Nog eens: van wie is het probleem?

1989-05-26
  • Jaargang 33
  • nummer 11
Het gezin bestaat uit een jonge moeder, twee kleine kindertjes en een man die gehandicapt is. Door een lichamelijke afwijking zal hij nooit honderd procent fit zijn en weinig lichamelijke arbeid kunnen verrichten. Hij heeft ook vaak pijn.
Het is een plezierig gezin, waarmee ik weinig moeite heb.
Op een dag kwam de moeder bij me met haar dochtertje, de jongste van de twee. Het kind was erg dwars, altijd tegen de draad in en moeder wist er geen raad mee. Het kind deed ook echt lelijk tegen de moeder, zo klein als ze was, net twee jaar oud. Ze had nogal eens last van oren en keel, zoals dat kan gaan op die leeftijd.
In ons gesprek gingen we eens wat dieper in op de vraag hoe het toch zou komen dat ze eigenlijk steeds zo'n moeizame relatie met haar dochter had. Ze was van goede wil en steeds opnieuw probeerde ze het contact weer op te bouwen maar ze knapte 'af op de nukken van haar dochter en kon de situatie haast niet meer aan, Toen ze meer over zichzelf vertelde kwam ik tot de overtuiging dat er wel eens sprake zou kunnen zijn van een postnatale depressie, zoals we dat noemen. Een depressie die kan ontstaan na zwangerschap en geboorte.
Daar zou wel eens de oorzaak van het moeilijke gedrag van de dochter kunnen liggen.
Na een aantal gesprekken met de moeder en wat geëigende medicijnen zag je haar na een paar maanden opbloeien. Ze werd vrolijk, ze kon haar werk in het gezin veelbeter aan. En, wat vooral van belang was: de situatie met de dochter was omgedraaid als een blad aan een boom. Van een nukkig, dwarsliggend, brutaal en ongehoorzaam kind was het een 'heerlijk' kind geworden, zoals' de moeder zelf zei.
Zo kan het in de hulpverlening ook lopen: een kind wordt bestempeld als lastig, brutaal en ongehoorzaam.
Hoe komt het dat een kind zich zo gedraagt? Een kind kan ons hiermee een spiegel voorhouden van een ander probleem. Het kan wel eens zo zijn dat de ouders het kind verkeerd aanpakken, of dat het reageert op een periode van moeheid, hoofdpijn of problemen van de ouders, zodat er weinig aandacht en ruimte voor het kind is.
In de hulpverlening komen ouders ook vaak binnen met een 'moeilijk' kind. Ouders willen dan therapie om het gedrag van het kind te veranderen.
Als dan tijdens de therapie blijkt dat de oorzaak van het gedrag bij de ouders ligt en dat zij iets moeten veranderen, dan haken ze vaak af want, zeggen ze dan: dáar kwamen we niet voor. En de hulpverlening wordt gestopt.

De auteur was tot voor kort lid van het bestuur van de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk van de Nederlands Gereformeerde kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief