De zee geurt naar kruidnagelkaas

1992-11-06
  • Jaargang 36
  • nummer 23
Ga er nou eens gezellig voor zitten, we willen het over sinterklaasgedichten hebben. En we houden het eenvoudig, zodat wiskunde-mensen het ook kunnen volgen. Mijn uitgangspunt is: sinterklaasgedichten moeten rijmen.
Daar draait alles om: rijmen, rijmen, en nog eens rijmen. Als de inhoud ook nog wat voorstelt, is dat meegenomen, maar het is beslist niet het voornaamste. Denkt u daar anders over? Jammer voor u. Met een kleine variant citeer ik:
Geurt de zee niet naar kruidnagelkaas?
Toevallig ben IK hier de baas!

Dus, goed begrepen? RIJMEN! Moderne dichters gooien daar met de Franse pet naar; allemaal gepruts, wij leveren vakwerk.

Er zijn natuurlijk echte dichters die wél rijmen, maar tussen hen en ons bestaat dit verschil: zij hebben bepaalde gedachten en proberen die op rijm te krijgen. Wij maken ons over die gedachten niet zo druk; die komen wel als wij eerst maar een rijmwoord hebben. En om dat laatste gaat het! Wij plegen ook met een gerust geweten plagiaat, we stelen links en rechts, w«.
nemen over wat ons aanstaat, we vervormen en verminken het naar hartelust. Bij 'serieuze' literatuur komt plagiaat ook wel voor, maar als niemand het merkt, hindert dat niet. Wij stellen er prijs op, als het wél gemerkt wordt en als men herkent waar we iets vandaan hebben gehaald. Het levert ons het gewenste respect op, want men ziet dan hoe belezen we zijn.

Hoe vindt u rijmwoorden? U kunt natuurlijk een rijmwoordenboek raadplegen, maar u kunt er ook best zonder. Neem een héél eenvoudig voorbeeld.
We beginnen met: Wat moest ik nou voor jou toch kopen?
Goed, het is geen bepaald origineel begin, maar we zouden immers niet te moeilijk doen? 'Kopen' dus. Wat rijmt daarop? Er is u al heel wat in gedachten gekomen, u hoefde niet lang na te denken, het ging vanzelf: lopen en hopen. Daar kunt u wel iets mee doen. Had ik niet gelijk? Een rijmwoord 4 brengt ons op ideeën. Maar we kunnen 5 nog veel meer rijmwoorden vinden. 6 Dat gaat zo: we schrijven op een stuk 7 papier alle medeklinkers, in alfabeti- 8 sche volgorde. Dan gaan we alle mogelijke combinaties erachter zetten, en het resultaat wordt:

B BI Br
C Ch Chl Chr
OOr Ow
F FI Fr
G GI Gr
H
J
K KI Kn Kr Kw
L
M N P
PI Pr
Q R S
Sch Schr St Str
Sj Sp Spi Spr
T Tr Tw
V VI Vr
W Wr
Z Zw

Probeer dat nou eens in verband met 'lopen'. Ik heb twaalf rijmwoorden gevonden, u ook? Nu hebben wij wel eens gehoord van 'dichterlijke vrijheid' en wij veroorloven ons die in ruime mate. "Ik begon al te wanhopen"
past ritmisch niet zo goed, dus maken we daarvan: "Ik begon al wan te hopen". Ja, héél subtiel kan de humor niet altijd zijn. We kunnen ook de woorden een beetje aanpassen bij onze behoefte, net als in:
De dichter Vondel Voer in een gondel En verloor toen zijn tondel.
Wat zonde!

Een beetje creativiteit doet hierbij wonderen. U kunt op uw rijminspanningen bezuinigen als u maar de helft van het aantal regels (die officieel 'verzen' heten) laat rijmen, om en om dus. Zo bij voorbeeld:
Je vader trekt flessen, je moeder schaatst scheef, maar ik blijf je vriendje, zo lang als ik leef.

Meer indruk maakt u met een achtregelig rondeel. U bedenkt twee versregels, zet die aan het begin en aan het einde, dan hebt u dus de helft al klaar, het eerste vers herhaalt u op regel 4, en dan hoeft u nog maar drie regels in te vullen; bij voorkeur laat u 3, 4 en 5 op elkaar rijmen, en evenzo 6 en 8. Een voorbeeld:
1 Wat is het fijn met Sinterklaas
2 van alles weg te geven.
3 Wij doen daarbij ook heerlijk dwaas.
Wat is het fijn met Sinterklaas!
Daarom krijg jij nu deze vaas.
Die sleet bij mij zijn leven.
Wat is het fijn met Sinterklaas van alles weg te geven.

U ziet: we bereiken al een hoger peil.
Het rondeel van' twaalf of dertien regels is nog veel mooier. Dat stelt hogere eisen, maar toch, het levert nog steeds een aanzienlijke besparing van rijm op. Vers 1, 7 en 12 (of 13) zijn gelijk, 2 en 8 ook, maar dat laatste hoeft niet beslist.

Een andere manier om succes te verwerven, is uitgaan van een bestaand, liefst bekend gedicht. We komen dan in de buurt van plagiaat, maar door onze eigen inbreng kan iets ontstaan dat officieel 'parodie' heet:
Wie rijdt daar zo laat door wind en weer?
Het is de sint, die oude heer.

of: Waar werd een sterker touw
Dan dat hier zit om jouw Cadeautje, ooit gevonden?

Wilt u de zaken heel serieus aanpakken, raadpleeg dan eens een schoolboek als Literaire Kunst, van Lodewiek.
Maar u kunt ook profijt hebben van (en plezier beleven aan) Het Rijmschap compleet, door Drs. P. en Ivo de Wijs. Zie verder wat drs. P. geschreven heeft over: Plezierdichten. Volgende week hoop ik nog iets door te geven, is het niet tot lering, dan toch wel tot vermaak. Laat ik vandaag eindigen met een stukje uit een gedicht van drs. P.:
Het metrum - och, daar zit men niet zo mee In deze lage landen bij de zee.
Ongelijke regels, behept met een schromelijk gebrek aan maat, Beschouwt men hier als adequaat,
Zolang in elk geval het rijm maar klopt.
(Een klein verschil valt niemand op.)
Dit is het eerste deel van mijn bericht
Betreffende het sinterklaasgedicht.

Er is nog wel ruimte over, daarom geef ik u het hele gedicht door waaruit ik aan het begin citeerde. Het is van Simon Knepper:
Ala ik vaststel: de zon speelt haar tintelend spel
Aan eeen stoffige hemel van matgrijs pastel,
En de zee geurt naar kruidnagelkaas,
Hoort men algemeen mompelen: "Zou dat nu wel... "

- maar toevallig ben IK hier de baas.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief