De koningin is lekker hervormd
1992-10-23
A.J. Klei is in brede kring bekend als de (be-)schrijver van allerlei 'weetjes' in kerkelijk Nederland. Onder de titel 'De koningin is lekker hervormd' legt hij in een notendop de (ontstaans-) geschiedenis van allerlei protestantse kerkgenootschappen en groeperingen uit. Zowel de uiterst vrijzinnige groeperingen als de kerken aan de rechterflank van de gereformeerde gezindte komen aan bod (aan de evangelische groeperingen wordt overigens geen aandacht besteed). Daarbij put Klei uit een rijke verzameling aan anekdotes. Eigenlijk bestaat zijn kerkgeschiedenis uit een summiere beschrijving van het ontstaan van een kerkgenootschap, gevolgd door een brede beschrijving van een aantal voorvallen, meestal rond een bepaald persoon.- Jaargang 36
- nummer 22
Wie in kerkelijk Nederland rondneust, valt soms van de ene verbazing in de andere. Wie dwarsverbanden probeert te leggen, komt dan tot interessante conclusies. Wat te denken van de stelling: "Bij de hervormden is leervrijheid, bij de gereformeerden kleervrijheid" (naar aanleiding van de discussies over 'hoedjes', bij de gereformeerden zelden een punt van discussie, bij de rechterflank van de hervormden des te vaker). Natuurlijk: de stelling kent zijn uitzonderingen.
Overigens: zo bezien zijn sommige christelijke gereformeerde kerken eerder hervormd dan gereformeerd ...
Het thema kleding komt vaker aan de orde, zoals bij de strandkleding en in de discussie over de broekrok. Hierbij citeert Klei uit kerkbladen, waaruit blijkt dat sommige mannelijke scribenten wel heel uitgebreid studie moeten hebben gemaakt van het verschijnsel 'broekrok'. Natuurlijk was ik benieuwd naar het ontstaan van de Nederlands gereformeerde kerken. Wij worden getypeerd als "een wat moeilijk te plaatsen kerkgenootschap, waarbinnen strenge opvattingen en een wat vrijere opstelling zijn verstrengeld, maar die met elkaar er de gereformeerde kantjes geenszins vanaf lopen" (48). Overigens: toch even een correctie aan het adres van de auteur ... de 'Open Brief' werd allerminst alleen ondertekend door predikanten. Maar ja, dat heb je nu eenmaal gauw in de kerkelijke pers. Toen redactielid Meulink voorzitter was van de Landelijke Vergadering in Enschede bleek hij opeens ook regelmatig Ds. voor zijn te krijgen ...
De anekdotes die Klei beschrijft doen het prima op verjaardagen. Wat te denken van een predikant, die zijn auto in de achterkamer van de pastorie parkeerde? En van een andere predikant die zijn tijd zo efficiënt indeelde dat hij de chauffeur opdracht gaf om door te rijden, dan zou hij onderweg wel bidden voor de onderweg te nuttigen lunch. Het lijkt er trouwens wel op dat de kerken aan de uiterste rechterflank ook de meest inspirerende predikers voor de auteur leveren.
De 'tale Kanaäns' is een aparte studie waard. Klei heeft in zijn lange loopbaan aardig wat citaten weten te verzamelen.
Kerkgeschiedenis wordt niet zelden rond mensen geschreven. Vaak vormen markante persoonlijkheden dan ook de inzet voor een kerkelijk conflict. Opvallend is bij al deze verhalen hoezeer mensen dan ook kleur geven aan een kerkgenootschap. Dat is vooral het geval bij de bevindelijke gereformeerden (en overigens ook bij de evangelischen).
Ten aanzien van allerlei kerkelijke regels (de discussie over de 'broekrok') kan men zich ook nog eens afvragen welke rol het geloof speelt en wat de betekenis is van menselijke overwegingen.
Klei schrijft geen geloofsgeschiedenis; hij houdt zich niet bezig met de vraag op welke manier God in de kerkgeschiedenis werkt. Wie er echter oog voor heeft dat in het ontstaan van kerken ook 'mensenwerk' een rol speelt, kan zich kostelijk vermaken met dit boek. Het is af en toe nog best leerzaam ook. Leerzaam, maar met een forse knipoog.
N.a.v.: A.J. Klei, De koningin is lekker hervormd. Uitgave: Ten Have, Baarn, 1992; 135 pagina's, f 19,50.