De grondslag van het CDA
1992-10-23
De voorzitter van het CDA drs. W. van Velzen heeft voor grote onrust gezorgd door te verklaren, dat de Bijbel voor het CDA, er niet is om open te slaan.- Jaargang 36
- nummer 22
In de hierop volgende discussie is gebleken, dat in de kringen van het CDA nogal verschil van mening is over de grondslag van het CDA. Het is niet voor het eerst in de geschiedenis van een christelijke partij dat er over de grondslag onzekerheid bestaat met als gevolg een langdurige discussie.
In het oude program van de ARP stond vroeger, dat de ARP ook op staatkundig terrein de eeuwige beginselen belijdt, die ons in Gods Woord zijn geopenbaard. Een uitdrukking, die veel problemen heeft opgeleverd, mede door de uitleg, die dr. Kuyper hieraan gegeven had. Wanneer Kuyper sprak over eeuwige beginselen haalde hij nog al eens door elkaar de normen die God voor het geschapene heeft gesteld en de orde in het geschapene.
Kuyper was van mening dat de mensen uit de orde in de natuur de normen van God kunnen afleiden. Zo spreekt hij in 'Ons Program' enige malen over ordinantiën van God die wij uit de natuur kunnen kennen. Nu volgde niet elke antirevolutionair hem hierin. Zo schreef Colijn in 'Saevis tranquillus in undis' (blz. 73), dat de Heilige Schrift kenbron en toetssteen is voor de beginselen, die ons in het staatkundig leven hebben te leiden.
Na veel discussies werd in 1961 bij de herziening van het program uitgesproken in de inleiding op het beginsel en algemeen staatkundig program, dat de ARP uitgaat van de belijdenis, dat God de volstrekte Souverein is en dat Hij aan Jezus Christus heeft gegeven alle macht in hemel en op aarde. Overheid en volk behoren die macht te erkennen en hebben daarom de plicht Gods geboden voor het staatsleven te betrachten.
In aansluiting daarop werd het Beginsel en Algemeen Staatkundig program aanvaard, In art. 2 van dat program staat dat "Overheid en volk bij het licht der Heilige Schrift zelfstandig hebben te verstaan wat dit voor het staatkundig leven van elke tijd heeft te zeggen".
Dit betekende een hele verbetering vergeleken bij het oude program.
Helaas begonnen bij de totstandkoming van het CDA de verschillen weer terug te komen. En de oplossing was nu veel moeilijker, omdat een reformatorische en een roomskatholieke visie op één lijn gebracht moesten worden. Er kwamen discussies over de grondslag, over het karakter van de partij, over de binding aan de grondslag, over de evangelische radicaliteit.
Vooral aan de kant van de KVP waren ook nog al veel voorstanders van een open partij.
Het is erg jammer; dat men toen niet gekozen heeft voor een protestantse en een roomskatholieke partij, opgenomen in een federatief verband.
Alleen dankzij Steenkamp slaagde men er tenslotte in het CDA op één formule te verenigen.
Hij stelde, dat het evangelie voor de nieuwe partij een uitdaging, een opgave en een gave tegelijk moest zijn. Een partij is echter geen godsdienstig genootschap, maar een politieke organisatie.
Daarom moet de partij zich richten tot het gehele volk.
Het nieuwe in deze benadering lag in de gedachte van het politieke antwoord op de boodschap van het evangelie als samenbindend. element in de nieuwe partij.
Het heeft echter nog verscheiden jaren geduurd voordat de ARP overstag ging. Velen waren en zijn van mening, dat het Evangelie zelf de kern van de grondslag zou moeten zijn. Zo was de conclusie van H. Algra, dat men hier te maken had met een humanistisch klinkend betoog op één plaats opgehangen aan het evangelie als aan een spijker.
Intussen is er een nieuw ontwerpprogram van uitgangspunten van het CDA verschenen.
