30 jaar COGMA-werk
1992-10-23
Terugzien kan soms weemoed opwekken. Maar een terugblik kan ook reden tot dankbaarheid geven. Wanneer men 30 jaar een bepaald werk in stand kon houden, dan blijft alleen nog over de vraag: "Waaraan hebben we al die onverdiende zegeningen verdiend?"- Jaargang 36
- nummer 22
In het jaar 1962 werden de eerste Nederlandse militairen naar West-Duitsland gezonden. Deze maatregel was een uitvloeisel van het NAVO-verdrag. Door middel van dit verdrag van de Noord Atlantische Verdrags Organisatie had Nederland zich verplicht om gezamenlijk met andere landen, de vrijheid te handhaven en zo nodig met militaire middelen te verdedigen.
Zo ontstonden er militaire nederzettingen van de landmacht o.a. te Seedorf-Zeven nabij Bremen en te Bergen-
Hohne en later nog te Langemannshof op de Lunenburgerheide. Ook onze Koninklijke Luchtmacht werd ingeschakeld en er werden luchtmachtbases voor geleide raketten opgericht o.a. te Schöppingen, Rheine, Handorf, Erle Bohmte, Hesepe bij Bramsche, Stolnenau, Hessisch Oldendorf en te Blomberg. Daarnaast is er nog het Nato-hoofdkwartier te Rheindalen even over de grens bij Roermond. Uiteraard bracht een en ander een grote troepenverplaatsing met zich mee. Voor een niet gering deel van het beroepspersoneel betekende dit een vaak gedwongen verhuizing naar een nieuwe standplaats in West-
Duitsland. Het zou me in het kader van dit artikel te ver voeren om hierover nog meerdere mededelingen te verstrekken, maar u kunt zelf wel nagaan welk een gigantische operatie dit alles met zich mee bracht.
De geestelijke verzorging van militairen
De geestelijke verzorging mocht door dit alles niet in het gedrang komen. Dus gingen er ook leger- en luchtmachtpredikanten mee naar West-Duitsland. De taak van een leger- of luchtmachtpredikant is veelomvattend. Hij heeft met personeel te doen van allerlei rangen. Zowel met beroeps, als dienstplichtig personeel. Maar ook met de gezinnen van het beroepspersoneel.
Hij geeft godsdienstonderwijs op de Rijksschool. Hij geeft Gevo-Iessen (geestelijke verzorging) aan dienstplichtig personeel. Hij heeft te maken met vogels van allerlei pluimage.
Voorts heeft hij iedere zondag voor te gaan in een kerkdienst voor de protestantse gezindte. Hij gaat mee op oefening, houdt conferenties, geeft catechetisch onderwijs. Bovendien is hij als predikant ook nog vaak belast met allerlei sociaal we.rk, zoals huisvesting, opvang van dienstplichtigen, met eerbied gezegd: 'een duizendpoot'.
Seedorf is het grootste garnizoen
Seedorf heeft in tegenstelling tot andere militaire nederzettingen een eigen protestantse gemeente. D.w.z. met ouderlingen, diakenen en een legerpredikant, die tevens fungeert als gezinspredikant. De Chr. Geref. en de Ned. Geref. kerken onderhouden een z.g. zusterkerkrelatie met deze gemeente te Seedorf.
De vrijgemaakte gereformeerde kerk te Glanerbrug zag in 1962 het terecht als zijn roeping om de gezinnen die tot hun kerk behoorden op te zoeken in plaatsen in het grensgebied. Zo werden er huisbezoeken gebracht aan kerkleden te Schöppingen, Rheine, Bramsche en Handorf. Toen een eigen predikant de gelederen kwam versterken kreeg deze mede als opdracht om de gezinnen op de overige bases te bezoeken. De kerk van Glanerbrug groeide uiteraard in ledental aanzienlijk. De prot. gemeente te Seedorf kreeg een aparte behandeling, het was immers een zelfstandige gemeente met ambtsdragers.
Hier had de kerk van Glanerbrug, voor wat het inschrijven van kerkleden betreft, dus niets te zoeken. De kerkeraad zag dit zeer juist. Men heeft zich niet in te dringen in de dienst van een ander.
Er ontstonden moeilijkheden met het kerkverband
De kerkeraad hield uiteraard, contacten met leger- en luchtmachtpredikanten die niet vrijgemaakt waren. Bovendien gaf, volgens de CCGG, de kerk van Glanerbrug geen voorlichting n.b. over synodebesluiten, ja men liet zelf Open-Briefschrijvers voorgaan in de kerkdiensten. Ik zal hier de kerkstrijd van de jaren 1968 niet herhalen. Na de kerkelijke moeiten werd ingezien dat het werk onder de militairen in W. Duitsland moest doorgaan. Het werd een landelijke organisatie met de naam COGMA.
Contact Orgaan Gereformeerde Militairen en Alleenstaanden.
De COGMA-werkers gingen tot vorig jaar minstens twee maal per jaar langs de hiervoor.vermelde garnizoenen of bases.
Deze reizen werden gemaakt samen met de broeders van de Chr. Geref. Commissie: 'Militairen Buitenland'.
Samen brachten we onze broeders en zusters in de vreemde een bezoek namens de kerken in Nederland.
De samenwerking met de Chr. Geref. Commissie begon in okt. 1972 en bestaat dus nu ook al 20 jaar. Wat schoorvoetend begon is onder Gods zegen geworden tot een belangrijke inbreng in het geheel van de prot.
geestelijke verzorging. Met de geestelijke verzorgers die door het Rijk zijn aangesteld hebben we op elke plaats goede contacten. De legerpredikanten hebben steeds zonder moeite de kansel voor ons afgestaan, zodat we tijdens practisch iedere reis een predikant kunnen laten voorgaan in een militaire kerkdienst.
Honderden, ja duizenden hebben we in die 30 jaren ontmoet. Vele contacten zijn er gelegd, voor velen waren ze tot grote steun. Onze bezoeken waren pastoraal van aard. Een bezoek aan onze broederschap was meer een bemoediging, een handdruk van het thuisfront, om a.h.W. te zeggen: "Houdt moed, ook hier in de verstrooiing, want Christus heeft overwonnen".
Ook voor vele mensen die niet tot onze kerken behoorden, maar hetzij via de kerkdienst, hetzij via gesprekken met ons in contact kwamen, vroegen om nader contact. Ongelovigen hebben we met evangelisatielectuur benaderd; sommigen vroegen om verdieping van de gelegde contacten.
Hoe is de situatie thans na 30 jaar?
We hebben het gevoel dat ons werk in de Bondsrepubliek ten einde loopt. De garnizoenen Seedorf en Bergen-Hohne blijven voorlopig nog bestaan. Maar de Koninklijke Luchtmacht, thans nog alleen in Stolzenau en Blomberg, zal in 1994 in zijn geheel verhuizen naar De Peel. Moeten we daarmee een mooi stuk werk nu afsluiten? Neen gelukkig niet.
Er zijn nog vele Nederlanders, ook uit ons midden die nog in het buitenland, hetzij als burger of als militair woonachtig of gelegerd zijn. Met velen hebben we contact, onder meer via het zenden van lectuur, o.a. de bladen 'Verkenning' en 'Opbouw'. We hopen dat deze contacten zich mogen uitbreiden en dat u, die dit leest, de mensen die voor werk of studiedoeleinden naar het buitenland gaan, zult attenderen op de contactmogelijkheden. Er liggen nog vele kansen, laten we die dankbaar aangrijpen om ook via COGMA de boodschap van de opgestane Christus verder in de wereld uit te dragen.
1 De heer H.J. Bosch is secretaris van COGMA