Marginaal?
1992-11-20
De verveling kan in de kerk toeslaan. Dat klinkt eigenlijk te actief. Verveling komt onmerkbaar. De zaak boeit niet, indien ze dit ooit al heeft gedaan. En er gebeurt dan ook niets meer. Er wordt gepreekt. Maar er gebeurt niets.- Jaargang 36
- nummer 24
Er wordt gedoopt. Maar wie merkt er wat van. Er wordt avondmaal gevierd. Maar de sleur was er al eerder. Er wordt begraven ... Een moment lijken de dingen anders, en toch gaat met een week of wat alles weer gewoon door. Er gebeurt niets! Zou het waar zijn? Staat er niet dat het Woord van God nooit leeg terugkeert, maar dat het doet al wat Hem behaagt? Staat er niet dat het Woord een vuur is dat brandt? En staat er ook niet dat het voor de een zuurstof is en voor de ander stikstof, een reuk des doods ten dode en een reuk van het leven ten leven? Er gebeurt niets? De verveling is een oordeel, de ongevoeligheid van hart een straf, de moeheid aan het evangelie een vloek van God. Het is immers onmogelijk dat onder het Woord de dingen gelijk zouden blijven. Het was beter om er nooit iets van gehoord te hebben dan verloren te gaan onder het Woord. Er gebeurt van alles. God luistert en ziet nauwlettend toe wat er op het Woord loskomt en wat er door geschiedt. Zijn Woord keert niet leeg tot Hem terug.
Het Woord geschiedt
We moeten die uitdrukking niet alleen' maar voor de profeten van het Oude Testament reserveren. Zij spraken het Woord omdat het tot hen kwam. Dan lezen we: en het Woord geschiedde. Dat het inderdaad het Woord is, blijkt uit de zegswijze bij de Handelingen: het Woord wies. Het nam toe. Het groeide. Het zette zich uit in de vorming van een gemeente. Het trad aan het licht in het geloof van zo velen als er ten leven verordineerd waren.
Daarom is het een oordeel, dat van God komt als Hij de oren doof maakt en wanneer Hij de ogen toesluit, zodat we zien en niet waarnemen en horende doof zijn. Als het evangelie ons verveelt en we zoeken altijd naar het andere, het nieuwe evangelie, heeft het dan ons hart werkelijk eerder geraakt?
Of is er een hart dat onbekeerd is en onbekeerlijk, zodat het Woord er op afspringt, zoals het zaad op de weg, het zaad in de steenachtige plaats, het zaad door vliegende vogels weggenomen? Was dat zaad niet goed? Was er twee-, of drieërlei soort zaad? Neen. De bodem deugde niet. Daarom moet de Geest het hart openen, het zaad ingang doen vinden, zodat de gapende verveling wijkt en plaats maakt voor de vraag: wat moeten wij doen?
Dit artikel knipten we uit het chr. geref. weekblad: 'De Wekker' en is van de hand van de bekende hoogleraar en auteur te Apeldoorn, prof. dr. W. van 't Spijker. Velen houden zich met name vandaag de dag bezig met het wezen van de prediking. Wat is dat: preken? Hoe doet men dat? Wat zijn de voorwaarden, die aan de zuivere verkondiging van het Woord van Gods rijke genade moeten worden gesteld? Vullen wij zelfstandig die voorwaarden in? Kan men altijd zeggen als de wegen der prediking uiteengaan bij verschillende dominees in verschillende kerken en soms binnen hetzelfde kerkverband, dat het terug te voeren is op loutere accentverschillen? Wordt de gemeente ontdekt aan de zonde?
Wordt er nog een lied van boete en berouw opgegeven als reactie op het lezen van de Tien Woorden van Het Verbond? Of is dat in principe een gepasseerd station? Is het alleen maar gloria victoria?
Maar waar de zonde niet wordt aangewezen is er ook geen plaats voor de verkondiging van de genade! Waar geen vermaan klinkt aan het adres van de Verbondsgemeente worden geen woorden van echte schriftuurlijke troost meer gehoord. Daarop moeten predikanten, kerkenraden en gemeenteleden zich permanent bezinnen!