De Afscheiding in Gameren (vervolg)

1992-11-06
  • Jaargang 36
  • nummer 23
Na het gesprek van de burgemeester met Ds. Scholte gingen de burgemeester en de luitenant weg. Over wat daarna gebeurde schrijft mevrouw Scholte het volgende:

"Ds. gaf toen op Ps. 119 : 65, 87 en 88. Wij begonnen te zingen, en opeens kwamen de dragonders tot aan den wagen, daar wij op zaten; zij beginnen toen de menigte met uitgetrokken sabels uiteen te jagen en de menschen schrikkelijk te slaan: en toen het paardenvolk er ook tusschen ... wij dachten dat onze wagen onderstboven zou gaan. De menschen bleven tusschen de wielen zitten om bij ons te blijven, maar met geweld werden zij weggehaald en dat slaan met sabels was erg.
Een man, die achter ons op den wagen zat, kreeg ook zoo, opdat hij er af zou gaan, en dat schelden en vloeken van dat volk op den Ds. was erg. Zij zouden ons er afgeslagen hebben, maar de Luitenant verbood het."

Het ging er dus niet zachtzinnig naar toe in de boomgaard van Van de Werken. De afgescheidenen bleven gelukkig rustig. Mevrouw Scholte schrijft hierover:

"Maar 0 dat weerhoudende van den Heere, dat niemand onzer zich met geweld verzette, want dan zou het een bloedbad geworden zijn, en dit wonder van den Heere, dat wij zoo stil en gerust op onze plaatsen mochten blijven, dat ons gemoed niet ontroerd was, dan alleen om dat gruwelijke vloeken; want ik kan zeggen, ik zat zoo gerust, terwijl de sabels voor ons en achter ons heenzwaaiden en het paardenvolk gedurig tegen den wagen aanreed. Het is de Heere alleen, die ons kalmte schonk, anders was het onmogelijk: maar de dankbaarheid bij mij schiet veel te kort."

De hervormde predikant W.J. Grol schreef op 24 augustus 1935een uitvoerige brief aan de Minister van Eeredienst, waarin hij het een en ander over de gang van zaken op de zondag ervoor vertelde. Aan het slot van de brief staat het volgende:

"Van dit een en ander meen ik Uwe Excellentie kennis te moeten geven, daar ook deze poging van toenemende ver"metelheid van eenen man, die niets ontziet om zijn doel te bereiken, opnieuw doet zien, hoe wenschelijk het voor de rust der kerk en derzelver gemeenten zij, dat aan dergelijke onruststokende woelingen, op eens en voorgoed een einde gemaakt worde."

Niet alleen Ds. Grol schreef een brief, ook de eigenaar van de boomgaard, waar de samenkomst plaatshad, J.P. van de Werken ging aan het schrijven. Op 4 september richtte hij zich tot Koning Willem I. Het is wel zeker, dat de brief geschreven is door A.E. Dudok Bousquet, een van de 'vrienden van Da Costa', die eind 1834van Amsterdam naar Zaltbommel verhuisde en zich later aansloot bij de kerk van Gameren. Van de Werken merkt in zijn brief o.a. het volgde op:

"Ik heb maandag den 24. den Burgemeester verzocht om procesverbaal op te maken, die dit eerst beloofde en zelfs het een en ander opschreef, doch naderhand stellig weigerde, dit voor mij te doen. Ik heb mij begeven tot de Vrederegter te Bommel; deze zeide, geen knecht te zijn van den Burgemeester. Ik ben gegaan tot den District-schout te Bommel, ook deze wees mij af. Daar ik dus nergens regt kan krijgen, neem ik bij deze de vrijheid om Uwe Majesteit met het voorgevallene bekend te maken, en tevens ernstig te verzoeken, dat het Uwe Majesteit moge behagen, bescherming te verleenen van mijn persoon en goederen, bescherming van mijn conscientie en godsdienstvrijheid overeenkomstig onze bezworene Grondwet, opdat ik en mijne overige geloofsgenooten te Gameren niet verder mogen bloot staan aan de willekeurige mishandeling van dragonders, aan de willekeurige behandeling van onzen Burgemeester, ten gevolge van een bevel van den Gouverneur onzer provincie, en hetgeen volstrekt strijdig is met alle beginselen van Gods Woord, van onze bezworene Grondwet en met het Wetboek van Strafregt."
Niet alleen Van de Werken schreef een brief aan de koning, ook Simon van Tuyl, Otto van Tuyl en Gerrit Verbeek beklaagden zich bij de Koning over de persoonlijk ondergane mishandelingen. In hun brief staat o.a.:

"Wij allen zijn in meerdere of mindere mate deerlijk geslagen en er behoefde nog maar alleen bloed vergoten te zijn, om die dag gelijk te maken aan den tijd, toen de wreede Alva het bloed onzer voorouders deed stroomen. "

De brieven haalden weinig uit. Op verdere ontwikkelingen in Gameren kom ik later nog wel eens terug.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief