Een zeer goed, zeer vol, zeer nuttig boek (1)
1992-11-20
Samenvattend (tegenover specialiserend)- Jaargang 36
- nummer 24
Wanneer men op het uitgebreide erf van het theologisch bedrijf rondkijkt wordt men al gauw gewaar, dat ook hier de specialisterij op een geduchte wijze heeft toegeslagen. Over het algemeen beantwoorden ook de theologen zeer duidelijk aan de geestige definitie, die van een specialist gegeven wordt: Een man, die hoe langer hoe meer weet van hoe langer hoe minder, totdat hij eindelijk alles weet van helemaal niets! Over alle steenfragmentjes van het imposante theologische gebouw verschijnen de meest uitvoerige uiteenzettingen. Men ziet door de bomen het bos niet meer. Er zijn nog maar weinig 'vakmensen', die het geheel overzien en een behoorlijk totaaloverzicht hebben behouden.
Dan ontstaat er grote behoefte aan een werk, dat de tegenovergestelde richting inslaat, dat - met andere woorden - alles wat geweten behoort te worden zo beknopt mogelijk samenvat en ons zo weer helpt aan een overzicht van het geheel. Het geheel van de theologie, maar ook - dat is nog belangrijker - het geheel van de geloofsleer.
Maar wie is er nog in staat tot zulk een samenvatting? Vergeet niet, dat de samenvatter toch evengoed kennis moet dragen van alle mogelijke details en specialiteiten om een verantwoorde en bijdetijdse samenvatting te kunnen geven. Wie is er in staat ons zulk een samenvatting te presenteren in het bestek van een enkel - zij het ook behoorlijk dik boek?
Nu hebben de Apeldoornse hoogleraren Dr. J. van Genderen en Dr. W.H. Velema ons zo'n gewenste samenvatting gepresenteerd. Zij bleken daartoe in staat. Zij hebben ons daarmee een zeer goed en een zeer vol en een zeer nuttig boek aangeboden. Daarmee willen we hen van harte feliciteren. Het volbrengen van deze arbeid zal hen terecht zeer dankbaar hebben gestemd. Wij mogen in die dankbaarheid delen en zijn er ook zelf mee te feliciteren, dat dit boek op onze tafel kon worden gelegd. Er was grote behoefte aan!
Nodig
Hoe nodig deze uitgave wel was kan ons blijken, als we eens even de vraag stellen, welke boeken nu eigenlijk als 'vóórgangers' van de Beknopte Dogmatiek zouden kunnen beschouwen. We kunnen met moeite tot enkele titels komen. Maar voor de studenten uit Apeldoorn en ook voor de studenten uit Kampen, waartoe ik zelf mag behoren, is er eigenlijk één titel, die boven alle andere titels komt uit te steken: Dr. A.G. Honig, Handboek van de Gereformeerde Dogmatiek. Voor vele generaties studenten was dit Handboek het leerboek bij uitnemendheid op dogmatisch gebied. Hele generaties gereformeerde theologen zijn met honig grootgebracht!
Dat handboek verscheen in... 1938! In die tijd lagen de fronten van de strijd op andere plaatsen dan nu. Andere en nieuwere theologen vragen nu onze aandacht. Ook het omgekeerde is waar: Zaken die toen als grote problemen werden beschouwd hebben voor ons het problematische verloren en krijgen nauwelijks meer onze aandacht.
En toch was tot voor kort eigenlijk nog Honig's Handboek in onze kringen het leerboek bij uitnemendheid.
Hoe gewenst was een waardige opvolger! Zeker, andere werken deden soms hun intrede. We zeggen er geen kwaad van. Verre van dat. Toch zal men het ons niet euvel duiden, als we de Beknopte Dogmatiek van de beide Apeldoornse hoogleraren als dè opvolger van Honig beschouwen. Een opvolger waaraan grote behoefte ontstond!
Van 1938naar 1992!Een heel eind. Een grote afstand!
Confessioneel-gereformeerd
De beide hoogleraren geven van de dogmatiek de volgende omschrijving: De theologische wetenschap die op systematische wijze spreekt over wat God in zijn Woord geopenbaard heeft en die de leer van de kerk heeft te toetsen aan de Heilige Schrift, daarop te funderen en in het licht daarvan te interpreteren (26).
In een Gereformeerde Dogmatiek gaat het uiteraard niet om de publicatie van de particuliere geloofsopvattingen van de schrijver(s). In het centrum van de belangstelling behoort te staan de leer van de kerk, de belijdenis van de kerk (waarmee de beide schrijvers overigens van harte instemmen). De maatstaf en het criterium, zowel voor de verklaring als voor de beoordeling van de leer, is gelegen in de Heilige Schrift zelf. De verwachting die door de gegeven omschrijving wordt gewekt wordt in het gehele werk op een uitnemende wijze vervuld. De belijdenis van de kerk staat in het centrum. Voor het Schriftbewijs wordt alle aandacht gevraagd. Daarbij wordt de arbeid van andere theologen voor het eigen doel nuttig gemaakt. Vooral Calvijn en H. Bavinck komen we telkens weer tegen. Ook het Handboek van Honig vroeg zeer nadrukkelijk aandacht voor het Schriftbewijs. Deze goede traditie wordt door de beide Apeldoornse hoogleraren voortgezet en doorgetrokken.
Hier wil ik nog een opmerking aan toevoegen: Wie de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek kent en verstaat, die heeft tegelijk een behoorlijke kennis opgedaan van de inhoud van onze belijdenisgeschriften.
Hij heeft ook geleerd daar op een goede manier mee om te gaan. Hij heeft ook inzicht gekregen in de Heilige Schrift als bron en fundament van onze geloofsleer. Daardoor is de Beknopte Dogmatiek een uitnemend leerboek voor de studenten in de theologie. Maar ze is ook een uitnemend leesboek voor de niet-theoloog, die belangstelling heeft.
Voor àlle belangstellenden
Ik verwacht wel enige tegenspraak in verband met dat laatste zinnetje hierboven.
Iemand zou kunnen zeggen: De Beknopte Dogmatiek mag dan een mooi boek zijn. Het is een boek van een paar knappe theologen. Maar daardoor is het natuurlijk ook een boek voor theologen en niet voor 'gewone' gemeenteleden!
Daarin heeft de tegenspreker dan toch ongelijk. De schrijvers volgen een heel goede methode, die je de laatste tijd in veel meer boeken tegenkomt. Het boek is gesteld in twee soorten letters. De voortgaande lijn van het betoog wordt gevormd door de stukjes met de grote letter. Die kun je achter elkaar lezen. De lijn van het betoog houd je zo vast.
Tussen de stukjes in grote letter vind je stukjes met een kleine letter. Daar gaat het betoog niet verder. Er wordt gestopt om plaats te verlenen aan enkele meer specifiek theologische gegevens, aan discussiepunten, aan bestrijding en polemiek. De niettheoloog kan deze kleine-Ietterstukjes overslaan zonder dat hij de draad van de gedachtengang verliest. Vergelijk het lezen van de Beknopte Dogmatiek met een zwempartij. Door de stukjes met grote letter zwemt de lezer voort.
Bij de stukjes met kleine letter is het water-trappen geblazen. Al watertrappend leveren daar de theologen de nodige gedachten uit en houden zij. als het ware in waterpolo-opstelling, hun gevechten.
Ik geloof niet dat de 'gewone' broeder of zuster ('gewoon' is eigenlijk beledigend, zowel voor het niet-theologische kerklid als voor de theoloog, die dan dus 'ongewoon' of èrger is)... ik geloof niet, dat de 'gewone' broeder of zuster zich moet laten afschrikken van de lezing van dit boek. Bij voldoende belangstelling zal het best lukken. En met de kleine letters is het toch echt ook wel te proberen!
(wordt vervolgd)