgt. Nu, daarin kan ik het niet mee eens zijn. Eerlijk gezegd ken en erken ik geen theologie-vrije zones in ons geloof. Theologie doet altijd mee, tot in het hart van geloof en kerkdienst toe.
Wat Troost dan ook onder het kopje 'de situatie van een kerkdienst' te berde brengt, daarvan zal een christelijke gereformeerde terecht zeggen dat het een typisch vrijgemaakte gemeentebeschouwing is. Hij zal die niet direkt afwijzen maar hij zal vinden dat ze aanvulling nodig heeft wil het beeld van de gemeente niet te idealistisch en te werkelijkheidsvreemd uitvallen.
Een geloofsvisie? Zeker, aan beide kanten. Maar evenzeer aan beide kanten met theologie doorspekt. Dat is geen schandewant dat kan m.i. niet anders. '
Het nut van theologische training
Ik ga nog wat verder en stel de vraag of het wel waar is dat naarmate je de kern van ons christelijke geloof nadert de theologie een afnemende rol speelt. Eerst wou ik dit Troost als tegemoetkoming aanbieden maar bij nader inzien heb ik toch mijn twijfels. Ogenschijnlijk is dit inderdaad het geval. Hoe dichter bij de kern hoe minder theologie. Je valt dan immers terug op rectitstreekse woorden van de Schrift of de belijdenis zelf. Maar toch is ook dan de theologie allesbehalve afwezig.
Zo kun je het meemaken dat je in een kerkdienst op een gelovige en warme wijze voor de kern van de evangelieboodschap wordt neergezet terwijl je toch bij jezelf moet verzuchten: ik wou dat de man de grammatika van het geloof wat beter beheerste want hij vergast ons nu herhaaldelijk op onscherpe en misverstandwekkende formuleringen. Het nut van theologische training is nu juist dat die hoofdzaken van het geloof glashelder worden neergezet in een eigentijdse vorm en zonder de belastingen van een voorbije kultuur. Wanneer de theologie ontbreekt verarmt de prediking, zoals je bij de evangelischen kunt zien. Je ziet het trouwens ook bij de dominee die niet studeert. En behalve dat zo'n prediking verarmt schiet ze ook nog bok na bok. Ze verheft bijkomstigheden tot hoofdzaak terwijl wat echt belangrijk is bloedarmoedig wordt behandeld.
Ik heb in de kerk van Amsterdam vaak onder het gehoor van professor Troost gezeten. Ik heb ervan genoten.
Hij bracht geen theologie maar je kon heel goed merken dat er een theologisch geschoolde aan het woord was die wist waar de voetangels en de klemmen liggen en die ons daar bekwaam langs voerde, niet in.
Niet-theologische prediking pleegt daarentegen overal in te tuinen. Geen val of je hoort hem tijdens het luisteren dichtklappen. Maar zijn er dan geen machtige lekenpredikers geweest, de hele geschiedenis door?
Natuurlijk zijn die er geweest! Maar het waren tegelijk machtige lekentheologen. Ze wisten de latijnse namen waarvan de akademische theologie zich bedient weliswaar niet te hanteren maar de werkelijkheden die ermee bedoeld worden kenden zij des te beter. Mijn vurig of eigenlijk nuchter pleidooi voor de theologie moet dan ook niet uitgelegd worden als een soort jaloerse gilde-bescherming of oktrooi-beveiliging. Welnee, hoemeer theologie hoe meer vreugd! Volgens mij doet iedere bewuste gelovige aan theologie en soms sta ik versteld van het theologisch vermogen van ook mijn jongste katechisanten. Alle nadenken over het geloof kun je theologie noemen. Geschoold of niet geschooid, gestruktureerd of minder gestruktureerd, dat zijn dan onderscheidingen die zich vervolgens aandienen, maar dat nadenken zelf, het moet theologie heten of we dat nu leuk vinden of niet.
Bespreekbaar
Nochtans valt dat nadenken met het geloof zelf niet samen. Terecht zegt Troost dat het geloof de gedistancieerdheid mist die aan het theologisch nadenken eigen is. Het geloof is direkt. Okee. Toch draagt elke geloofsvoorstelling een theologisch kleed. En maar goed ook want zo blijven de dingen van het geloof bespreekbaar.
Hier kom ik toe aan mijn grootste bezwaar tegen de theologie-vrije zone waarin Troost de kerkdienst wil plaatsen.
Meningen, optieken, benaderingen en wat menselijks meer, het wordt op die manier bekleed met een gezag dat het niet toekomt. Dat valt me wel meer op bij mensen die geloof en theologie niet alleen onderscheiden maar ook nog scheiden: Het zijn zulke slechte diskussieerders, ze lanceren hun meningen met het aplomb van 'Zo zegt de HERE' en maken ze daardoor onbespreekbaar. Profetisch noemen ze dat. En toegegeven, er zijn profetische situaties te bedenken waarin dit zonder meer gepast is. "Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt!", schrijft de apostel (I Korinthiërs 16:22). Maar dit soort taal is toch niet geschikt om er verschillen tussen christenen mee te beslechten? En het is nu eenmaal zo: Ook bij het beschrijven van wat een kerkdienst is treden er tussen christenen verschillen aan .de dag, bijvoorbeeld in gemeentebeschouwing.
Noem je die theologisch dan zijn ze meer verdraaglijk dan wanneer je er de profetie bij haalt.
Dan stokt het gesprek nog voordat het begonnen is. Denk erom, tot diegenen op wie ik nu een beetje goedmoedig zit te foeteren reken ik professor Troost niet, maar zijn redenering stijft onbedoeld zulke mensen in hun denken.
