Cynisme
1989-05-26
- Jaargang 33
- nummer 11
| Op zaterdag 10 december 1988 organiseerde L' Abri-Nederland een bijeenkomst in Utrecht, waar de leiders van de diverse afdelingen het woord konden voeren. Onderstaand verhaal is een ietwat geredigeerde weergave van de lezing van Dick Keyes, die de leiding heeft van het L'Abri-werk in de Verenigde Staten. P.J. van Kampen |
We willen het vandaag hebben over cynisme. Dat Is een onderwerp waar Ik al veel langer dan vandaag over nadenk; Ik ging er echter opnieuw, en met groter' Intensiteit over nadenken, toen een vrouw die bij ons studeerde, me de volgende vraag stelde: "Hoe moet Iemand die diepgaand over de wereld moet nadenken, die moet beseffen wat er In de wereld gebeurt en zich niet aan pijnlijke en verwarrende dingen mag onttrekken, een cynische houding vermijden?" Naar ze meende, stond Iedereen voor deze keus: je kunt óf je kop In het zand steken en alleen letten op wat je aanstaat óf je ziet de echte wereld onder ogen en vervalt zo tot cynisme.
Toen Ik die vraag hoorde, zag Ik dat dat een heel wézenlljke vraag was. De houding van cynisme Is namelijk niet alleen In de cultuur om ons heen sterk aanwezig, ook christenen kunnen er Intens mee te maken krijgen. Ieder ván ons staat op gezette tijden bloot aan de sterke verzoeking om tot een cynische houding te vervallen.
Dat gegeven zou ik hier verder willen uitwerken.
Daarbij zou ik mijn verhaal in vier onderdelen willen opsplitsen: 1. de terreinen waarop we met een cynische houding te maken (kunnen) krijgen 2. Een aantal redenen waardoor cynisme ontstaat alsook een aantal manieren waarop dat cynisme zich openbaart.
3. een analyse van dat cynisme, vanuit een christelijk perspectief.
4. de wijze waarop de waarheid van het Evangelie in conflict komt met de cynische levenshouding.
1. Terreinen waarop cynisme zich uit
We beginnen dus met de terreinen waarop cynisme zich kan openbaren.
Die terreinen kunnen - dat is heel interessant - helemaal los van elkaar staan. Het meest kenmerkend uit cynisme zich vaak ten aanzien van bepaalde personen. Als u
in een woordenboek het begrip 'cynisme' opzoekt zult u vermoedelijk een definitie vinden als "een houding die zegt dat men weet wat andermans motieven zijn en dat die niet deugen." Als u de persoonlijkheid van andere mensen doorziet, door hun masker(s) heenkijkt, ziet u louter zelfzuchtige en hebzuchtige motieven. Ook al lijken mensen aan de buitenkant vriendelijk en behulpzaam, onder de oppervlakte deugen ze niet. Ze streven allemaal hun eigen verborgen doelen na, die van uiterst negatieve aard kunnen zijn.
Soms houdt zo'n cynisme ons zelf een spiegel voor en worden we ook cynisch ten aanzien van onze eigen oogmerken.
We weten dat sommige van onze bedoelingen niet door de beugel kunnen. De cynicus nu meent dat onze diepste drijfveren, de meest wezenlijke motieven, uitgerekend de meest láákbare zijn! Ongelukkigerwijs kan het mensbeeld van de moderne psychologie ons in dezen maar weinig verder helpen. De meeste mensbeschouwingen in de moderne psychologie beklemtonen de samenhang die er bestaan zou tussen mens en dier; die opvatting.
draagt er niet toe bij om bij mensen houdingen en motieven te ontdekken die het louter dierlijke te boven gaan! Als we van Freud of Marx onderricht genoten hebben, menen we dat we aan de hand van hun theorieën andere mensen dieper kunnen kennen dan zij het zichzelf doen; wie afsteekt naar het niveau van het onbewuste, kan een voedingsbodem creëren voor een cynische mensbeschouwing. Overal kijken we dus onder de laag vernis en ontdekken we de negatieve en destructieve aspecten van het menselijk gedrag.
In de tweede plaats kan een cynische houding de samenleving betreffen of bepaalde maatschappelijke instellingen. Men vraagt zich af hoe mensen eigenlijk met elkaar omgaan. Het is mij niet mogelijk te zeggen welke gevoelswaarde bepaalde woorden in een andere taal dan de mijne oproepen, maar in het Engels heeft b.v. het woord 'politicus' een negatieve bijklank.
Als je iemand 'een echte politicus' noemt, bedoel je dat hij veel glimlacht, een luide stem en een vlotte babbel heeft, maar onder de oppervlakte een heel zelfzuchtige motivatie kent. Hij weet hoe je mensen moet manipuleren, zodat ze zich voor jouw karretje laten spannen.
Veel mensen bezien het hele terrein van de politiek met onverhuld cynisme.
Hetzelfde kan gelden voor de kerk.
Gemakkelijk ontdek je daar huichelachtigheid, partijschap 'en ruzies, compromissen, verlies aan visie en gedrevenheid, hoogmoed, hebzucht en onmenselijkheid. Dat die dingen er worden aangetroffen laat zich slecht ontkennen; maar de cynicus zal zeggen: dat zit er stééds achter.
Als je dit opmerkt, heb je het hele kerkelijke leven in zijn diepte gepeild.
Ook kan een mens cynisch zijn ten aanzien van het huwelijk, want ook daar vallen zaken te ontwaren als wreedheid, een dubbele moraal, uitbuiting, een te sterke afhankelijkheid van een ander, enz. Het huwelijk is een probleem beladen instelling en een cynicus kan gemakkelijk zeggen dat je daarmee álles gezegd hebt.
fn de derde plaats, kunnen mensen cynisch zijn ten aanzien van de werkelijkheid als zodanig. Er bestaat een 'cynisme op metafysisch niveau'. Ook al gebeuren er vaak genoeg dingen overeenkomstig je wensen - de zon die schijnt, of juist de regen waarvan je hoopte dat die zou komen - je moet je daar niet door in de luren laten leggen. De uiteindelijke werkelijkheid is zonder enige planmatigheid, zonder uiteindelijke bedoeling, zonder enig ethisch kenmerk. We leven in een godvergeten wereld. Of God is onverschillig, pf Hij is kwaadaardig of Hij bestaat überhaupt niet. In Oamus' beroemde uitspraak is God alleen verontschuldigd, als hij niet bestaat.
En iemand, die op dit kosmische dit metafysische niveau cynisch reageert verklaart zich in feite superieur aan God zèlf! Het leven is een kwade grap, omdat de meeste verwachtingen niet in vervulling gaan, omdat er geen antwoorden te vinden zijn en omdat er geen wezenlijke reden is enige hoop te koesteren.
Dit is een manier om drie terreinen te omschrijven. waarop cynisme zich kan manifesteren. Merkwaardigerwijs blijkt het mogelijk om op een of twee terreinen cynisch en 'door de wol geverfd' te zijn zónder dat dat het geval blijkt op een derde terrein.
Uiteraard kan men zich aangaande alle drie de terreinen cynisch betonen, maar vaak genoeg is er sprake van drie min of meer losstaande terreinen van het leven. Misschien heeft de één een veel dieper cynisme betreffende andere mensen dan dat hij cynisch op de samenleving in zijn geheel reageert. Je kunt christen zijn en een sterk geloof hebben in Gods goedheid en in zijn bedoeling met deze wereld, en tóch cynisme uitstralen ten aanzien van de mensen waaronder je leeft. In het Humanisme is het feitelijk net andersom: daar is men cynisch aangaande God, en betreffende een uiteindelijke zingeving en waarde van het leven, maar desondanks.
koestert men inténse hoop aangaande het gedrag van de mens of van bepaalde mensen. Humanisten geloven namelijk dat mensen op een beslissend moment ethisch of anderszins tot grote hoogte kunnen stijgen.
2. Waarom is er cynisme?
Op welke manier(en) komt een mens tot een cynische geestesgesteldheid?
Laat ik hier een paar voorbeelden geven, zonder dat ik op volledigheid aanspraak maak.
Misschien kent u het cynisme van de opgroeiende mens, die net de puberteit uit is of nog net niet. In de onzekerheid die die leeftijdsfase soms kenmerkt zijn er jongeren die op allen neerkijken. Zo lezen Amerikaanse jongeren aan het einde van hun middelbare schoolopleiding de boeken van J.D. Salinger, zoals Catcher in the Rye. De hoofdpersoon in dat boek is een heel cynisch jongmens, die in zijn onzekerheid zowel zichzelf als de mensen om hem heen 'onecht' vindt. Alleen zijn zusje vormt een uitzondering, maar verder ziet hij om zich heen alleen dubbelhartigheid en onechtheid.
Een heel boek lang probeert hij zelf zo oprecht te zijn als maar mogelijk is, en zo ook zijn eigen identiteit te vinden. Vanuit zijn ooghoek, die gekenmerkt wordt door wezenlijke psychologische armoede, merkt hij alleen maar mensen op met wie hij niet wil, of waarmee hij niet kán, omgaan.
In zo'n geval heeft een cynische houding te maken met een bepaalde ontwikkelingsfase. Misschien .dat die houding vanzelf weer overgaat, maar tot dat moment herkennen ,we die houding heel gemakkelijk.
Of laten we gaan kijken aan het andere eind van het spectrum: het cynisme, dat we aantreffen bij oude mensen, die terugkijken op ons leven waarin veel dromen en verwachtingen schipbreuk geleden hebben. Wie heel idealistisch in het leven begonnen is en die idealen aan scherven ziet gaan, kan aan een houding van cynisme ten prooi vallen. Bitterheid en ontgoocheling groeien op de puinhopen van Utopia.
De Engels-Ierse schrijver Oscar Wilde schreef eens: "Ik ben helemaal niet cynisch. Ik heb alleen ervaring." Dat komt vaak op hetzelfde neer. Zo kan op elk van de drie daarnet aangegeven terreinen een diep cynisme en een diepe bitterheid ontstaan, op plaatsen waar de pijn ervaren wordt van kapotte dromen en verwachtingen.
Een ander soort cynisme treffen we aan bij mensen die het, misschien al in hun eerste levensjaren, moesten stellen zonder iemand die ze echt konden vertrouwen; daardoor heb-
.ben ze geen ervaring met een situatie waarin mensen zich aan hun beloften houden. Ze hebben nooit geleerd om met enig vertrouwen de toekomst tegemoet te zien. En weer een ander soort cynisme lijkt kenmerkend voor een jeugd die men heeft 'doorgebracht in een christelijk gezin. In ons werk in L'Abri hebben we velen leren' kennen, die in een christelijk gezin zijn opgegroeid en er een intens cynisme aan hebben overgehouden! Ze hebben van nabij de huichelachtigheid meegemaakt, bij hen thuis, en het heeft hen intens bezéérdl Misschien hebben ze gemerkt hoe wettisch. hun ouders leefden en hoe het hele leven in kerk of gezin doortrokken was van regels en voorschriften die 'namens God' het leven aan banden legden. Ze hebben die situatie achter zich gelaten en zich in cynisme van hun ouderlijk milieu afgekeerd. Of, een variant hierop, kinderen die al van jongsaf aan een groot offer moesten brengen; hun ouders waren zo aktief betrokken bij christelijk werk dat zij, de kinderen, aandacht en liefde te kort zijn gekomen. Waar ouders het te druk hebben met het werk van het Koninkrijk kunnen kinderen 'erbij Inschieten'.
En tenslotte, om de opsomming niet te lang te maken, worden we met een cynische levenshouding geconfronteerd door het denk- en voelklimaat van onze tijd, door 'de Geest der eeuw', 'die zich in de koers van de hele samenleving laat opmerken.
De filosoof Sloterdijk noemt cynisme het voornaamste kenmerk van de ' postmoderne wereld. In een tot nadenken stemmende uitspraak .stelt hij: "cynische mensen staan niet langer aan de zijlijn". Hiermee impliceert hij dat enerzijds het verschijnsel 'cynisme' niet nieuw is; we treffen het.al tijden lang in onze samenleving aan. Wat anderzijds echter wél nieuw is, is dat het in onze tijd een centrale positie gaat innemen!
Cynisme is niet meer alleen de houding van mensen die op afstand alles met een onwelwillend oog aanzien. Het is tegenwoordig een houding die we op ieder levensterrein ontmoeten en die we door 'osmose' in onze eigen beleving der dingen kunnen toetaten.
En dat is nog het meest denkbaar in de academische wereld; daar tref je al lange tijd een cynische houding aan, als het gaat om de vraag: kunnen we echt kennen? Vooral ten opzichte van een echt weten van (een) God en een uiteindelijke Waarheid bestaat er een diepgaand cynisme.
Wie meent dat je op dit gebied echt tot weten of zekerheid kan komen, wordt voor 'naïef' versleten en hoe groot is de zuigkracht van die houding, als je je in academische kringen gaat bewegen! In het moderne denken tref je een belangrijke tendens aan, die bepaalde zekerheden die men vroeger voor waar en onaantastbaar hield wil ondergraven en als voos wil ontmaskeren.
En wat zich tegen deze tendens verzet is alleen om die reden al niet de moeite van het overdenken waard; net zomin als je iemand die die andere gedachtengang 'aanhangt nog serieus hoeft te nemer.
En als er dan door deze afbrekende geestesgesteldheid een kaalslag in ideeën en idealen heeft plaatsgevonden, blijft er weinig méér over dan cynisme en mode-trends zonder enige diepgang.
Het besef dat dit het resultaat is van zo'n levensinstelling trof ik onlangs nog aan in een 'progressief' Amerikaans tijdschrift. In een artikel gaf een scribent aan wat er door ons in het leven geroepen was: "We hebben een samenleving gemaakt die niets voor wáár houdt en waarin alles is toegestaan." Zo menen veel mensen dat historisch besef ons slechts tot cynisme brengt. De gang door het verleden toont ons mensen en instellingen die onder een schoon schijnende laklaag een twijfelachtige of vunzige aard laten zien. We relativeren alle aanleiding om in enige grootheid of in enig idealisme te geloven. De politiek, de kunst, de kerk, de sport, waar we ook kijken" overal vinden we aanleiding tot cynisme.
Overal kom je immers tot de conclusie dat het allemaal een kwestie is van hebzucht en zelfzucht, gepaard met commercie en verdorvenheid.
In een 'besmettelijke' sfeer van cynisme zie je in geen der maatschappelijke instellingen ook maar iets positiefs. Hoe kan je je tegen zo'n alles doortrekkend klimaat met succes verzetten, als je door dat verzet als zodanig al hopeloos naïef op anderen overkomt.