In dit nieuwe ontwerp lezen we in art. 1: "Het CDA aanvaardt dat bijbels getuigenis van Gods beloften, daden en geboden als van beslissende betekenis voor mens, maatschappij en overheid. Het richt zich daar met de intentie steeds te zoeken naar de betekenis van het Evangelie voor het politieke handelen." In art. 2 wordt gesproken over de politieke overtuiging van het CDA dat een antwoord moet zijn op de oproep van de bijbel. De toetsing aan de Heilige Schrift is de kern van die politieke overtuiging. En die is dan weer het samenbindend element waarop een ieder in het CDA aanspreekbaar is. Bij het verschijnen van dit ontwerpprogramma concludeerde Deetman, dat de
toetsing van de H. Schrift de kern van de politieke overtuiging is. Een bemoedigende ontwikkeling. Helaas heeft uitgerekend de voorzitter van het CDA de knuppel in tiet hoenderhok gegooid door te verklaren, dat de Bijbel er bij het CDA niet is om open te slaan. De zinsnede, dat de Bijbel toetssteen is behoort volgens v. Velzen dan ook niet in het program thuis.
Tenslotte is volgens hem het CDA geen christelijke partij. Het CDA zo stelt hij, is een christendemocratische partij, die zich niet slechts richt tot de christenen, maar tot de hele samenleving. Bij een christelijke partij moet je denken aan klein rechts!
Het is wel triest te moeten constateren, dat de voorzitter van het CDA niet eens weet wat een christelijke partij is. Toen de opmerkingen van v. Velzen nogal kritiek oogstten, heeft hij enkele uitspraken wat verzacht, maar van een duidelijke wijziging van zijn visie is geen sprake.
Gelukkig zijn in de top van het CDA ook betere geluiden te beluisteren. Ik citeer nu drs. C.P. van Dijk uit 'Christelijke politiek vandaag.'
"Sinds het Christen Democratisch Appel ontstond uit de fusie van de drie grootste christelijke partijen, heeft het bewust gekozen voor de Bijbel als grondslag en richtsnoer voor het politieke handelen. Het bood daarmee weerstand aan de verleidi'ng om zich tot een brede pragmatische middenpartij te ontwikkelen van hen die zich om uiteenlopende redenen, waaronder historische banden met het christendom, niet aangetrokken voelen tot links of rechts in het politieke centrum. Het verkoos daarentegen een partij te zijn die "het Bijbelse getuigenis van Gods beloften, daden en geboden aanvaardt als van beslissende betekenis voor mens, maatschappij en overheid... die zich naar dat getuigenis wil rechten... zich van daaruit zonder onderscheid tot de gehele Nederlandse bevolking richt... en een wezenlijke betekenis hecht aan de uitspraken van de christelijke kerken."
Deze duidelijke keus van v. Dijk voor een christelijke partij staat haaks op de beschouwingen van v. Velzen voor wie de Bijbel niet meer is dan een inspiratiebron. Volgens hem kan iedereen in het CDA functioneren als hij het program van uitgangspunten, t.w. solidariteit, gerechtigheid, rentmeesterschap en gespreide verantwoordelijkheid maar accepteert. Terecht heeft drs. A. Oostlander, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA gesteld, dat toetsing aan de Bijbel altijd voorop stond. Aan die vier trefwoorden solidariteit, gerechtigheid, rentmeesterschap en gespreide verantwoordelijkheid heb je niet veel als je ze losmaakt van hun context. Oostlander constateerde, eveneens terecht, dat het onderscheid dat Van Velzen maakt tussen christelijk en christen democratisch een woorden spelletje is.
Van Velzen geeft de indruk, dat hij totaal niet heeft begrepen wat christelijke politiek inhoudt als hij constateert, dat christelijke politiek een zaak is van klein rechts en niet van het CDA. Dat is niet zo best voor een voorzitter van het CDA, die blijk geeft erg pragmatisch te denken.
Het CDA kan het niet stellen zonder mensen, die niet alleen het program maar ook de uitgangspunten waarop het program gebaseerd is, aanvaarden. De H. Schrift moet de basis zijn voor de uitgangspunten van het CDA. Het is te hopen, dat het CDA bestuur zich duidelijk distantieert van de uitspraken van haar voorzitter.
Het moet onbetwistbaar zijn, dat het CDA de Bijbel als norm voor haar politieke handelen aanvaardt, anders verdient zij niet de naam van christelijke partij, maar evenmin van christendemocratische partij.