Wie diaken wil zijn, moet discipel worden (2)
1992-10-23
- Jaargang 36
- nummer 22
Diaconaat komt vanzelf
Toegegeven, we hebben het nu nog steeds over de Diaken met een hoofdletter.
Heus, we komen vanzelf bij de diaken met een kleine letter. Maar eigenlijk zit daar nog een stap tussen.
Tussen het werk van Christus en het werk van de diakenen bevindt zich nog de diaconale gemeente. De plaats waar Gods kinderen samen komen en waar het diaconaat vanzelf begint. Daarom is mijn volgende stelling: Waar christenen zijn daar komt vanzelf diaconie. Dat kan niet missen. Ik ga daar nu niet uitvoerig op in, maar het is wel een onmisbaar deel van mijn verhaal. Ik verwijs daarom naar de brochure die ik daar eerder over schreef 1. Dit moeten we in elk geval weten: het diaconaat is niet begonnen met diakenen, het begon met Christus en via Hem met de gemeente. Als u gekozen bent als diaken moet u weten: het diaconaat was er al voordat u gekozen werd. Daarom hoeft u het niet op uw schouders te nemen. Sterker nog: voordat er maar één diaken was gekozen, was het diaconale werk er al.
We lezen het in Handelingen 2: het allereerste wat er in de nieuwe gemeente gebeurde was, dat er diaconaat ontstond. "Allen, die tot het geloof gekomen en bijeen vergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden" (Hand. 2:44v). Heus, het kan niet anders. Waar mensen geraakt zijn door Christus' ontferming, daar ontfermen ze zich over elkaar en wie er op hun weg komen. Zij brachten eten mee voor wie het nodig had en zij "braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten" (Hand. 2:46). Daarom mag u met recht zeggen: de diaconie in de gemeente is begonnen aan de avondmaalstafel. Het avondmaal was toen nog een echte maaltijd en dan namen de mensen goed te eten mee voor wie het minder hadden. Dat was er al voordat de eerste diaken was gesignaleerd en nog altijd is de kern van het diaconaat, dat gemeenteleden elkaar dienen met alle genadegaven die hun verleend zijn.
Respecteer en corrigeer
Voor de toerusting van diakenen betekent dit: acht toch zeer hoog het diaconale werk dat er al was voordat u werd gekozen. Eer het, respecteer het, stimuleer het en corrigeer het. In alle eenvoud is dit nu de praktijk van het ambt van diaken. Respecteren van het diaconale werk dat al geschiedt, en verder dit werk stimuleren en corrigeren vanuit de roeping die Christus door de gemeente op ons deed afkomen.
Want zo is het: de gemeente heeft mensen nodig voor de dienst van het dienen en deze mensen heten dan ook met recht diakenen, dienaars die door de gemeente geroepen zijn.
Zulke ambtsdragers blijken nodig te zijn. Want terwijl de eerste zegen in de gemeente de zegen van het diaconaat was, moeten we erbij zeggen dat de eerste ruzie in de kerk ook over de diaconie ging. U weet wel, over die Grieks sprekende weduwen die bij de dagelijkse dienst werden overgeslagen.
Die nooit gevraagd werden om mee te helpen in de dagelijkse dienst, omdat men in Jeruzalem als vanzelf alleen de weduwen uit eigen kring vroeg, die Hebreeuws spraken. Zo kwamen er scheve gezichten in de gemeente. Vandaar dat de apostelen het goed oordeelden, dat naast de dienst van het woord ook de dagelijkse dienst kwam. Dat is de dienst van het dienen, het diaconaat. En zo is het nu gekomen in de gemeente van Christus, dat de dienst van het woord en de dienst van het diaconaat naast elkaar voorkomen. Beiden komen zij van Christus vandaan. En beiden zijn ze onmisbaar in de gemeente die Hij samenroept. Hoe je dat roepen van diakenen dan invult, daarin laat het Nieuwe Testament ons volkomen vrij.
Dat mogen wij doen naar de nood van de tijd het van ons vraagt. Wij zeggen in ons Akkoord van Kerkelijk Samenleven, dat de diakenen één van de drie ambten vervullen en dat er tussen hen geen onderscheid in rangorde is. Zo kun je dat afspreken, al moet je niet proberen om dat dwingend uit de Bijbel af te leiden. Als u boven alle dingen uit maar verstaat dat de taak van diakenen is het ondersteunen en het stimuleren van die vitale functie van de gemeente: de dienst van het dienen.
Ingewerkt door anderen
En hoe gaat dat dan in de praktijk als je geroepen bent als diaken en je moet worden toegerust? In het algemeen zullen de nieuw benoemde diakenen wel worden ingewerkt door de ambtsdragers die deze taak al langer vervuIlen.
Dat is een goede zaak, zeker waar het vertrouwelijke kwesties betreft.
Toch bepleit ik dat van tijd tot tijd, bijv. jaarlijks, ook op de kerkeraad als geheel uitvoerig, en niet in een rondvraag, de kijk op het diaconaat besproken wordt. In de eerste plaats kan ons dat beschermen tegen vastroesten in bestaande gewoontes. Als toerusting niets anders is dan dat de oudere mensen zeggen hoe het altijd geweest is, dan kun je vastroesten. En in de tweede plaats: als diaconaat geen kerkeraadsbeleid is, dan krijg je zo gemakkelijk dat je gaat denken vanuit de diakenen en de geijkte patronen, in plaats van vanuit de roeping door Christus en de gemeente. Verder zal toerusting voor een diaken vooral betekenen dat je moet leren om oog en oor en hart te krijgen voor de concrete noden die er in de gemeente zijn. Daarvoor is onontbeerlijk dat je veel en geregeld contact hebt met gemeenteleden. Dat kan via geregelde huisbezoeken; het kan ook meer informeel, bijv. door contacten bij de kerk. Hoe dan ook, oog en oor en hart hebben voor de noden in de gemeente is een onmisbare vereiste.
Denken vanuit de dood
Ik eindig met vier concrete punten. In de eerste plaats: leer te denken vanuit de nood die er is en niet vanuit de middelen die je hebt. Daarin kan de diaconie rijker zijn dan welke specialistische zorg ook. U mag nooit in uw achterhoofd hebben: "ik heb een bepaald budget aan geld en ik heb nog een gewoonte om bloemen te brengen en dan maar eens kijken of ik daar wat mee kan in de gemeente". Wat krijg je dan bijvoorbeeld? Dan kom je ergens waar de huishouding totaal in de knoei zit omdat de mensen het verkeerd aangepakt hebben en dan bespreek je de zaak en dan zeg je: "Toch hadden ze geen geld tekort, dus er is geen reden om diaconale middelen beschik baar te stellen". Dat is dan wel waar, maar die nood blijft gewoon bestaan ...
Die mensen hadden een ander soort hulp nodig. Misschien een duwtje om aan het werk te gaan. Misschien wat hulp en aanwijzingen hoe ze het aan moeten pakken. Een ander soort middelen dan u toevallig op zak had. Ik weet van een gemeente, waar de diakenen een tijd lang als begrafenisondernemers hebben opgetreden, omdat het anders bij de plaatselijke begrafenisondernemer een vertoning werd waar je maar beter niet aan kon denken.
Hoe dan ook, leer te denken vanuit de nood en niet vanuit het arsenaal dat u toevallig al in huis hebt.
Tijd is geld
Punt twee. In onze samenleving is tijd eigenlijk nog kostbaarder geworden dan geld. Misschien dat de weduwen van vandaag wel geld krijgen, maar niemand heeft tijd voor ze. Iedereen heeft het te druk. Het kon wel eens zijn, dat dit een van de noden is waar diaconaal in moet worden voorzien. Heel wat bezoeken die ouderlingen brengen, waaronder de predikant, zijn naar hun aard eerder diaconaal van aard dan pastoraal. Omdat niet zozeer de bediening van het Woord of de tucht nodig is, maar eerder hulp bij eenzaamheid. Laten diakenen oog hebben voor deze noden.
Dubbel nuttig werk
Punt drie. Zeker in dit soort situaties van eenzaamheid moet u niet denken, dat u al die taken nu op uw eigen schouders moet nemen als diaken. Want dan kon u met recht zeggen: ja, maar waar haal ik de tijd dan vandaan?
Maar u bent geroepen ten dienste van het diaconaat inde gemeente.
U bent geroepen om juist die gemeente toe te rusten tot haar diaconale taak. Het allermooiste is, als u mensen weet te activeren en te motiveren om in deze nood van eenzaamheid te voorzien. Schitterend vind ik in dat opzicht wat je in het Nieuwe Testament zelf aantreft. Waar de weduwen weliswaar het eerste voorwerp van diaconale zorg zijn, maar gaandeweg merk je dat deze zelfde weduwen nu juist de voornaamste diaconale werkers zijn geworden. Dat is een prachtige omkering, daar is dubbel mee geholpen. Want als u iemand uit de nood helpt, hebt u iets nuttigs gedaan.
Maar als u iemand hebt gestimuleerd om de ander te gaan helpen, dan hebt u dubbel nuttig werk gedaan.
De verre naaste
Tenslotte nog een eenvoudig punt. Wij leven in een grote, brede, ruime wereld en daarom komt ook heel duidelijk op ieder van ons de vraag af: hoe ver reikt het diaconaat? Hoe zit het met de dienst die wij te verrichten hebben aan de verre naaste? Het zijn in de eerste plaats de gemeenteleden zelf, die hier een taak in hebben. Maar ik zie wel eens in de praktijk dat wij als gewone gemeenteleden overstroomd worden met wel honderd goede doelen, maar je ziet door de bomen het bos niet meer. Ik zou het wel zinvol vinden, wanneer ook in dit opzicht de diakenen de gemeente zouden kunnen toerusten. Door hen met raad en daad terzijde te staan in een gemotiveerd advies langs welke kanalen wij als gemeenteleden onze dienst aan de verre naaste het best kunnen vervullen. Zo'n bijdrage kan onderdeel zijn van de dienst van diakenen: de gemeente toe te rusten in de dienstbaarheid die we van Christus geleerd hebben.
Noten:
1 De brochure heet Een diaconale gemeente en is te bestellen door f 4,50, inclusief porto, over te maken op giro 620511 t.n.v. Ned. Geref. Kerk, Rijswijk.