Kort gehouden, mijn enige troost

1992-12-04
  • Jaargang 36
  • nummer 25
Je hoort nogal eens de opmerking 'Ik mag niet mopperen'. Iemand heeft bijvoorbeeld een hartinfarct gehad. Hij is daar goed bovenop gekomen, maar hij zal toch voortaan een heel ander leven moeten leiden.
Zijn dagelijks werk mag hij niet meer doen, dat zou te veel spanning geven. Daarom zoekt hij nu naar een andere baan, maar ja, dat is niet eenvoudig voor iemand in de vijftig. Voorlopig is hij werkeloos, en dat is toch wel een hele verandering. Vroeger was hij de spil van het bedrijf, nu lijkt er niemand te zijn die hem nodig heeft.
Om mijn vraag hoe hij deze verandering ervaart, antwoordt hij: 'Ik mag zeker niet mopperen. Als ik kijk hoe anderen er aan toe zijn, die een hartinfarct hebben gehad, of als ik kijk naar de hongersnood in Somalië of naar de andere ellende in de wereld, dan ben ik nog goed af.' Zo'n antwoord is fijn om te horen. De man heeft aandacht voor zijn omgeving en is niet gefixeerd op zijn eigen beperkingen, wat toch gemakkelijk zou kunnen. Maar toch geeft dit antwoord mij te denken. De vraag is: waar houdt deze broeder zich aan vast? Is hij gelukkig, zolang hij kan zeggen dat hij beter af is dan een ander? Wat is dat dan voor een geluk? Zoiets komt voor en kan ook ernstige vormen aannemen. Er was eens iemand die zwaar in de problemen zat, en daarom avond aan avond als vrijwilliger op bezoek ging in...de gevangenis!
Daar knapte hij van op, want daar waren mensen die nog dieper in de put zaten dan hij. Dat zei hij dan ook, als ik op bezoek kwam: 'Maakt u zich over mij geen zorgen, met mij komt het wel goed. Maar u moet de rechtszaken eens .bijhouden in de krant, dan ziet u wat een rottigheid er in de wereld is'. Uiteindelijk kwam de man vaker in de gevangenis dan in de kerk. Vandaar mijn vraag: waar houdt u zich aan vast?

Ik heb geleerd, dat zondag 1 van de catechismus er weer een toepassing bij heeft: andermans ellende kan mijn troost niet zijn. Mijn enige troost is, dat mijn trouwe Zaligmaker mij kocht met zijn bloed en nu persoonijk mij regeert.
Hij zal niet toelaten dat ik bovenmenselijk word verzocht, onder mijn verdriet zal ik niet bezwijken maar ik zal mij dagelijks verheugen in zijn liefde en zijn trouw.

AI zal iemand niet mopperen, dan is het misschien toch goed om hierover eens na te denken en door te spreken .
Luiten, (vrijgemaakt) gereformeerd predikant te Zwolle-Centrum, en werd door hem gepubliceerd in het weekblad: 'De Reformatie'. Ik vind, dat ds. Luiten hier uitstekende opmerkingen maakt, die ons ervan doordringen hoe verrijkend en vèrreikend de inzet is van dit machtige belijdenisgeschrift van de kerk. Het is goed om zich bewust te zijn welke gevaren er dreigen waardoor je toch nog net aan de evangelische bedoeling van zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus voorbij kunt schieten. Men moet in de kerk goed leren onderscheiden waarop het aankomt, anders mist men hélaas de unieke troost!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief