Persschouw
1989-05-26
Wie uit preken gaat, kan veel verhalen.- Jaargang 33
- nummer 11
Omdat ik in de reqel per zes kerkdiensten tweemaal in eigen gemeente heb voor te gaan, kan ik de overige beurten uitgeven aan andere kerken. En dat wordt altijd een aardig avontuur.
Want ons Nederlandse individualisme viert ook in de invulling van erediensten rijke triomfen. Dat begint al in de kerkeraadskamer vóór de dienst. Er zijn stipte en ordelijke scriba's die de kanselafkondigingen de zaterdag tevoren keurig op papier hebben gebracht. Ze hebben van de schrijfmachine gebruik gemaakt om de ogen van de voorganger te sparen. Er zijn echter ook andere scriba's. De laatsten moeten tien minuten voor de dienst haastje-rep-je het communiqué nog samenstellen.
Vlugge boodschappers brengen briefjes binnen met het.
verzoek of dit en dat nog kan worden afgekondigd: vrouwenvereniging, bazar, kerkkoor, uitvoering van het blaas- en piepspul (term van Hendrik Algra).
Met een bundel ooglijke en minder ooglijke briefjes begeef je je naar het werkterrein.
Voor de dienst wordt al wat afgezongen: lied van de week, bundel Johannes de Heer, plaatselijk liedboekje, alles kan.
Attente kosters hebben je katheder op goede hoogte gebracht. Maar niet alle kosters zijn waakzaam. En wat moet je met een bescheiden lengte van 1.70 meter beginnen als de katheder op Goliathhoogte staat en in het mechaniek geen beweging is te brengen? En dan de halsmicrofoons als even zo vele worgkoorden.
Het spul snijdt je in de nek als je je even verstapt. Met zo'n ding om je nek mag je niet eens meezingen.
"Niet zingen, a.u.b." staat ergens op een kansel. Daar neem Ik geen dienst meer aan.
Er zijn kerken waar de koster op warme zondagen ijsblokjes aan het glas water toevoegt of druivensap schenkt. Eén keer bleek het Seven Up met een tic te zijn. Of die koster de vurigheid wilde stimuleren?
Staan en zitten is eveneens zeer variabel. Zo ook of de gemeente het amen na de zegen zingt. Veiligheidshalve wacht ik na het uitspreken van de zegen enkele seconden.
Gebeurt er dan niets, dan kan ik mijn laatste zegje doen.
Organisten en orgelspel vormen een apart verhaal. Sommige speellieden zitten een beetje in hun toetsenbakje te rommelen, anderen maken van het voorspel een complete ouverture, weer anderen bedienen de gemeente rijkelijk van vox humana en tremulant en eens - ik was die zondag jarig en de organist was op de hoogte - betraden kerkeraad en ik de kerkruimte onder een parafrase van 'Lang-zal-ie-Ieven'. Dat ging wel erg ver.
Er is in het Noorden één kerk, die van Thesinge, waar -nog met hengelstokken wordt gecollecteerd. Ik zit daar met vertedering naar te kijken.
En over één ding zal ik het niet hebben: over de eigentijdse kleding van ouderlingen en diakenen. Daar zijn gevallen bij die een mens de spraak verslaan. Daarom zet ik er nu maar een punt achter.
L.H.K.
Dit stuk werd geruime tijd geleden door Ds. L.H. Kwast, gereformeerd predikant nu wonend in Leeuwarden, in de 'Friese Kerkbode' gepubliceerd.
Het is een ludieke bijdrage, doortrokken van een bepaalde ernst. Iedere predikant heeft op zijn rondreis door de kerken zo zijn eigen ervaringen. Ook in de ned. geref. kerken wemelt het van verschillen in de liturgie. Dat is een gevolg van de hooggeroemde zelfstandigheid van de plaatselijke kerk.
Maar een beetje meer uniformiteit zou welkom zijn. Natuurlijk heeft een predikant van elders zich bij wat gebruik is in een bepaalde gemeente aan te passen. We kennen voorts geen leervrijheid, wèl kIeervrijheid.
Maar ook in dat opzicht zijn er grenzen. Het hoeft allemaal niet pontifikaal te zijn, maar we dienen
wel een stijl te kennen, die past bij het Huis van God. We gaan in elke kerkdienst bij de HERE op audiëntie.
Dat is althans een beheersend facet daarvan. Laten we dat dan in rekening brengen! Dan wordt ergernis voorkomen en voert de vreugde de boventoon.