Kerkelijke contacten (2)

1992-12-04
  • Jaargang 36
  • nummer 25
In de rechtspraak geldt een belangrijk principe, dat in het Latijn luidt: 'ne bis in idem'.
Het betekent, dat je niet twee keer voor dezelfde zaak door dezelfde rechter mag worden beoordeeld. De bedoeling is duidelijk: het zou tot rechteloosheid leiden als eenzelfde rechtszaak net zo lang herhaald wordt, tot er wèl een 'schuldig' uit te spreken valt.

Ik moest hieraan denken, toen ik las dat de C.G. synode het verzoek aan onze kerken uitsprak om de gesprekken over de toeëigening des heils en het Akkoord van Kerkelijk Samenleven voort te zetten. Zo lang men zich herinneren kan, gaan de gesprekken met deputaten al over de toeëigening des hei Is. Het gevoel heerst, dat daar onder ons toch wat anders over gedacht wordt dan in de CG kerken. Maar het is moeilijk onder woorden te brengen en helemaal moeilijk hard te maken.
Nu sprak de vorige synode uit dat onder ons "met betrekking tot de toeëigening van het heil geen recht gedaan wordt aan wezenlijke elementen uit de belijdenis der kerken". Maar omdat het bewijs voor deze beschuldiging nog ontbrak, werd aan deputaten opgedragen om alsnog de ernst van de verschillen te taxeren en de synode van 1992 "te dienen met een gefundeerd antwoord op de vraag of en in hoeverre de besproken zaken het voortgaan op de weg naar verdere eenheid blijvend belemmeren". Onze commissie heeft daar nog een keer aan mee gedaan, maar nu wel zoveel mogelijk schriftelijk, opdat de beoordeling zou plaatsvinden op grond van onze eigen woorden en niet op grond van notulen. Opnieuw lukte het de CG deputaten niet om hier een confessioneel geschil uit te distilleren en dus roept de synode ons nu op om nóg eens om de tafel te gaan zitten.

Ga nog een mijl met ons
Het is niet mijn zaak om op dit verzoek antwoord te geven. Men kan zich voorstellen, dat er wel bedenkingen zijn.
Maar de CG-synodepraeses, ds. Westerink, deed wel een klemmende oproep: "Ga nog een mijl met ons". Zo'n oproep, met een Schriftwoord, negeer je niet gemakkelijk. Het is overigens een opmerkelijke verwijzing. Als het geen bijbelgebruik op de klank af is, is het citaat des te meer verbazend. Jezus zegt in Mat. 5:39-41: "Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe; en wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel; en zal iemand u voor een mijl pressen, ga er twee met hem." Ds. Westerink plaatst zich met dit citaat wel in een merkwaardige positie. Wij van onze kant hebben hem en zijn deputaten echt niet als 'de boze' ervaren. Wel is het zo, eerlijk is eerlijk, dat de samensprekingen wel eens het karakter hadden van "nog een mijl pressen". Jaren geleden bleek al, dat er geen echt confessioneel geschil valt te formuleren, maar dat het meer een kwestie is van termen en van de omgang daarmee.
Daarom hielden CG-deputaten een enquête orider de eigen kerken naar de bezwaren die er leven tegen onze kerken. Dat leverde een flinke lijst op en onze Commissie heeft toen naar vermogen antwoord gegeven op talloze anonieme bezwaren tegen ambtsdragers. Wat overigens kerkordelijk al een dubieuze zaak is. Maar na verloop van tijd waren we er doorheen.
En toen? Toen hielden deputaten een nieuwe enquête, zodat we van voren af aan konden beginnen ...
Het is wel de vraag, of we op deze weg nog veel langer verder kunnen gaan. Een mens heeft maar twee wangen en wat je na de tweede mijl moet doen, zegt Jezus niet.

Kerkordelijke zaken
Nu komt daarnaast steeds meer de bespreking van kerkordelijke kwesties aan de orde. Op dit punt liggen er duidelijk verschillen. Ze zijn minder vaak doorgesproken dan de toeëigening.
Ik denk drie keer. In 1979gebeurde het, en meer recent is het nog twee keer gebeurd. Het verschil is dit: wij laten veel dingen over aan de vrijheid der kerken. De CG-kerken leggen wel alles vast, maar ze houden zich er niet aan. Te denken valt aan liturgische vrijheid (het zingen van gezangen bijvoorbeeld) en aan het kerkordelijk samenleven. Wij hebben enkele kerken, die zich niet aan het AKS wensen te binden, maar we hebben met hen intensiever contact dan CG-kerken met gemeenten die een andere 'ligging' hebben. Verder kennen wij enkele kerken, die kinderen aan het avondmaal laten gaan. Te beschouwen als het spiegelbeeld.van CGkerken, die 'belijdenis der waarheid' toestaan (je doet wel belijdenis, maar aanvaardt Christus niet als je persoonlijke Verlosser), hoewel de kerkorde dit meermalen uitdrukkelijk verbiedt.
De CG aanpak is dus om de norm scherp vast te leggen, maar in de uitvoering matig te' zijn. Dat is niet zo'n gekke aanpak, maar wij zijn nu eenmaal te 'vrijgemaakt', te rechtlijnig, om zo met elkaar om te gaan. Toen we deze vragen onlangs opnieuw bespraken, kregen we van deputaten te horen dat we precies hetzelfde antwoordden als de vorige keer. Dat is inderdaad zo, maar de vragen waren dan ook identiek. Hoewel het op dit punt eenvoudig is om verschillen aan te wijzen, zou het toch te betreuren zijn als de aandacht zich nu meer gaat verleggen naar kerkordelijke zaken omdat het niet goed lukt om het verschil bij de toeëigening des heils aan te geven. Van beide onderwerpen, de toeëigening en de kerkorde, weten de broeders inmiddels vrij nauwkeurig hoe wij zijn. Ik ben geneigd hen vooral veel wijsheid toe te wensen bij de waardering van deze verschillen: zijn het struikelblokken of bouwstenen (aldus destijds prof. Versteeg) op de weg naar eenheid? En mochten ze nu toch nog nadere informatie nodig hebben, ach, laat onze Commissie maar nadenken of we nog een mijl verder mee kunnen. De zaak waar het om gaat is er belangrijk genoeg voor.

Wat baat het u?
Natuurlijk konden we in onze rubriek 'Kerkelijk leven' aan dit onderwerp niet voorbij gaan. Toch kan ik me voorstellen, dat velen zich afvragen: wat baat het u om dit alles te bespreken? Het punt is dit, dat de plaatselijke contacten zo oneindig veel beter zijn dan de landelijke discussies doen vermoeden. Onlangs hebben wij in Rijswijk in een gezamenlijke kerkdienst de nieuwe CG predikant bevestigd en we zouden de contacten niet meer willen missen. In veel plaatsen zijn de ontmoetingen een zaak van grote blijdschap. In de onderlinge gesprekken wordt wel van alles besproken, maar die 'kwesties' uit de landelijke besprekingen spelen daarbij nauwelijks een rol. Het gevaar dreigt nu, dat dit twee niveaus worden, die totaal langs elkaar heen werken en dat is uit kerkelijk standpunt bezien geen goede zaak. Het lijkt me dan ook dringend gewenst, dat we op landelijk niveau minder elkaars nieren toetsen en meer de vraag onder ogen zien, hoe we omgaan met de werkelijkheid dat er een groeiend aantal goede plaatselijke contacten is, terwijl er op andere plaatsen geen toenadering mogelijk is.
Van onze kant is meermalen gesuggereerd om aan een soort federatie te denken, waarbij plaatselijke kerken de ruimte krijgen om al dan niet verder tot eenheid te komen. Deze gedachte vond tot heden geen goed onthaal en ik kan dat wel begrijpen, omdat het geen ideale oplossing is. Maar het is wel zo: als we met elkaar niet iets als een federatie afspreken, dan ontwikkelt zich zoiets toch in de praktijk, van onderop. Dat is ook de goede richting, maar ooit moet daar toch een landelijk antwoord op komen. Ik vermoed dat anders het vraagstuk van kerkelijke eenheid zichzelf opheft, omdat de tendens steeds meer wordt, dat mensen na een verhuizing eerst eens een paar maanden 'zich oriënteren', om dan te beslissen waar het het beste bevalt. Onze kerken zijn daar het meest gevoelig voor, maar ook de CGK en de GKV krijgen hier steeds meer mee te maken. Dit wordt sterk bevorderd door het feit, dat mensen in onze tijd (jongeren voorop) steeds minder waarde hechten aan instituten.
Daar hebben politieke partijen, vakbonden en kerken allemaal even hard mee te maken. Ik ben niet zo positief over deze ontwikkeling, maar ze is er wel. Meer dan ooit komt het er dan op aan, dat je eerlijk bent op het stuk van de kerk. En dat betekent dat je de geestelijke eenheid met kerken die op hetzelfde fundament gebouwd zijn, uitspreekt. Juist om het reële verschil duidelijk te maken met kerken, waar het "volharden in de leer der apostelen" niet veilig is. Kortom: het is voor de eer van Christus niet goed als we blijven ontkennen dat we bij elkaar horen. Maar de gescheidenheid is ook kwalijk voor de duidelijkheid naar de eigen leden toe.
Herders hebben tot taak om op gefundeerde wijze aan te geven waar de grazige weiden zijn en waar ze niet zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief