Een vrouw in het ambt

1992-10-23
  • Jaargang 36
  • nummer 22
Wij hebben een lieverd van een domineesvrouw. Deze maand is ze vijfentwintig jaar in het ambt.
Op haar huwelijksdag voor het leven bevestigd ("Kind, waar begin je aan", denk je dan), begeleidde ze als een trouwe prinses-gemalin haar bedienaar van het Woord. Zijn schaduw aan zijn rechterhand. Gods rakelingse nabijheid in zijn tegenbeeld. Dubbelgestalte. Tweeëenheid. Hij is in haar pas wie hij is.

Ik heb in mijn jonge jaren een domineeske gekend die me toen ik, nadat ik een week - wel... niet... wel... - knoopjes had geteld, eindelijk onder aan de trap binnen bij de dominee was beland, vroeg of ik m'n voeten wel had geveegd. Het is op een onnozel kletspraatje uitgelopen daarboven. M'n levens probleem zat opgevouwen in de binnenzak van het colbert waarin ik me voor de gelegenheid had verkleed. Hij zal gedacht hebben: "Waar komt die knul mijn kostbare tijd mee verdoen?", want het was in de drukke jaren van schorsen en vergaderen en daar kan hij wat van!
En ik dacht: "Hoe kom ik hier heelhuids uit?" Beneden aan de trap stond opnieuw mevrouw. Het kostte me weinig moeite haar te passeren, en op haar mat heb ik het laatste stof van mijn schoenen gestampt.

Een domineesvrouw is de inleiding op de predikant. En de slotsom. Zijn proloog en zijn amen. Voor haar geeft hij zich bloot. In haar spiegel ziet hij de gemeente - en ziet de gemeente hem. Zij overhoort zijn preek. Door haar wordt hij uitgeveterd of gesticht. Zij schrapt en onderstreept. Zij plaatst de accenttekens. Zij schat zijn ware vroomheid in. Zij geeft hem haar zegen. Zij hoort de leegtes in zijn preek. Zij zit met het zweet in de handen in de kerk als hij weer eens te weinig tijd heeft gehad en het Woord in een decimale verdunning in woorden is opgeklopt. Veel schuim en weinig boodschap. Zij heeft, om de schade zoveel mogelijk te beperken, zijn pak nog maar eens extra opgeperst. Ze heeft het witte boord gestreken. Zij heeft de das gestrikt. Hij maakt de show, maar voor haar staat hij voor aap.
Ze zit vanmiddag voor me in de kerk Bijna de helft van haar ambtstermijn heeft ze aan onze gemeente besteed. Als een blonde, nog jonge vrouw kwam ze bij ons binnen. Elke zondagochtend gehaast en op het nippertje, zij en haar kwartet natbeplakte koppies plus één paardenstaart - háár paardenstaart, van vroeger. Alles snel bijeengekamd na een hap-slik-ontbijt en een jachtig stukkie bijbel. Pa alvast met de preek vooruit. Kloek met vijf kuikens, wadend door het middenpad en op een rij gezet langs de open vijver vooraan om voorbeeldig op te zien en stil te zitten, vanaf het votum tot aan de ene pepermunt en van de pepermunt tot aan het amen. Dan waren de haren intussen gedroogd en weerspannig wild gaan staan.

Haar gouden haren werden na haar koperen feest verzilverd - ik denk dagelijks één -, gewisseld tegen de koers van de dag binnen de gemeente. Wij noteren ootmoedig haar verlies en onze winst. Wij met ons geroddel en ·gekonkel. Wij met ons kleingeloof. Ze heeft aan onze ziekten meegeleden.
Ze heeft in onze smarten meegeleefd. Ze heeft met ons meegebeden. Middelares. Jukgenoot van haar man. Navolgster van haar Heer. Ze is aan ons grijs geworden. Nu zit ze voor haar gemeente uit alleen op de voorste rij. Haar kinderen zijn groot geworden. Ze ziet bemoedigend naar de kansel op. Ze weet wat er komt. En ze luistert nauwlettend met ons oor.

Ze zal het niet leuk vinden dat er zo op haar wordt gelet. Ze zal het niet leuk vinden als er zo over haar wordt gepraat.
Niets laten merken dus. Sssssttt! We hebben niks gezien. Ik heb niks gezegd.

Dit artikel schreef Mance ter Andere in het reformatorisch opinieblad: 'KOERS'. Het laat ons duidelijk zien hoe belangwekkend de funktie van de predikantsvrouw is. Het lijkt mij goed elkaar eraan te herinneren, dat ook de vrouw van de dominee een plaats moet hebben in onze gebeden. Z6 alleen kan ze door de kracht van de Heilige Geest haar man (en eventueel haar kinderen) èn de gemeente tot rijke zegen zijn!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief