Als alles politiek is... (1)

1989-05-26
  • Jaargang 33
  • nummer 11
Van de alweer enige tijd geleden overleden ekonoom dr. l. van Klinken publiceren we in dit en de komende nummers van ons blad een uitvoerige boekbespreking.
Ook op deze wijze willen wij hem, die meerdere artikelen voor Opbouw heeft geschreven, gedenken.

Redactie

N.a.v.: Henk Woldring 'Als alles poltiek is...' ,
Uitg. Kok, Kampen, 1987,
93 blz.
Prijs f 14,90

1. Inleiding

Dr. H. Woldring, sinds 1986 hoogleraar politieke filosofie aan de VU heeft vanaf 1976 een aantal publicaties over politieke onderwerpen het licht doen zien, waaronder bovengenoemd boekje.
Dit boekje gaat over de politieke verantwoordelijkheid van de kerk.
Alles is politiek, schreef prof. Kuitert in 1985 (en later) en daarom dient de kerk over politiek te spreken, aldus het standpunt van Woldring.
Voor een belangrijk deel bestaat zijn boekje uit de bestrijding van Kuiterts standpunt, dat de kerk niet politiek moet spreken. Het gaat er in het boekje van Woldring nu om wanneer en op welke wijze de kerk politiek moet spreken. Van welke aard is de politieke verantwoordelijkheid van de kerk? Kerken hebben volgens hem een politieke verantwoordelijkheid en ze hebben die altijd gehad, schrijft hij en ze hebben ook altijd politieke standpunten ingenomen: in het verleden werden volgens hem in kerk en theologie de bestaande maatschappelijke en politieke verhoudingen maar al te vaak kritiekloos aanvaard. Men zat in de greep van de macht van de traditie of van de ideologie van de status quo, schrijft hij op blz. 58. De kerk, de verkondiging in het verleden zou men volgens hem met deze vorm van politisering het beste 'verburgerlijkt' kunnen noemen.
Nu is het naar mijn mening altijd uitkijken met auteurs, die beweren, dat anderen (degenen, waarmee ze het niet eens zijn) in de greep van een ideologie zitten. Ze kunnen best wel gelijk hebben, maar hoe staat het met henzelf: zitten zij niet in de greep van de één of andere ideologie?
Dat hoeft natuurlijk niet het geval te zijn, maar het zou ook best wel waar kunnen zijn. In elk geval zal dat bekeken moeten worden.
Woldring heeft zich niet gemakkelijk van het onderwerp afgemaakt. Hij , heeft er veel over gelezen en gaat terzake in op de diverse standpunten, in het bijzonder op dat van Kuitert.
De kerkdienst als eredienst geeft volgens Woldring (reeds) een basis voor maatschappelijk en politiek werk van christenen en draagt er toe bij, dat hun werk authentiek, dat wil zeggen echt en geloofwaardig is, schrijft hij op blz. 13. Liefde, vergeving, recht en gerechtigheid dienen wij in ons leven in daden te tonen.
Rust en werk, eredienst en politieke aktiviteit, woorden en daden, gezindheid en doelen behoren volgens hem bij elkaar, versterken elkaar en versterken wederzijds vooral de geloofwaardigheid en echtheid.
Kerken als gemeenschappen van gelovigen dienen volgens hem niet maatschappij-bevestigend te zijn.
Kerkleden dienen van een zeker nonkonformisme blijk te geven. In het vroege calvinisme viel deze houding volgens hem ook waar te nemen. Dit calvinisme voelde zich geroepen om naast kerkelijke reformatiebeweging ook maatschappelijke en politieke reformatiebeweging te zijn, schrijft hij op blz. 16.
Het latere calvinisme vertoonde volgens hem echter andere tendenties: een meer triomfalistische houding, terwijl deze calvinisten hun maatschappelijke en politieke daden ten voorbeeld aan anderen stelden, die ze beschouwden als prestaties, om trots op te zijn. Van maatschappelijke reformatiebeweging werd het calvinisme volgens hem meer maatschappijbevestigend en dat vindt hij geen gunstige ontwikkeling. Nu vind ik ook, dat christenen te allen tijde maatschappijkritisch dienen te zijn; dat kan echter in het ene geval nonkonformisme betekenen en in het andere geval maatschappijbevestigend zijn. Het hangt er volgens mij maar vanaf hoe de maatschappij er voorstaat, er uitziet, wat voor ontwikkeling er gaande zijn, hoe de situatie dus is. Geloof, kerk, theologie en politiek zijn woorden, die we niet door elkaar moeten gebruiken, aldus Woldring; we moeten ze onderscheidend gebruiken. Hij bestrijdt echter Kuitert, die met deze woorden min of meer (echter ook niet helemaal) wil scheiden.
Kuitert maakt, veel meer dan Woldring doet, een scheiding tussen persoonlijk geloof en politiek handelen.

2. Twee wissels. Kuiterts twee rijkenleer

Woldring neemt twee stellingen van Kuitert onder de loep en onder vuur.
1. De theologie behoort zich niet met politiek bezig te houden. 2. In de klassieke. theologie heeft men nooit willen weten van een betekenis van de bergrede voor de politiek.
Deze twee stellingen betreffen twee wissels in de discussie over de politieke verantwoordelijkheid van de kerk, Volgens Woldring ,heeft Kuitert met de twee genoemde stellingen' de wissels betreffende de relatie tussen theologie, resp. de bergrede en de politiek verkeerd gesteld.
Theologie houdt zich volgens Kuitert niet met politiek bezig, omdat haar terrein van onderzoek God en Zijn openbaring is of God en Zijn heil, dat in Jezus Christus is geopenbaard en vooral met wat mensen van God en Zijn heilsbeloften ervaren en zeggen. Een centraal thema in zijn theologie of predikontwerp is een twee rilkenleer. Met deze leer wil hij een theologische verantwoording geven van wat christenen ervaren en als opdracht zien.
Het ene rijk. Christenen ervaren volgens Kuitert de wereld, waarin zij leven, niet als een wereld, waarin alleen maar ellende, verdriet en chaos bestaat. Er bestaat in deze wereld ook trouw, vreugde, liefde, schoonheid, kennis van goeden kwaàd en bevorderen van menselijkheid.
Dit rijk, waarin aards heil of welzijn voorkomt, betreft de wereld als schepping van God, die Hij als Schepper en Bewaarder onderhoudt.
Het andere rijk. Met de komst van Jezus Christus op aarde en met het ontstaan van de christelijke kerk is er een ander 'rijk' in deze wereld gekomen: het rijk van' God als Verzoener en Verlosser, die door Jezus Christus vergeving van zonde,genade en eeuwige vrede van God met de mensen verkondigt. Dit is het eeuwige heil, dat in deze wereld is gekomen' en dat door de kerk wordt verkondigd en door de gelovigen wordt geloofd.
Het spreken over deze twee rijken is volgens Kuitert een gevolg van de ervaring van christenen in deze wereld. Deze ervaring heeft hij theologisch doordacht. Hij komt tot de conclusie, dat deze twee rijken goed van elkaar moeten worden onderscheiden. Het gaat in beide rijken echter om God, die met de wereld omgaat als Schepper en Bewaarder en - ongelijk daaraan - als Verzoener en Verlosser.
Ongelijk daaraan - deze woorden verwijzen naar twee soorten bezigheden van God corresponderend met twee soorten menselijke ervaring, zo geeft Woldring Kuiterts standpunt met betrekking tot de twee rijken weer (blz. 21).
Kuitert stelt, dat beide rijken niet tot elkaar te herleiden zijn. In het ene rijk van God als Schepper en Bewaarder bestaat volgens hem kennis van goed en kwaad als het eerbiedigen van principes van humaniteit: geen uitbuiting van armen en zwakken, geen armoede, geen mar telingen, geen oorlog en geweld, maar een gelijke toegang tot recht, macht en de bronnen van welvaart, vrede en welzijn. Deze ervaringskennis komt volgens Kuitert uit de Schepping zelf voort en kan door alle mensen gekend worden.
Er bestaan in Kuiters theologie dus twee soorten heil, die niet tot elkaar te herleiden zijn. De kerk, de Bijbel zijn in het 'wereldse' rijk volgens Kuitert niet nodig om het onderscheid tussen goed en kwaad te kennen; dat volgt uit zijn twee rijkenleer.