Troost schrijft dat het ongepast is wetenschappelijke theoretische distantie in acht te nemen tegenover de ons met beloften aansprekende God. Dat vind ik ook. Maar eerst heeft hij de kerkdienst tot dat hoge en geen tegenspraak duldende nivo verheven. Maar in een kerkdienst gebeurt meer dan dat God ons met zijn beloftewoord aanspreekt. (En zelfs dat laatste gebeurt niet altijd. Geestloze kerkdiensten genoeg!) Een kerkdienst is behalve een gelegenheid waarin in het beste geval God spreekt ook een bijeenkomst van zwakke mensenkinderen (de voorganger inkluis) en hun zwakheid maakt van die kerkdienst een gewichtig deel uit en bepaalt mede het karakter ervan. Kerkdiensten zijn ook vecht-uurtjes van de Heilige Geest tegen ons vlees. Wie het anders stelt doet m.i. aan mythevorming en schept rond de kerkdienst een ijzig sfeertje van bovenmenselijkheid. (En dus ook van onveranderlijkheid!) Ik moet zeggen dat ik in kerkdiensten (met name in die welke ik zelf leid) veel met 'kritische distantie' waarneem. Bijvoorbeeld vanuit de vraag: Hoe kan het beter? Toch ontken ik niet dat ik in die diensten de Heilige ontmoet. Hoe dat samen kan gaan is voor mij een verborgenheid, maar geen twijfel: Het is zo. Er zijn trouwens ook diensten die ik met enkel vreugde. onderga: niemand sliep, niemand keek glazig. Haast zou ik aan het eind zeggen: De genade IS met u allen. Maar de gedachte dat ik daar niet over ga weerhoudt me dan toch weer.
'Dit uw kind'
Professor Troost maakt ook nog een uitstapje naar de tijd van de vrijmaking. Toen was er iets soortgelijks aan de hand als waar we het nu in verband met de zegen over hebben, vindt hij. Er werd toen aanmerking op gemaakt dat bij de doop de baby 'dit uw kind' werd genoemd, zoals in het doopsformulier gebeurt. 'Dit uw kind'? Dat zit nog!, was de gedachte. Anderen namen het te vuur en te zwaard voor die spreekwijze op. Een voorbeeld, zegt Troost, van hoe aan beide kanten theologische beschouwingen het geloof verdrongen hadden. Alleen geloofsmatig immers was die spreekwijze te billijken en bij te vallen, vindt hij. Maar ook hier merk ik op dat dat geloofsmatige een wat schimmig gegeven is waarmee op deze manier toch één van beide opvattingen van destijds wordt doorgedrukt en boven het gesprek uitgetild. Ik voor mij denk dat wat in de vrijmaking in het geding was een voluit theologisch verschil is geweest dat niet eens zo makkelijk op te lossen valt omdat er aan beide kanten van de streep vanuit Schrift en belijdenis geargumenteerd kan worden en ook geworden is. Het erge is juist geweest dat toen de argumentatie zich herhaalde en dus stokte een synodaal gezag te hulp is geroepen om deze knoop door te hakken. Aan Troosts voorstelling houd ik het gevoel over dat aan vrijgemaakte zijde het geloof te vinden was (naast theologie) en aan synodale zijde alleen de theologie.
Maar ook synodale ouders hebben dat 'dit uw kind' gelovig en 'gewoon dankbaar' nagesproken. Het tragische van het hele konflikt is immers geweest dat goede synodalen en goede bezwaarden in het geloof verenigd waren maar theologisch tegenover elkaar kwamen te staan. En dat dat tot kerkscheuring, horen we het goed: k e r k scheuring (God betere!) heeft geleid. Overigens is er tussen Troosts voorbeeld van 'dit uw kind' (in de zin van 'dit IS Gods kind') en het mijne van de zegen in de kerk ('de genade ... IS met u allen') nog dit verschil dat je onder Gods kinderen zowel de gehoorzamen als de nietgehoorzamen kunt rekenen. Er zit dus in de uitdrukking 'dit uw kind' meer ruimte dan in de als feit voorgestelde zegenbede. Daarin kun je immers met het verschil tussen gehoorzamen en ongehoorzamen niet terecht want wat in de zegenbede gezegd wordt geldt voor 'u allen'. Het voorbeeld van Troost gaat dus m.i. niet op.
Hoe zou het anders moeten?
Professor Troost heeft mijn opmerking over de zegen in de kerkdienst opgepakt om zijn hameren op het verschil tussen geloof en theologie nog eens 'kracht bij te zetten. Zo komt het op mij over. Heel goed! Ik van mijn kant heb nu de gelegenheid aangegrepen om me over zijn punt dat hij in groeiende duidelijkheid aan de orde stelt eens wat kritisch uit te laten. Ik had dat al eens eerder willen doen naar aanleiding van wat hij schreef over het rapport terzake van de vrouw in het ambt.
Zijn grote waardering voor dit rapport had tegelijk als keerzijde zijn bezwaar: het was te theologisch voor kerkelijk gebruik. De kriebelende vraag kwam ook toen al bij me op hoe dat dan anders zou moeten. Ik zie dat niet. Als je in de kerk nee zegt tegen de theologie en die vervangt door profetie ben ik bang dat er onder het mom van die profetie veel theologie gesleten wordt waaraan de argumentatie ontbreekt en die derhalve geheel ten onrechte onbespreekbaar is. Mensen die zeggen dat ze geen theologie brengen maar alleen het eigen woord van God zie ik meestal erg theologisch bezig. Over Israël bijvoorbeeld. Nog eens, daar reken ik Troost niet onder, maar werkt zijn scherpe scheiding tussen geloof en theologie die theologische sluikhandel niet in de hand, is mijn vraag.