Wie diaken wil zijn, moet discipel worden
1992-10-09
Hoe nodig de toerusting van diakenen is, kan ik met één simpel voorbeeld illustreren. In mijn eerste gemeente hadden we een eerlijke broeder. Daarmee zeg ik niets over mijn huidige gemeente en ook niet dat er in die eerste gemeente niet meer eerlijke broeders waren. Maar deze eerlijke broeder was gekozen als diaken. En na de verkiezing, hoe gaat dat, kwam iedereen een handje geven. De een zegt dan "gefeliciteerd!", de ander zegt "Gods zegen gewenst!" en toen was het achter de rug. Maar de dag daarna kwam hij naar mij toe en zei: "Luister eens, wat doet een diaken eigenlijk? Ik weet dat een diaken met het zakje loopt, maar eerlijk gezegd, meer weet ik er niet van. Wat doet een diaken eigenlijk?" Ik denk dat iets van wat ik hier vertel voor velen, die destijds voor het eerst als diaken gekozen zijn, toch herkenbaar zal zijn. Eigenlijk is het vreemd, dat je als gemeente mensen roept voor een bepaalde taak, terwijl het tamelijk onduidelijk is wat die taak inhoudt. Voor een deel hangt dat samen met de aard van het diaconale werk. Veel daarvan moet in het verborgene geschieden en daarom is het logisch dat niet iedereen daarvan weet. Daar word je pas van op de hoogte gesteld wanneer je in dat ambt gekozen bent.- Jaargang 36
- nummer 21
Bijbels fundament
Toch moeten diakenen ook niet zonder meer het platgetreden pad van hun voorgangers betreden. Toerusting en bezinning is erg nodig. Me dunkt, dat we daarbij eerst de vraag zullen stellen: wat leer ik erover vanuit de Bijbel?
Als u dat wel eens hebt nagekeken, dan zult u merken dat de naam 'diakenen' in de Bijbel maar op twee plaatsen voorkomt en dat je daar eigenlijk nog minder uit leert dan die eerlijke broeder uit mijn eerste gemeente.
Omdat er zelfs niks staat over dat 'met een zakje lopen'. In de eerste plaats komt het woord 'diaken' voor op de enveloppe van Paulus' brief aan de Filippenzen. Die brief is immers geschreven "aan de heiligen van Christus Jezus die te Filippi zijn tezamen met hun opzieners en diakenen" (Fil. 1:1). Wat deze mensen deden staat er niet bij. En verder komt het woord voor in de instructie aan Timotheüs. Timotheüs was een helper van Paulus, die te horen kreeg: als je diakenen roept, denk erom, dat het waardige mensen moeten zijn. Niet op winstbejag uit en met een fatsoenlijk gezin, zo vat ik I Tim. 3:8-10 even samen. En dat is alles wat wij in onze Bijbel over het woord 'diaken' vinden.
Piramide op z'n kop
Ja wat doe je dan? Misschien zijn we wel even teleurgesteld. De eerste oplossing is nu, dat je die twee teksten onder een vergrootglas legt en daarna onder een microscoop om er toch nog iets van te maken. Dat vindt u in veel publikaties. Dan ga je er bijvoorbeeld een beschouwing aan wijden dat deze mensen toch maar in één adem met de opzieners worden genoemd. Dus dat ze daar waarschijnlijk toch bijhoren. En dan zeg je: dat er zo weinig over diakenen staat, betekent natuurlijk dat ze z6 bekend waren in die tijd, dat er niet zo veel over geschreven hoefde te worden. Je kunt die twee teksten dan nog in het perspectief van de heilsgeschiedenis plaatsen. En zo kun je dan bewijzen, dat diakenen toch een eigen en gelijkwaardig ambt vervullen naast de ouderlingen. Maar ik vind eigenlijk dat het zo gaat lijken op een piramide die op zijn kop staat. Het hele diaconaat, rustend op de smalle basis van deze twee teksten. Zo'n piramide op zijn kop staat eerlijk gezegd niet zo stevig. Dus die weg zou ik niet op willen.
De tweede mogelijkheid, en die bepleit ik, is dat we de vraag over het ambt even uitstellen en nu eerst maar eens luisteren naar wat Gods woord wél zegt over diaconaal werk en over de bedoelingen van onze Heiland daarmee.
Als we dat doen, dan vinden we iets frappants: Jezus heeft persoonlijk het diaken-zijn geïntroduceerd in de kring van zijn discipelen en Hij heeft persoonlijk les gegeven;in diaconaat.
Enige toelichting hierbij: hoewel u in onze vertaling maar op twee plaatsen het woord diaken vindt, komt het Griekse woord voor diaken en dat is dlakonos veel vaker voor, met name in de mond van de Here Jezus. Alleen is het dan vertaald met 'dienaar' en dat is ook correct. Het is één van de Griekse woorden voor een dienaar.
Door Jezus geïntroduceerd
En toch zeg ik: Jezus heeft dit begrip diaken zelf geïntroduceerd in de kring van zijn discipelen. In de Griekse vertaling van het Oude Testament kwam het hele woord diakonos niet voor. En wat belangrijker is: nergens in de wereld van die dagen gold dat woord dienaar, diakonos, als iéts moois waar je naar zou moeten streven. Iets wat van waarde is en wat [erin de dienst van de
Here een plaats zou willen geven. In de Griekse wereld van die dagen werd integendeel een diakonos
als minderwaardig beschouwd en het werkwoord diakonen, dienen, gold als een verachtelijke vorm van slavenwerk.
Een beetje Griek zag het eerder als zijn hoogste doel om zichzelf te ontplooien. Ach, het was niet zo héél anders dan vandaag. Zelfontplooiing, als het hoogste wat er is. In elk geval zou een Griekse man zich niet lenen voor 'dienen'. Dat was werk voor vrouwen of voor slaven, men keek daar op neer. Maar daar tegenover bepleit de Here Jezus nu keer op keer een omkeer, een verandering van denken. Meermalen staat van Jezus een woord in deze zin opgetekend: "Wie onder u groot wil worden zal uw diaken zijn." (Voor de duidelijkheid laat ik het woord diaken nu maar onvertaald).
Tegen de moeder van de zonen van Zebedeüs, zei Jezus: "de regeerders der volken voeren heerschappij over hen. Zo is het onder u niet, maar wie onder u groot wil worden zal uw diaken zijn" (Mat. 20:26). En als de Here Jezus de mensen waarschuwt tegen hoogmoed, zegt Hij: "Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus. Maar wie de grootste onder u is zal uw diaken zijn" (Mat. 23:11). Onderweg naar Kapernaüm hadden de discipelen gesproken over de belangrijke kwestie, wie van hen wel de meeste is. De Here Jezus zegt dan: "Indien iemand onder u de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller diaken". Ten slotte, toen Jezus gezeten was aan de avondmaalstafel en de discipelen streden om ;e ereplaats, toen zei Hij: "De eerste onder u worde als de jongste en de leider als de diaken. Want wie is de eerste: die aanligt of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden als diaken, ais dienaar" (Luk.
22:26v). Voelt u wat een geweldig gewicht deze woorden hier hebben?
Eigenlijk vindt u hierin een argument voor de veel verguisde regel, dat iemand beter eerst diaken kan worden om daarvan te leren, zodat hij later ouderling zal worden. De gedachte dat het ambt van ouderling een treetje hoger zou zijn dan dat van diaken is natuurlijk mis. Maar de Here Jezus zegt hier wel dat het voor leiders eigenlijk onontbeerlijk is dat ze eerst geleerd hebben om diaken te zijn. Om te dienen. Petrus' voeten Zo zagen we, hoe Jezus de discipelen zélf het begrip dienen inprentte. Maar je kunt ook zeggen, dat Jezus hen persoonlijk les gegeven heeft in het diaconaat. Dat gebeurde eveneens aan een maaltijd, beschreven in Johannes 13, de geschiedenis van de voetwassing. Dat is een les in diaconaat, gegeven door Jezus Christus zelf. We lezen, dat Jezus zichzelf een schort omdeed en dat Hij de voeten van de discipelen begon te wassen.
Toen kwam Hij bij Petrus. De Petrus, die van het lijden van Christus al niks wilde weten en die daarom ook van zijn vernedering niet wilde horen.
"Here, Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid!" En dan zegt Jezus iets heel vreemds: "Indien Ik u niet de voeten was, hebt gij geen deel aan Mij". Zo zwaar ligt dat. De Here Jezus zegt niet dat Petrus er anders niet helemaal bij hoort, maar Hij zegt heel radicaal: "dan heb je geen deel aan Mij". Dat betekent dat Petrus, wil hij werkelijk een discipel zijn en delen in het heil, dat hij dan persoonlijk de ervaring nodig heeft dat zijn voeten gewassen worden door Jezus. Dat Gods Zoon zich ook voor hem vernederd heeft. Hij zal persoonlijk de ervaring moeten kennen van de ontferming van Christus voordat hij deel zal hebben aan Christus en voordat hij later de taak zou kunnen vervullen waar zijn Meester hem toe zou roepen. Aan deze geschiedenis vooral ontleen ik de hoofdlijn voor de toerusting van een diaken. Namelijk: wie diaken wil zijn, moet discipel worden. U kunt uw werk als diakenen niet doen, als u persoonlijk niet doordrongen bent van de genade Gods in Jezus Christus.
Petrus kon geen deel hebben aan Jezus als hij zich de voeten niet liet wassen. Als hij niet zou ondervinden wat het offer van Christus betekent. Als u geen deel krijgt aan Christus door persoonlijk te ervaren wat het offer van Christus voor u en uw zonden betekent, dan zult u geen diaken kunnen zijn. Maar als u deel hebt aan Hem, dan kunt u Hem navolgen als een discipel en dan kunt u delen in zijn liefde en dan kunt u er ook van uitdelen.
Dit lijkt me heel belangrijk: de oorsprong van alle diaconaat is aan de voeten van Christus. Het fundament dat al het diaconaal werk draagt is de zelfopoffering van Hem die de diaken bij uitstek is, Jezus Christus. Dit fundament voor het diaconaat is heel wat steviger dan de enveloppe van de brief aan de Filippenzen.
(wordt vervolgd)