lets over de Afacheiding in Gameren
1992-10-23
In Gameren kwam de Afscheiding niet uit de lucht vallen. In het eerste halfjaar van 1835 waren er contacten tussen een aantal leden van de Hervormde Kerk en Ds. H.P. Scholte en op 16 augustus deelde de hervormde predikant Ds. W.J. Grol na de morgendienst mee, dat hij de vorige dag van een aantal leden een brief had ontvangen, "die verlangden dat hunne namen uit het Doop en Lidmatenboek der herv. kerk gedaan werden, omdat zij zich niet langer vereenigden met het sedert 1816 bestaande herv. kerkgenootschap".- Jaargang 36
- nummer 22
De tekst van de brief is geheel opgenomen in het notulenboek van de Hervormde Kerk en een tijd geleden in Opbouw gepubliceerd. Op zondag 23 augustus 1835 vond in Gameren een bijzondere gebeurtenis plaats. De hervormde predikant Ds. Grol schreef als scriba van de classis op 24 augustus hierover een brief aan de Minister van Eeredienst. In deze brief staat o.a.: "...dat er gisteren, Zondag 23 Aug", er een aanmerkelijke opschudding, door den gewezen predikant Scholte veroorzaakt, in de Gemeente heeft plaats gehad". Wat was er aan de hand? De gemeenteleden, die zich kort tevoren hadden afgescheiden van de Hervormde Kerk, hadden in overleg met Ds. Scholte besloten, dat er op zondag 23 augustus een Godsdienstoefening zou zijn in de boomgaard van J.P. van de Werken. Op de zaterdag ervoor kwam Ds. Scholte met zijn vrouw naar Gameren en had er 's avonds een stille godsdienstoefening plaats in het huis van Van de Werken. Ds. Grol schrijft verder over het gebeuren op zondagmorgen: "Het geluid der klok, hetwelk de gemeente op den voormiddag tot het kerkgebouw riep, scheen ook voor de gemeente van den Heer Scholten ten teeken tot verzameling te zijn. Eene verbazende menigte menschen was van alle plaatsen in de omtrek te zamen gevloeid; de heer Schol ten had eene wagen in het midden van den boomgaard beklommen, van waar hij voornemens was tot het volk te spreken."
Ds. Grol wijst er vervolgens op, dat zaterdagavonds reeds aan Ds. Scholte was verteld, dat de Burgemeester van Gameren het voornemen had "om desnoods zijne prediking met geweld te beletten". Ds. Scholte liet zich echter niet afschrikken door de aanwezige dragonders, die bij het huis van Van de Werken patrouilleerden. "Ten half 10 ure (aldus de brief van Ds. Grol) besteeg hij in volle kostuum zijnen wagen, en gaf na het uitspreken van een kort gebed het psalmgezang op".
De burgemeester en de luitenant van de dragonders verzochten Ds. Scholte niet te gaan preken, maar deze ging daar niet op in. Hij wees er op, dat er niets onrechtmatigs zou gebeuren. Het is wel leuk even te vermelden, dat later twee burgemeesters leden van de gereformeerde kerk in Gameren waren, nl. Van Willigen uit Haaften en Hobo uit Gameren. Over de gebeurtenissen van die zondag schreef mevr. Scholte de volgende dag een uitvoerige brief aan haar moeder. Ik neem een gedeelte over:
"Zondagmorgen verschenen ook werkelijk de dragonders van Bommel, gedeeltelijk te voet, gedeeltelijk te paard, misschien 90 of 100 man; op den bestemden tijd gingen wij naar de plaats, het was in een boomgaard, daar was een boerenwagen gebracht voor den Ds. zooals gewoonlijk; juffrouw Hasselman (uit Poederoyenv.W.) en ik zaten achter Ds. op den wagen, en achter ons zaten ook nog menschen; wij hadden gebeden en gezongen, toen de Burgemeester kwam vergezeld van den Luitenant, en vroeg aan den Ds. wie hij was, en of de vergadering op zijnen last daar verzameld was, en verzocht toen de menigte uiteen te gaan en rustig tot hunne woningen terug te keeren, opdat hij niet genoodzaakt zou zijn strengere maatregelen te nemen.
De Ds. vatte het woord op, en bewees den Burgemeester, dat de wet op deze vergadering niet toepasselijk was, en ook dat wij daar niets kwaads bedoelden, maar integendeel alleen daar waren gekomen om God in waarheid te dienen, ook naar het bevel des Heeren de onderlinge bijeenkomsten niet mochten nalaten, en verzocht den Burgemeester daarbij tegenwoordig te willen blijven om te hooren wat er gebeurde, en dat hij het krijgsvolk, dat nu tegenwoordig was, rondom de menigte mocht scharen, opdat de kwaadwilligen, die er ook in menigte waren, verhinderd mochten worden om wanorde te stichten. De Burgemeester hield zich maar alleen daaraan, dat hij zijnen last, door den Gouverneur Hem opgelegd, moest volvoeren en na veel woordenwisseling zeide de Ds. hem eindelijk: als wij eenmaal in de dag des oordeels voor Gods rechterstoel zullen moeten verschijnen, dat het ons dan niet zou verontschuldigen met te zeggen: ik heb dien last van den Gouverneur ontvangen."
Hier onderbreken we de brief van mevr. Scholte. De volgende keer verder.