Begin van een noodzakelijke discussie
1992-10-23
Wien de schoen past ...- Jaargang 36
- nummer 22
Het was een vreugdevolle verrassing voor mij, dat in het laatste nummer van Opbouw ds de Jong, mijn hooggewaardeerde voormalige predikant, is ingegaan op wat ik in een flink aantal artikelen had geschreven over geloof en theologie. Ik had dat in het minst niet verwacht. Ik had mij immers helemaal niet gericht op het kritiseren van een paar persoonlijke opvattingen van ds de Jong. Sechts pikte ik uit zijn voorafgaand artikel het door hem gebruikte voorbeeld van de liturgische zegenbede op, om, inderdaad!, nog eens te illustreren hoe belangrijk en hoe corrigerend het kan zijn om goed te onderscheiden tussen geloof en theologie. Het blijkt nu, dat mijn schrijfproductie toch te vergelijken was met de fabricage van een schoen. Een schoen die Ds de Jong paste en dan ook prompt aantrok. Zo is er een goede gelegenheid ontstaan om eens broederlijk en vriendschappelijk door te praten over een m.i. hoogst belangrijk punt voor de praktijk van de prediking, van het geloofsleven en van het kerkelijk leven en samenleven. Daarbij kunnen de twee nu gebruikte voorbeelden van de zegenbede en van de uitdrukking 'dit Uw kind' in het gebed na de doop, nog meermalen gebruikt worden en aangevuld met tal van andere voorbeelden uit de dagelijkse praktijk van ons kerkelijk geloofsleven.
Theologische sluikhandel
Ds de Jong zegt aan het slot van zijn artikel "Mensen die zeggen dat ze geen theologie brengen maar alleen het eigen woord van God zie ik meestal erg theologisch bezig. Over Israël bijvoorbeeld." Tot hen rekent hij mij gelukkig niet, maar hij vraagt zich wel af of ik die 'theologische sluikhandel' niet in de hand werk met mijn 'scherpe scheiding tussen geloof en theologie'.
Hoewel er meer en ernstiger misverstanden in De Jongs artikel voorkomen, begin ik straks maar met het geciteerde. Maar eerst wat over het historische raam van ons meningsverschil.
Een oud probleem
Daarbij gaat het niet om een onderscheiding die ik heb uitgevonden, maar het gaat om een eeuwenoud probleem, nl. de verhouding van geloven en denken, o.a. maar vooral theologisch denken. In de Middeleeuwen is daarover honderden jaren door alle kopstukken uit de kerk en uit de universiteiten gediscussieerd (om niet te zeggen: gevochten). zonder dat een bevredigende oplossing van dit probleem is gevonden. Een probleem dat zich ook nog levensgroot laat zien in bijv. Catechismus Zondag 7 althans, indien men meent deze zondagsafdeling theologisch te mogen lezen en verstaan. Of ook als men meent dat Zondag 7 als theologie confessioneel bindend is.
De twee grote geestelijke trends in de middeleeuwse kerk, nl. die van de scholastiek en van de mystiek, zijn in de Reformatietijd, na een principeoverwinning, toch al spoedig weer opgekomen en zij hebben zich doorgezet in de lutherse en calvinistische orthodoxie. Toen de theologische orthodoxie veelszins terugviel in de scholastiek, wilde de zgn. 'nadere reformatie' als noodzakelijke aanvulling (!) bij d.etheologische scholastiek, weer alle accent leggen op de mystiek, zij het dan nu 'gezonde mystiek' genoemd.
Nawerking en schijnoplossing
Dat alles speelt nog na en door in de meningsverschillen tussen christelijke-gereformeerden enerzijds, en vrijgemaakten en een deel der nederl. gereformeerden anderzijds, ditmaal onder het opschrift: verschil inzake de 'toeëigening des heils'. Het speelde ook een rol tijdens de vrijmaking, zij het m.i. niet zo ongecompliceerd als ds de Jong het voorstelt.
Maar daar kom ik misschien nog wel op terug.
In deze eeuwenoude controverse binnen de christenheid, met name binnen de orthodoxe christenheid, is er theologisch en praktisch tot voor kort geen andere oplossing gevonden dan een wankel 'evenwicht' tussen 'hoofd en hart', tussen verstand en gevoel, gemoed, hart, een vermijden van op zichzelf niet verkeerd geachte 'eenzijdigheden', met een grote variatie in zwaarte van accent op de ene of op de andere kant van de zaak. (Alleen al binnen de rechter flank van de christelijke gereformeerden onderscheidde Prof. van 't Spijker onlangs, als ik goed ben ingelicht, nog 4 of 5 verschillende 'liggingen'). Het grote en veel gebruikte alternatief voor deze accentverschillen was de kerkelijke scheuring wegens verkettering van de ander, omdat één van deze theoretische standpunten werd geïdentificeerd met 'Schrift en Belijdenis'.
Uiteraard heeft ook elke tijd weer zijn eigen terminologie. Meer ouderwets is het te spreken over bevindelijkheid of beleving, meer modern is het spreken over existentiële of persoonlijke betrokkenheid, ('commitment') of 'ervaring'.
En zo zijn er nog wel meer termen, maar het gaat altijd weer om dezelfde werkelijkheid die men op het oog heeft, hetzij in de theoretische theologie, het zij in de kerkelijke en geestelijke levenspraktijk.
Een bijdrage van de christelijke filosofie
De in geding zijnde onderscheiding tussen geloof en theologie (de Jong denkt zeer ten onrechte dat ik een scheiding, i.p.v. een onderscheiding bepleit), is, zoals gezegd niet die van mij, en zelfs niet van de Reformatorische Wijsbegeerte. Men heeft in de christelijke kerk, ondanks alle verwarringwekkende terminologie omtrent verschil of identiteit tussen geloof, wijsheid, theologie en filosofie, van het begin af geweten, ik meen te mogen stellen in en door het geloof intuïtief geweten dat er verschil is tussen geloof en theologie. Ook ds de Jong schrijft dat die onderscheiding hem "waardevol en dierbaar" is. Dat is wel verrassend sterk uitgedrukt, want ik zie die onderscheiding bij hem niet daadwerkelijk functioneren.
Desniettemin: ik noteer dankbaar deze opmerking en zal haar nog wel eens in herinnering brengen.
Wat evenwel van meetaf in de christelijke denkwereld, trouwens evenmin daarbuiten, niet gelukt is, dat is een bevredigende, d.w.z. de feiten recht doende, wetenschappelijke structuuranalyse van dit wel degelijk besefte en erkende verschil tussen geloof en theologie. Grote middeleeuwse theologen en filosofen hebben hun tanden haast stuk gebeten op dit probleem, vooral Thomas van Aqulno. Hij wist hoe belangrijk deze kwestie was voor de kerk, voor geloof en voor theologie.
Mede aan hem 'danken'(?) wij de formulering van het antwoord in onze Cathechismus op de vraag wat een waar geloof is. Zoals alle deskundige theologen weten, speelde en speelt nog steeds in de r.kath. theologie de filosofie een grote rol, vooral ook in de priesteropleiding. Veel theologen, vooral rooms-katholieke en vrijzinnigprotestanten, zijn zich terecht en helder ervan bewust, dat theologie, bewust of onbewust, maar volstrekt noodzakelijk en onvermijdelijk, zich bedient van inhoudelijke filosofische denkpatronen en van de typisch-theoretische denkhouding.
Vooral de wijsgerige antropologie, ofwel de theorie inzake de gecompliceerde structuur van het mens-zijn, speelt hierin een belangrijke rol. Welnu, sinds het bestaan van een 'Reformatorische Wijsbegeerte' is er m.i. voor het eerst een mogelijkheid gekomen om voor dat oude probleem van de verhouding tussen geloof en (o.a. theologisch) nadenken, tot een bijbels en ook wetenschappelijk verantwoorde oplossing te komen.
Wetenschappelijke hulp in een praktische nood
Zoals in alle wetenschap, op de wijze van een hypothese die prijs gegeven moet worden als zij geen stand kan houden tegenover deskundige kritiek, dus in alle principiële voorlopigheid, prentendeert de christelijke filosofie van Dooyeweerd (en ook die van Vollenhoven) de theologie te kunnen helpen bij de oplossing van genoemd probleem. Nog wel een probleem dat in de praktijk van het geloofsleven en van het kerkelijk leven zo ontzettend veel leed en ellende veroorzaakt heeft en nog steeds mede veroorzaakt. Die narigheden zitten natuurlijk niet alleen in de belangrijkheid van de genoemde traditionele theologische mankementen in dezen. Ze zitten ook in het feit dat die theologische mankementen zo vaak nauw vervlochten zijn met vele andere zonden en gebreken, die ook gelovige christenen kunnen aankleven, als daar zijn: eerzucht, machtsbehoefte, kortzichtigheid, onverdraagzaamheid, geldzucht, hoogmoed, culturele beperktheid, wetenschappelijk onvermogen, enz. enz. Wie wel eens boeken gelezen heeft met de details van de plaatselijke kerkgeschiedenissen van de laatste honderdzestig jaar in Nederland, wordt er triest door gestemd, als je ziet hoeveel ruzies, ambtelijke hoogmoed, ontelbare schorsingen, plaatselijke en regionale en landelijke kerkscheuringen, in het klein en in het groot, er mede door veroorzaakt zijn.
Achterstand Alleen daarom al is het zo nodig dat er ook in de gereformeerde gezindte eindelijk weer eens een discussie op gang komt over de genoemde problematiek, en het vele dat daaraan vast zit. Wat dat betreft lopen wij in Nederland rn.i. theologisch decennia achter bij onze gereformeerde geloofsgenoten in Amerika, Canada en Zuid-Afrika, die tien à twintig jaar geleden al volop en met veel deelnemers, discussieerden over de aard van het geloof, over de aard van de theologie en over de onderlinge verhouding van die beide.
Alles in verband met de verrassend nieuwe wijsgerige inbreng in het theologisch denken door de reformatorische wijsbegeerte. Een discussie die nog steeds doorgaat, en waarbij steeds meer aan het licht komt hoe filosofie-afhankelijk alle, ook gereformeerde) theologie naar haar aard, en dus onvermijdelijk, is.
Scheiding en onderscheiding
Ds de Jong vergist zich als hij meent dat ik de eerder genoemde theologische sluikhandel in de hand werk met een scherpe scheiding tussen geloof en theologie. Hij zal dat uit geen van mijn vele artikelen hierover kunnen waarmaken. Want het tegendeel is waar en daarom heb ik vaak opgemerkt hoezeer, en zeker op ons huidige cultuurniveau, op alle gebieden, ook op het terrein van kerk en geloof, de wetenschap de praktijk beïnvloedt. Daarom willen de meeste kerken toch ook zo graag een eigen theologische opleiding?
De onderhavige kwestie is urgent voor de praktijk, juist en o.a. in een periode van interkerkelijke samensprekingen over meer eenheid. Daarom maak ik er mij zo druk over. Een puur academische kwestie, die hoofdzakelijk in een studeerkamer interessant en daar ook legitiem en soms noodzakelijk is, interesseert mij niet meer zo, zeker niet op mijn leeftijd.
Een geheel andere zaak is, dat bewuste en heldere onderscheiding een harde noodzaak is voor de christelijke levenspraktijk. Die onderscheiding kan ook heel gemakkelijk aanknopen bij en appelleren op wat intuïtief in de kerk altijd al beseft is, dat geloof geen theologie is en theologie geen geloof.
Veel hangt hier natuurlijk af van wat men onder theologie verstaat, hoe men daar tegenaan kijkt. Maar dat is als zodanig weer geen theologische maar een filosofische kwestie. Als ds de Jong zegt dat alle nadenken over het geloof theologie genoemd kan worden, dan is het inderdaad geen wonder dat hij zelfs onder zijn jongste catechisanten theologen ontdekt van wier theologisch vermogen hij versteld staat. Dat "nadenken zelf, het moet theologie heten of we dat nu leuk vinden of niet", meent de Jong. Welnu, dit traditionele dogma moet n.l. scherp bestreden worden. Het is een direct gevaar voor de kerk. Om te beginnen is mijn eerste vraag dan: is alle menselijke nadenken dan per definitie wetenschappelijk, d.w.z. theoretisch denken? Is er geen structureel verschil tussen wel en niet theoretisch (of wetenschappelijk) denken?
M.a.w. is dan alle nadenken over handel en bedrijf economie? Is alle nadenken over rechtvaardigheid dan rechtswetenschap?
Is nadenken over het geloof werkelijk theologie? Nadenken over wat mooi is om te zien; is dat aesthetica? Is ons aller nadenken over de kerk per definitie ecclesiologie?
Waren de bijbelschrijvers soms ook theologen? (Vgl. de modernistische gewoonte om te spreken over de theologie van Jesaja, van Marcus, van Paulus, van Johannes, etc.). Waar blijft nu het voor ds de Jong zo 'waardevolle en dierbare onderscheid' tussen geloof en theologie? Het schijnt, maar"
ik kan me vergissen, het schijnt voor ds de Jong hierin te zitten dat in het 'nadenken' de theologie binnenkomt en aanwezig is in het geloof. Iets dat soms er bij komt. En soms of vaak er niet bij is. Maar dan vraag ik weer: waarbij? kun je dan geloven zonder je verstand er bij te gebruiken, kun je dan zaken doen, zonder praktisch-economisch na te denken? Kun je dan rechtvaardig zijn zonder na te denken? Als de Jong (terecht) zou antwoorden: nee, natuurlijk niet: je moet bij alles je verstand gebruiken, al was het alleen maar om te kunnen onderscheiden waar je het wel of niet over hebt, dan zou hij (met zijn verzwegen, mogelijk zelfs onbewuste kennistheorie) kunnen voortgaan en zeggen: juist daarom is alle geloofsdenken theologie en moet het ook zo genoemd worden. En daarom zijn alle gelovige kerkmensen theologen, al dan niet geschoold, al dan niet gestructureerd. Geloven kan immers niet bestaan zonder logisch te onderscheiden tussen wat men wel en wat men niet gelooft. Denken, nadenken, is er altijd bij en is er altijd in. "Volgens mij doet iedere bewuste gelovige aan theologie..." lezen we bij ds de Jong.