De principes van humaniteit zijn volgens hem gemeenschappelijk bezit van christenen en nietchristenen.
Uit de verkondiging van Gods eeuwig heil ontvangen wij volgens hem dan ook geen politieke aanwijzingen.
De opvatting van twee rijken vinden wij reeds bij Augustinus in diens De Civitate Dei (Over de stad van God), bij Thomas van Aquino en bij Luther. Ook Calvijn was niet vrij van de gedachte van twee 'regimenten'.
Op een geheel andere manier zien wij haar doorwerken bij Karl Barth en weer anders bij Kuyper, schrijft Woldring op blz. 28.
Beide rijken zijn tot elkaar onherleidbaar (dat is ook mijn standpunt), maar er bestaan verbindingen tussen de twee rijken. De kerk heeft naar mijn mening ook op maatschappelijk en politiek gebied een boodschap voor de wereld. Dit is ook het standpunt van Woldring, maar ik aanvaard wel een twee rijkenleer, wel niet àla Kuitert, maar meer à la Luther dan wel àla Kuyper.
Het gaat er om hoe de kerk de boodschap brengt.
In de wereld heeft men volgens mij o.m. te maken met het feit welke een normatieve struktuur bezit, dat de meerderheid van de mensen uit ongelovigen, althans niet-Christusgelovigen bestaat, die niet naar Gods wil geopenbaard in Jezus Christus willen leven, maar die hoofdzakelijk hun eigen belangen nastreven, desnoods zelf ten koste van hun medemens, hun naaste. Ik hoop dit en hoe de kerk de maatschappelijke en politieke boodschap moet brengen nog nader uit te werken.
De wereld is naar mijn mening in staat in positieve (maar ook negatieve) zin Gods schepping te onderzoeken en te gebruiken. Gods weerhouding van het kwaad laat dat volgens mij toe. De praktijk laat zien, dat de wereld in bedoelde positieve zin kan werken - uiteindelijk ook tot eer van God en voor de komst van Zijn rijk.
Woldring noemt de uiteenzetting over de twee rijken echter een theologische of wijsgerige denk- of gedachtenconstructie; het kan volgens hem worden getypeerd als een aan de scholastiek verwante of neoscholastieke gedachtengang.
Kuitert zit met zijn twee rijken leer wel in de lijn van de klassieke theologie; dat ontkent Woldring niet.
Maar de theologie heeft een lange traditie, te weten een lange scholastieke en neo-scholastieke traditie.
Kuitert heeft in zijn boek (Alles is politiek, maar politiek is niet alles) een theologisch perspectief' willen bieden op geloof en politiek. Waar blijft dat perspectief op de poltiek, vraagt Woldring zich af. Kuitert beweert immers, dat de theologie geen aanwijzingen heeft te geven voor de politiek! Woldring wijst hier naar mijn mening inderdaad een inconsistentie aan in Kuiterts opvatting over kerk (of theologie) en politiek.
Met welk gezag kan Kuitert zich als christen-theoloog, als 'theoloog van de Verlossing' uitlaten over universele principes van humaniteit, een terrein, dat volgens Kuiterts eigen definitie van theologie niet tot het theologisch studieterrein behoort?
De volgende keer verder over de bergrede en de politiek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief