Praten over de preek
2008-02-01
In het Centraal Weekblad van 11 januari voert Ciska Stark, drie jaar geleden gepromoveerd op een studie over preken, het pleit voor een goede preekbespreking in met name kerkenraden.- Jaargang 52
- nummer 3
Een fenomeen dat naar haar waarneming nauwelijks nog voorkomt.
Want ‘alles is bespreekbaar, behalve de preek’.
Ik neem een tweetal passages uit haar artikel over. Eerst iets over de voorwaarden voor een goed gesprek:
Het meest van belang is dat de kerkenraad zich eerst samen met de predikant afvraagt of men deze besprekingen echt wil. Als een gedeelde motivatie ontbreekt, begin er dan niet aan. Als een predikant zich verschanst in zelfgekozen isolement en een gemeente zich louter opstelt als consument, dan kun je een positief resultaat vergeten en is het eerst zaak om deze houdingen bespreekbaar te maken. Waar echter aan beide kanten de wil aanwezig is om gezamenlijk zorg te dragen voor de kwaliteit van kerkdienst en prediking, daar is de basis voor een goed gesprek gelegd.
Welk doel beoogt men met de besprekingen? Ook daarover moet men het eens zijn. Een goed voorbeeld is dat men hoopt om juist door besprekingen het gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid te bevorderen, of dat men wil bouwen aan een sfeer van vertrouwen waarin de dominee er naar uitziet om te horen welke verwachtingen er leven ten aanzien van de prediking om daar vervolgens beter op in te kunnen spelen.
Het kan zijn dat predikant en kerkenraad de besprekingen zien als een vruchtbaar onderdeel van de geloofstoerusting van de gemeente. Preken zijn dan geen losse flodders maar bijdragen aan het voortgaand geloofsgesprek in de gemeente. Het effect is dat predikant en gemeente gerichter en bewuster luisteren naar wat het Woord te zeggen heeft. Een ander effect is dat gemeenteleden taal vinden voor hun geloof en ervaringen, en anders, niet veroordelend of juist vrijblijvend leren omgaan met een diversiteit in preek- en geloofsbeleving.
Let wel, pas op voor verborgen doelstellingen: een vrijblijvende uitwisseling van ervaringen mag niet uitdraaien op een verkapte vorm van beoordeling van de communicatieve kwaliteiten van de predikant. Als dat laatste aan de orde is, dan dient men daar van meet af aan eerlijk in te zijn.
Van belang is ook een zekere begrenzing van het onderwerp: Als thema's voor de bespreking moet men niet alles tegelijk aan de orde willen stellen. Afhankelijk van het doel van de besprekingen kiest men bepaalde thema's en wisselt die eventueel af. De thema's kunnen worden uitgewerkt in een paar aanjaagvragen (niet teveel tegelijk). Van buiten naar binnen thematiseren werkt goed, want dan komen mogelijke storingen in de communicatie tamelijk snel boven water en kan men gerichter met de inhoud van de preek zelf bezig zijn.
Thema's en mogelijke vragen:
- De dienst als geheel. (Wat zou u over de dienst vertellen tegen iemand die vraagt hoe het was? Hoe vond u de dienst als geheel, welke verwachtingen had u, wat vond u belangrijk, wat heeft u het meest getroffen, waaraan heeft u zich gestoord, kon u meezingen, meebidden?)
- De persoon van de predikant. (Wat viel u op? Wat vond u prettig aan zijn/haar houding, wat stoorde u, hoe kwam houding, stemgebruik en persoonlijkheid over? Welke tip wilt u hem/haar geven?)
- De preek als zodanig. (Kon u het moeilijk of gemakkelijk volgen? Waar raakte u geïnteresseerd, dwaalde u af, ging het ergens over? Waar heeft u van genoten? Bent u ergens door geraakt, bepaalde woorden, zinnen, beelden?
- Bijbeltekst(en). (Was de preek een gesprek met de tekst? Heeft de preek u nieuw of ander zicht gegeven op de Bijbeltekst? Heeft de preek u geholpen om de Schriften te verstaan?
- Luisteraars. (Herkende u zichzelf in de preek? In bepaalde voorbeelden of personages? Tot wat voor soort mensen was de preek gericht?
Voelde u zich serieus genomen?)
- De praktijk van het leven. (Heeft de preek u geholpen in uw zicht op de werkelijkheid van vandaag, op uw dagelijks leven, levensloop? Zijn er relevante vragen en onderwerpen aan de orde geweest? Heeft de preek u uitgedaagd, getroost, geschokt, aan het denken gezet?
- Het besef van God. (Is er in de preek een moment geweest waarop u zich dichtbij God of met God geconfronteerd wist? Werd de tegenwoordigheid van God voelbaar in de preek?
In de woorden, in de stilte?) In de selectie van thema's en vragen is van belang dat men zich realiseert dat er ruimte is voor verschillende typen vragen. Dus niet alleen vragen naar meningen, inhoud en opvatting, maar ook niet uitsluitend vragen naar gevoel en beleving. Want zoals er verschillende predikanten zijn, zijn er verschillende hoorders: de één is meer op inhoud, de ander meer op beleving en een derde meer op relaties gericht. Juist het gesprek daarover maakt de kans op veelkleurige en doelgerichte prediking groter.
M.H.T. Biewenga
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.