Tussen kerk en keuken
1989-05-26
- Jaargang 33
- nummer 11
Geluidshinder
Eén van mijn zusjes (niet alleen een geest-, maar ook een bloedverwante), woont in een klein oud stadje op de Noord-veluwe. Een paar jaar geleden, hadden zij en haar man een huis gekocht. Heel solide gebouwd, dikke gestucte muren, glimmend bruine plavuizen op de vloer, goed in de verf zittend, kortom ... een fraai geheel. Het lag in een buitenwijk met veel groen. Voor hun huis was een groot grasveld met een fontein en achter waren garages en een schattig klein speeltuintje voor de kleine kinderen van de buurt. Alle familieleden die het huis kwamen bezichtigen, juichten van harte de keuze van dit zusje toe, maar ze reageerde op onze lofzangen toch wat aarzelend.
"Prachtig stucwerk", zei mijn zwager, terwijl hij op een muur klopte.
"Ja ... Ik durf er tenminste geen spijker in te slaan", zei mijn zusje zuchtend.
"Dit huis is af", verklaarde een andere zwager.
"Dat is nu net het beroerde", zei de gelukkige bewoonster van het pand.
"Ik heb telkens het gevoel, dat ik op visite ben in het huis van mevrouw Duizelman. Of dat ik haar werkster ben".
"Het moet gewoon nog wennen", troostten we haar in koor.
Zodra de zon maar even een straaltje door de wolken zond, kwamen de jongens van de buurt, naar buiten om te voetballen. Voor, op het ideale grasveld, beoefenden ze het lange afstand schieten en achter probeerden ze hun techniek te verbeteren door tegen garagedeuren te trappen, wat het geluid opleverde van een ijzerwerf in vol bedrijf. Het was Ajax in de voortuin en zware industrie in de achtertuin. "Kind ... ik bid soms om regen", vertrouwde mijn zusje me toe, "en de Here verhoort me vaak".
Binnen twee jaar was het juweel verkocht en trokken ze in een oud huis in de binnenstad. Als je op de bovenverdieping kwam, keek je tegen de dakspanten en de pannen aan. De ene helft van de familie was ontzet en de andere helft zei: "Precies iets voor Rins". Mijn vader sliep drie nachten niet, maar het zou ook kunnen, dat hij gewoon zijn slaappillen was vergeten in te nemen, want het was een makkelijke man.
Direct de dag na de overdracht stond mijn zwager vergenoegd een muurtje weg te breken. Mijn zusje zei met een stralend gezicht: "Moet je even boven uit het raam kijken, het uitzicht zou zo een plaat van Anthon Pieck kunnen zijn.”
Het was inderdaad beeldig maar één van de kinderen merkte beducht op: "Tante, dat huis aan het eind van de straat, lijkt wel een soort restaurant. Zou dat niet erg veel herrie geven?" Hij zag zichzelf al weer een verhuiswagen laden. Ze lachte zorgeloos en schudde haar hoofd.
Nu had ik die angst ook wel weg kunnen nemen, want in onze jonge jaren woonden we op zo'n honderd meter afstand van wat nu een bruin café zou heten, maar wat wij simpelweg 'de kroeg' noemden. Op warme zaterdagavonden gingen daar de ramen open, de juke-box schetterde op volle sterkte en mijn moeder zei misprijzend, alsof het gebouw debet was aan het lawaai: "Hoor me die kroeg weer eens te keer gaan."
We waren helemaal gewend aan 'D'ijdle vreugd in 's Bozen tent'.
Hoewel het meer in 's Buren tent' was, want op het echtpaar dat het café beheerde, was niets aan te merken. Het gebeurde regelmatig, dat wij, nadat we 's avonds beneden in de huiskamer de geestelijke liederen van Bach hadden doorgenomen, naar bed gingen en vervolgens uit volle borst meezongen met 'Brandend zand en een verloren land'. Dat deed de stichtelijke stemming, die ontstaan was bij het zingen van de geestelijke liederen, wel een beetje teniet, maar als je erbij dacht aan de tocht door de woestijn, was het nog wel acceptabel. Het volgende lied op de band was van minder allooi en wij neurieden: "Een sneeuwwitte boezem ... tra .. la.. la:."
De rest van de tekst was heel mysterieus en onbegrijpelijk, maar wij voelden best aan, dat die niet bijster geschikt was als voorbereiding op de zondag.
Wij hielden het dus op la.. la.. la..
Dat voldeed ook prima!
Onze gezamenlijke uitleg stelde de zoon gerust, zodat we tevreden achter elkaar de smalle trap afliepen.
Ze wonen nog steeds in dat huis. Mijn neef en nicht zijn bijzonder goed op de hoogte met de top tien, maar ik weet niet of dat aan het café ligt, want mijn kinderen zijn het ook en ik woon nog wel schuin tegenover de kerk.