De zevende missie naar Bangui (2)
1992-11-06
De missie die wij (ds H.de Jong en ondergetekende) in Bangui hadden te vervullen bestond uit het verzorgen van colleges Oude en Nieuwe Testament aan de FATEB (Faculté de Théologie Evangélique de Bangui). Dat was het eerste waar we voor kwamen: het aanbieden van onze diensten in het verstaan van het levende Woord van God.- Jaargang 36
- nummer 23
Zoals u al begrepen hebt uit het voorgaande artikel beperkte het contact met de studenten zich echter niet tot de college-uren. De faculteit zelf is een soort nederzetting: alle studenten, de meeste met hun gezin, hebben op het terrein hun onderkomen. En al verblijf je er maar vier weken, in die tijd maak je deel uit van die leefgemeenschap. Je voert gesprekken met elkaar, je gaat mee naar de kerk, je maakt iets mee van het wel en wee. In dit artikel wil ik het een en ander doorgeven van de ervaringen waar ik mee thuis ben gekomen.
Misschien komen ze ergens van pas.
Naar de kerk in Bangui
Eén van de redenen waarom de theologische faculteit voor franstalig Afrika in 1977uitgerekend in Bangui terecht is gekomen, heeft te maken met de omstandigheid dat de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek een groot aantal kerken rijk is. Voor de praktische vorming van de studenten zijn er daarom voldoende stageplaatsen voorhanden. Tijdens ons verblijf hebben we in verschillende gemeenten de zondagse eredienst bijgewoond. Enkele malen werd ons daarbij verzocht om de verkondiging voor onze rekening te nemen.
Het had dus wel iets weg van de dienst in de synagoge van Nazareth, waarover Lukas bericht. Jezus leidde niet de hele dienst, maar werd wel opgeroepen voor de lezing van de Schrift en werd daarna in de gelegenheid gesteld om het gelezen Schriftgedeelte uit te leggen.
Op het moment dat wij de kerk binnenkwamen was er meestal al heel wat gebeurd. De vorming van de kinderen komt het eerst aan bod in iets wat het midden houdt tussen zondagsschool en catechese. Er worden bijbelteksten geleerd en opgezegd, er wordt gezongen.
Zou dat ook iets zijn voor ons, om de catechese te concentreren op de zondag? Het valt te overwegen. Zonder veel plichtplegingen wordt de overstap gemaakt van catechese naar eredienst. Daarbij is de hele gemeente, van jong tot oud, aanwezig: het is op en top een gezinsdienst, waarbij de jonge kinderen vooraan zitten. Omdat ik me dat anders had voorgesteld, was voor mij de manier waarop de kinderen in het gareel werden gehouden iets waar ik van opkeek. Wie zit te praten of te klieren wordt eenmaal verplaatst. Gaat een kind dan nog door, dan moet het naar buiten. Een welbewuste training in luisteren en stilzitten. Bij de preek werden de kinderen wel aangesproken, maar het draaide niet om hen: de verkondiging was voor de gemeente in zijn geheel.
Kerkmuziek
Laat ik ook iets zeggen over de muziek tijdens de kerkdiensten: een hele ervaring met z'n verrassingen, maar ook met z'n teleurstellingen.
De verrassing is dat men in Afrika aan een melodie, een lied, als vanzelf een heel eigen kleur kan geven. Ook waren er vaak twee koren, van ouderen en van jongeren, wat aan het zingen ook een bepaalde beweeglijkheid geeft: stem en tegenstem. Als er begeleiding was, dan bestond die uit handgeklap en tamtam. Wat de begeleiding betreft maakte de eerste dienst die ik zelf meemaakte ook de meeste indruk op me. De tamtam structureerde het zingen op een manier die tegelijk indringend en ingetogen was. Daar had je binnen een Afrikaanse context de 'poids et majesté' (gewicht en waardigheid) die Calvijn als eis stelt waaraan het zingen in de eredienst moet voldoen. De tamtam als krijgsgevangene gebracht onder de gehoorzaamheid aan Christus (vgl. 2Kor 10:5). In Afrika zingt men hard. Een teleurstelling was het daarom voor mij, dat in een andere gemeente de solo's bij de koorzang elektronisch versterkt ten gehore werden gebracht. Wat het volume betreft was dat onnodig en aan de muziek deed het, naar mijn mening tenminste, afbreuk.
