Hooglied
1992-10-09
Hooglied, een praktische bijbelverklaring in de serie Tekst en Toelichting, door dr. M.J. Mulder - 77 pag.f 18,50.- Jaargang 36
- nummer 21
Na iets te hebben gezegd over o.a. de auteur van het Hooglied, de naam van het boek, de tijd van ontstaan en verschillende verklaringen, schrijft de auteur onder het kopje 'centrale thema': "Men zou het centrale thema van het Hooglied eenvoudig als een visioen van de (wederzijdse) liefde kunnen karakteriseren. Man en vrouw verlangen naar elkaar, en zoeken zich met elkaar, door toenaderingen en verwijderingen heen, te verenigen. In weliswaar verhullend, maar nooit grof of stotend, taal- en beeldgebruik wordt de hoogste en tevens innigste liefdesgemeenschap beschreven, of wordt aan waarnemingen, die alleen het liefdesoog zo ziet, vorm gegeven.
Deze gemeenschap is uiteindelijk een boventijdelijke, bijna 'goddelijke' schepping. Zij wordt zelfs liefde, die 'sterker dan de dood' is, genoemd • (8:6). Juist in ditzelfde vers wordt, verhuld weliswaar, de naam van JHWH, de God van het verbond met Israël, gebruikt. Dit is trouwens de enige maal in het Hooglied, dat 'de Naam' vermeld wordt. Het lijkt ook wel of ook de liefde tussen man en vrouw iets is om 'er niet (telkens) de naam des Heren bij te noemen' (Amos 6:10).
Maar op de achtergrond is Hij er wel bij." Dit is dan ook de toonzetting van de uitleg van Mulder, die het Hooglied ziet als een aanvankelijk bij een bruiloft opgevoerd liefdeslied. Volgens hem spreekt uit dit lied "een door vele mannen en vrouwen gedeelde volkservaring: er is meer tussen het eerste 'kussen' (1:2) en het uiteindelijk met elkaar 'in de binnenkamer van het huwelijk verdwijnen' (8:14) dan deze twee handelingen op zichzelf."
Ook tussen hen die het boek - terecht - 'natuurlijk' willen verklaren, vinden we verschillen bij de detail-uitleg.
Mulder weet daarvan ook en schrijft nuchter: "Het Hooglied blijkt weerbarstiger te zijn dan zijn toch al niet gemakkelijke Hebreeuwstalige vorm doet vermoeden. Daarom heeft iedere vertaling en verklaring haar betrekkelijke recht, zonder andere vertalingen of verklaringen daarmee of daarna overbodig te maken."
Het boek laat zich gemakkelijk lezen en houdt zich, zoals de bedoeling van de serie is, aan de tekst en een toelichting daarop. Duidelijk laat Mulder de bedoelding van dit prachtige Bijbelboek zien. Heel mooi vind ik de toelichting op 7:11 (NBG 7:10). Mulder vertaalt aldus: Ik behoor mijn liefste toe, en zijn afhankelijkheid is op mij gericht. Hij schrijft dat ook hier de sterke verbondenheid van de twee gelieven uitkomt. "Het woord 'afhankelijkheid' in ons vers, vaak door 'verlangen' vertaald, komt in deze (Hebreeuwse) vorm alleen nog voor in Gen. 3:16 en 4:7, en geeft 'een (in afhankelijkheid) gericht zijn op' aan.
Werd in 'de vloek over de vrouw' in Gen. 3:16 het gerichtzijn van de vrouw op de man tot een overheersing door de man gedegradeerd, in ons vers wordt deze 'gerichtheid' op heilzame wijze omgekeerd, en wordt de vrouw in ieder opzicht 'gerehabiliteerd'. In de liefde kan uiteindelijk 'eenrichtingsverkeer' geen standhouden."
Over 8:6 bestaat nogal wat verschil van mening. 'Want sterk als de dood is de liefde, onwrikbaar als de onderwereld de hartstocht: haar pijlen zijn vurige pijlen, vlammen van JHWH!' (vertaling Mulder). Het is de enige keer in het Hooglied dat we de naam van de HERE tegenkomen, en de naam wordt zelfs niet volledig geschreven maar met een afkorting. Is hier wel de HERE bedoeld? Mulders konklusie is: de liefde is als het ware een goddelijk, maar tegelijk demonisch lot, dat een mens niet kan ontlopen." Ik heb zelf de indruk dat Hooglied een bundel liefdesliedjes is, die eigenlijk iedereen die een beetje weet van verliefdheid en liefde, kan meezingen. En dat je het slot van dit vers kunt vertalen met 'een geweldige vuurgloed', zodat iedereen kan blijven meezingen. Ook al zit in dit vers een dreigende kant, die wordt opgeroepen door de woorden 'dood' en 'dodenrijk', voor de gelovigen is er toch meer aan de hand. Wij mogen weten dat de liefde tussen man en vrouw, een jongen en meisje, afkomstig is van de HERE. De macht van de liefde is niet toevallig ontstaan. De HERE zelf heeft het liefdesgeweld bedacht. De liefde die (aanstaande) man en vrouw zo intens aan elkaar verbindt, is niet sterk vanuit zichzelf, maar is afkomstig van de HERE God. En daarom is ze zo sterk.
Een heel interessant deel van het geschrift van Mulder vond ik het laatste hoofdstuk, getiteld: "Ten slotte: het Hooglied voor deze tijd". Mulder zegt daarin - nogmaals - dat de allegorische exegese van het Hooglied, waarbij de joden menen dat het lied de liefde bezingt tussen de HERE en Israël en de christenen het lied verklaren als beeld van de liefde tussen Christus en zijn gemeente, niet het wezen van de betekenis van het Hooglied treft. "Het gaat in het Hooglied om de liefde tussen een man en een vrouw in haar veelkleurige, maar tegelijk meest natuurlijke vormen. Dus voorwaar niet om een platonische liefde. In het lied is onvervalste erotiek, gedragen door menselijke sexuele verlangens: aan het woord.
Wie deze zijde van het Hooglied miskent of verdoezelt, berooft het van zijn eerste en diepste (! MJ) betekenis ... En het Hooglied hoort in de eerste plaats bij het lichaam. Daarom verzet het Hooglied zich tegen alle pogingen die direct maar beginnen met allegoriseren en vergeestelijken ... Het laat zien dat 'natuur' niet met 'bovennatuur' overhoop ligt." En ook: "Het Hooglied is voorts een lied dat de liefde tussen deze ene man en deze ene vrouw bezingt, ook al leefde men toen in een tijd en in een maatschappij, waarin polygamie aan de orde van de dag was." En daarbij "onderstreept het Hooglied de gelijkwaardigheid van de deelgenoten in de liefde. Nergens blijkt de vrouw de mindere van de man te zijn, of ook de heerszucht van de man de overhand te hebben."
Ontmoeten we volgens Mulder Christus ook in dit Bijbelboek? Mulder schrijft dat het boek ons toont hoe "intens het leven geleefd kan worden met de man of met de vrouw die men liefheeft. De volmaakte liefde drijft tenslotte alle vrees uit (1 Joh. 4:18)". En dan vervolgt hij: "In dit raam wordt het begrijpelijk, dat het Hooglied als dichterlijke vormgeving van de gewone menselijke liefde als afspiegeling gezien werd van andere liefdesverhoudingen, zoals van de verhouding van God tot zijn volk Israël, of van Christus tot zijn gemeente." Hij verwerpt het verwijt van 'allegorie', omdat deze verklaring niet is opgekomen uit een zich generen voor een platvloerse of minderwaardige lichamelijke liefde, integendeel!
Al met al een nuchtere verklaring, die m.i. het Hooglied op een goede manier uitlegt.