De grote Westerse cultuurtraditie
Wat de Jong hier verdedigt, is bepaald geen nieuw standpunt. Het is niets minder dan de grote antieke erfenis van de heidense Griekse filosofie, vanaf haar ontstaan. Met grote golven keert het in onze Westerse gescheidenis nu en dan in verhevigde mate terug. In de moderne, door het humanisme gestempelde tijd, vooral sinds Descartes, de Aufklärung en het (neo-) positivisme van de vorige en van het begin van onze eeuw. Het heet 'rationalisme', de bakermat ook van de middeleeuwse scholastiek en van o.a. het orthodox-protestantse fundamentalisme. In Griekenland is het begonnen, toen in de zesde en vijfde eeuw vC. de wetenschap ontstond. Men onderscheidde reeds toen al met naam en toenaam en met alle gewenste scherpte tussen het denken van de domme massa, en dat van de wetenschappelijke filosoof. Het resultaat van het niet-wetenschappelijke denken werd 'mening' genoemd (Grieks: doxa), het denken van de filosoof had als resultaat 'echte kennis' (épistèmè).
De macht behoorde dus gelegen te zijn bij de filosofen, zei Plato. De leiding van het gehele leven behoort bij de filosofie thuis, zei Cicero, en bisschop Ambrosius, de eerste christelijke ethicus zei dat na, (rn.I. kan men zelfs van plagiaat spreken, op dit punt) en Augustinus zei er bij, dat de theologie de wàre filosofie en de wáre wijsheid is, dus ... U kunt de rest wel raden.
Theologie en volksgeloof
AI met al betekende dat wel een reuze degradatie en zelfs discriminatie van de 'gewone gelovigen'. Hun geloof was slechts mening, volksgeloof. Het geloof van de theoloog was meer èchte geloofskennis, meer 'gnosis'. Een betere kwaliteit van geloof. De r.kath theologie heeft zelfs een lange tijd de kerk gedefinieerd als de gemeenschap der geestelijken als (be)middelaars en uitdelers van Gods genade. Zij werden gezien als de beroepsgelovigen, de geloofsdeskundigen, de kwaliteitsgelovigen. Dat is er nu ongeveer al een honderd jaar lang wat af, maar deze gedachte heeft toch eeuwen lang bestaan. En de praktische doorwerking is nog altijd duidelijk zichtbaar. Dit alles werd in de grote reformatie vaak goed aangevoeld, maar de zuigkracht van het traditionele denkpatroon was zo sterk, dat men er nooit geheel los van kwam. Na tal van reactionaire golven van nadruk op het niet-rationele, op het mystieke, op het gevoel, het gemoed, het hart, de ervaring, de bevindelijkheid, en wat dies meer zij, komt toch het rationalisme telkens weer boven. In meer dan één vorm, maar vooral in de vorm van sciëntisme, d.w.z. wetenschapsoverschatting, om niet te zeggen: wetenschapsverering. Het was een vorm van wetenschapsgeloof dat, naar zijn aard, de laatste en diepste zekerheid in het leven ontleent aan 'rationaliteit'. Recent voorbeeld uit de Nederlandse theologie is het werk van Kuitert, voor wie geloof-waardig geloven op een redelijk-plausibele basis moet berusten.
Ds de Jong heeft dat m.i. niet in de gaten gehad toen hij zijn artikelen over dat werk in Opbouw schreef. Hij liep m.i. naief en argeloos in de oude valkuil van het rationalisme in de vorm van het theologisch sciëntisme, d.w.z. theolog ische wetenschapsoverschatting (sciëntia = wetenschap). Sorry, maar ik heb al vaak geschreven: vrijzinnigheid is geen wettig, maar wel een natuurlijk kind van de theologische orthodoxie. Juist vanwege dat in beiden ingebakken rationalisme.
Nog één artikel nodig
Het is niet leuk dat net op dit moment mijn ruimte opgebruikt is. Want natuurlijk moet hier meer over gezegd worden. Trouwens ook over de zgn. wisselwerking tussen geloof en theologie. En dan zijn er nog de kritische vragen van ds de Jong waaraan ik nog niet eens toekwam en die ik toch graag wil beantwoorden. Ik hoop dat allemaal in nog één artikel te kunnen doen (dus zonder historische uitstapjes), want dan moet nodig ds. de Jong de ruimte hebben om, naar ik hoop en verwacht, kritisch te reageren.