Voor onze eigen diensten zou ik willen pleiten om in de kerk te zingen met hart en mond en (eventueel) handen en de begeleiding zoveel mogelijk akoestisch te houden. Voor de kerk in Afrika én in Nederland blijven daarbij de eisen van 'poids et majesté' een goede toetssteen voor het muzikale en inhoudelijke gehalte van het kerklied.
De dood van een kind
Afrika is in onze media het continent geworden van de droogte, de honger en AIDS. Van honger en droogte is in Centraal Afrika, zo dicht bij de evenaar, geen sprake. Ziekte is er wel, en een gebrekkige ziekenzorg. Op een avond was er ineens het bericht dat er een kind gestorven was.
Een baby nog, één van een tweeling. Was er alleen maar sprake van uitdroging?
De dood is in Afrika dichtbij. AI snel kwam men van heel het faculteitsterrein bijeen voor het huis waar de student die het kind verloren had woonde met zijn gezin. Daar werden de hele avond geestelijke liederen gezongen en daar werd eveneens gebeden dat het leven van het andere kind, nog in het ziekenhuis, gespaard mocht blijven. Tot onze verbijstering werden we de volgende dag gewaar dat het overleden kind diezelfde nacht nog door enkele studenten begraven was. De sterveling als gras, als een bloem in het veld. De wind gaat erover en hij is niet meer. Een fel en kort aan de dag tredend verdriet. En daar omheen het smeken om bijstand en het zingend belijden dat het Woord des Heren in eeuwigheid blijft.
Afrika is een geteisterd continent. Toch zit er naar mijn gevoel iets scheef, wanneer we Afrika identificeren met rampspoed. In de eerste plaatje zijn de verschillen van land tot land daarvoor te groot. In de tweede plaats is Afrika een werelddeel waar heel veel 'in aanbouw' is. Een continent waar niet alleen monden zijn die gevoed moeten worden, maar ook velen die er naar verlangen gevormd te worden. Daarom kunnen we niet anders dan op die beide fronten bezig blijven. Waar we de steun in de geestelijke vorming als een bijzaak gaan zien, doen we Afrika, en zeker de kerken daar, tekort.
Kritiek
Van de studenten die hun theologische opleiding volgen aan de FATEB, is een deel afkomstig uit landen waar de Islam een aanzienlijke tot overheersende invloed heeft. Te denken valt aan Tsjaad en Niger, maar ook aan landen als Senegal en Ivoorkust. Uit hun mond viel nogal wat kritiek op te tekenen aan het adres van het westen. Kritiek, vermengd met teleurstelling.
In landen waar christenen een minderheid vormen wordt het evangeliseren en het stichten van kerken zo niet onmogelijk, dan toch vaak uiterst moeilijk gemaakt. En wordt een moslim tot het geloof in Christus gebracht, dan krijgt hij vanuit zijn omgeving heel wat te verduren. Er was een student die dat uit eigen ervaring - hij was zelf moslim geweest - kon vertellen.
En dan kijken onze Afrikaanse broeders en zusters naar het, voor hun besef, nog altijd christelijke westen. Waarom wordt er vanuit de westerse wereld niet veel meer opgekomen voor de rechten van christelijke minderheden in landen met een overwegende moslimbevolking? Heerst er dan zoveel angst voor het sluiten van de oliekraan? Het beeld dat men in Afrika nog van ons heeft moet helaas bijgesteld worden. In principe stelt een regering als de onze zich neutraal op tegenover het geloof van de burger. Dat we in een post-christelijke maatschappij leven treedt steeds duidelijker aan de dag. Dat ontslaat ons echter niet van de plicht, om waar we onze invloed aan kunnen wenden er op te hameren dat vrijheid van godsdienst tot de grondrechten van ieder mens behoort. Als we er prat op gaan dat die grondrechten in onze democratie gerespecteerd worden, dan zal ons land ook in zijn buitenlandse politiek veel meer zijn nek moeten durven uitsteken. En als kerk zullen we de moed moeten hebben om profetisch de dictatuur van het economisch gewin, die alle andere aspecten van het leven aan zich onderwerpt, aan de kaak te stellen.
Zelfkritiek
Een teken van hoop, zo schat ik het tenminste in, is dat er in de gesprekken met de studenten naast kritiek op de blanken ook zelfkritiek naar voren kwam. Dat er, wat de kolonisatie betreft, een nuchter onderscheid gemaakt wordt tussen wat er in die tijd verkeerd is geweest en schade heeft aangericht én het goede, waarop voortgebouwd kan worden. Een samengaan van kritiek en zelfkritiek die je, op een heel eigen manier aantreft in de boeken van Ahmadou Kourouma, een schrijver afkomstig uit Ivoorkust. Zijn boek 'De brandende zon van de onafhankelijkheid' is binnen de moderne Afrikaanse litteratuur al klassiek te noemen (en in Nederlandse vertaling te koop). Wie een poging wil doen om door Afrikaanse ogen naar Afrika te kijken krijgt daarvoor in deze roman de gelegenheid.
En, voor wie geïnteresseerd is in muziek, is het de moeite waard om mensen als Youssou N'Dour in de gaten te houden ('Set', 'Eyes Open'). Vanwege de muziek (geen kerkmuziek overigens!) én de teksten.
Een druppel?
Is het spreken van een 'missie' niet wat overtrokken? Het zijn toch maar enkele weken, en daarna vertrek je weer? Wel, studenten een paar weken achtereen van dag tot dag college kunnen geven, dat is niet niks. Dat geeft je de gelegenheid om in een heel geconcentreerde vorm kennis over te dragen. En: in dat alles gaat het om het Woord, waarvan beloofd is dat het niet onverrichterzake terugkeert tot Hem die het gesproken heeft. En je ervaart ook iets van de kracht van het mosterdzaad. Wat is Afrika een onmetelijk groot continent. Toch studeerde er in Bangui iemand, afkomstig uit het grensgebied van Kameroen en Tsjaad, die ds De Jong al eens eerder op een congres elders in Afrika had gehoord. Ook ontmoetten we een oud-student, voor enkele dagen op bezoek op de FATEB, die meteen door wilde praten over de colleges Oude Testament die ds De Jong enkele jaren geleden had gegeven. Is daarin dan niet iets van het brood dat we uit moeten werpen op het water, en dat we D.V. terug zullen vinden na vele dagen?
Niet om onszelf een aai over de bol te geven, maar om u een indruk te geven van de wijze waarop de hulp aan de FATEB overkomt, wil ik een enkele zinsnede citeren uit een brief die namens de faculteit geschreven werd aan de EvTA. "Wij ervaren het steeds weer als een zegen wanneer er gastdocenten komen uit Nederland. De studenten hebben grote waardering voor wat zij van hen leren, en deze keer vormde daarop geen uitzondering.
Bijzonder enthousiast waren ze over de avond dat ds De Jong een training gaf in het hardop lezen van het Hebreeuws. Daarom willen wij u als EvTA danken voor alles wat u in het werk stelt om de FATEB te helpen in haar veeleisende taak om voorgangers te vormen voor Christus' kerk in Afrika".
Gaat het om een druppel op een gloeiende plaat? Ik houd het liever op de beeldspraak uit Jesaja 55, waarin ook sprake is van druppels, zij het in de vorm van regen. "Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet terugkeert (...). zo zal mijn Woord dat uitgaat uit mijn mond ook zijn: het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen waartoe Ik het zend". Smekend om regen voor het Afrikaanse continent, die de aarde doorvochtigt en vruchtbaar maakt, die zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, vertrouwen wij op de levenwekkende kracht van dát Woord.