Fundamentalisme (3)

1989-06-09
  • Jaargang 33
  • nummer 12
5.Reserves

Hoeveel waardering het fundamentalisme ook verdient om z'n ferme opkomen voor de betrouwbaarheid van de bijbel als het Woord van God, door de mànier waarop het dat doet maakt het zich toch niet aantrekkelijk als bondgenoot in de strijd tegen de vrijzinnigheid. Ik noem een aantal punten waarop men reserves kan hebben.

A. Boekreligie
Het fundamentalisme lijkt in zijn visie op Gods openbaring de bijbel de centrale plaats toe te kennen.
Het bekende zinnetje bv, dat "de bijbel van kaft tot kaft Gods woord is", plaatst duidelijk het boek in het middelpunt van de belangstelling.
Maar daarmee past dat zinnetje eigenlijk veel beter binnen de Islam dan binnen het christendom. Want typerend voor het christendom (en voor de bijbel zelf!) is de verkondiging, dat God zich ten diepste niet heeft uitgesproken in een boek, maar in een persoon. Calvijn heeft dat trefzeker uitgedrukt door op te merken, dat de Schriften het gewaad zijn waarin Christus tot ons komt. In Hem is Gods Woord vlees geworden; in die zin zijn de Heilige Schriften Gods openbaring, dat zij het zijn die van Hem getuigen (Joh.
1: 14; 5: 39). De Islam daarentegen is een echte 'boekreligie': de Koran is voor de moslims de op schrift gestelde openbaring van God; daar staat alles in wat Allah te zeggen heeft. Zij verwerpen dan ook hartgrondig de bijbelse verkondiging, dat God zich het meest wezenlijk heeft uitgesproken in Jezus Christus.
Naar hun overtuiging is het Woord niet vlees, maar boek geworden.
Bij een vergelijking 'tussen christendom en Islam staat dan ook tegenover de Koran niet de bijbel, maar de Here Jezus!
Daaraan lijken de fundamentalisten geen recht te doen. Voor hen is Gods openbaring' meer een hoeveelheid te boek gestelde waarheden dan' zijn zelfonthulling in zijn Zoon.
Dat heeft tot gevolg, dat zij gevaar lopen de bijbel nogal intellektualistisch te lezen. In dat verband is het opmerkelijk, dat zij het zo vaak hebben over de 'informatie' die God in de bijbel geeft: informatie over de geschiedenis, informatie. over de toekomst, informatie over de natuur enz. Daarmee verzelfstandigen ..zij de bijbel min of meer ten opzichte van de Here: ook als Hij er verder het zwijgen toe zou doen, ligt in dat boek een schat aan gegevens van goddelijke herkomst opgeslagen, die vervolgens verstandelijk verwerkt moeten en kunnen worden.
Maar daarmee zijn wij wel een heel eind afgeraakt van het bijbelse begrip 'openbaring'! Want dat wijst erop dat God, als Hij zich openbaart, geen pakket 'informatie aanreikt, maar van zich doet spreken met de bedoeling een relatie met ons aan te gaan. Dat betekent, dat je de bijbel geen moment los van de Spreker kunt zien en dat boek pas goed leest wanneer je je er door Christus in aangesproken weet!
Enigszins toegespitst gezegd: de bijbel brengt ons geen kennis bij, maar brengt ons in kennis met onze God en Heiland. De bijbel bedoelt niet ons te informeren over het ontstaan van het heelal en de ouderdom van de aarde, maar nodigt ons uit ons vertrouwen te stellen op Hem, die het heelal geschapen heeft en van eeuwigheid tot eeuwigheid Dezelfde is. Natuurlijk moeten wij ons ook hier hoeden voor valse tegenstellingen. Het is onmogelijk om God werkelijk te leren kennen en te vertrouwen, als je geen inhoudelijke kennis hebt van zijn daden in verleden, heden en toekomst. In zoverre kleurt de bijbelse openbaring inderdaad onze visie op de natuur, de geschiedenis, de toekomst enz. Maar centraal in dat alles blijft, dat de bijbel ook in zijn scheppings-berichten en eindtijdprofetieën verstaan en gehanteerd moet worden in zijn gerichtheid op Jezus Christus.
Om die reden zou ik er ook voor willen pleiten om eens wat minder vaak het woord 'bijbelgetrouw' in de mond te nemen. Wat een mens tot een waar christen' maakt, is dunkt mij niet zijn trouw aan. het boek dat 'bijbel' heet, maar zijn trouw aan de in de bijbel. verkondigde Christus.
Om het onderscheid aan te geven met hen .die op een onschriftuurlijke wijze de Here Jezus navolgen, lijkt mij het oude woord 'orthodox' nog altijd uitermate geschikt. Want aan de 'rechtgelovigheid' (de letterlijke betekenis van 'orthodoxie') verraadt zich de ware volgeling van de Here Jezus!

B. 'Exact' lezen?
In de lijn van het voorgaande zijn er ook vraagtekens te plaatsen bij de manier waarop het fundamentalisme de betrouwbaarheid van de bijbel invult. Als de bijbel niet in die zin Gods openbaring bevat, dat hij over allerlei zaken goddelijke informatie verschaft, is het dan wel juist om de bijbelverhalen als exacte reportages te lezen? Vraagt de bijbel als het getuigenis van Gods zelfonthulling niet een heel andere benadering dan de aan de exacte wetenschappen ontleende belangstelling voor de precieze feiten? Ik neem niets terug van het pleidooi in het vorige artikel, om de waarheid van het .
bijbelverhaal niet los te weken van het echt gebeurd zijn ervan. Maar wel heb ik de indruk, dat men de bijbel geweld aandoet wanneer men niet in rekening brengt dat het hem bij zijn verkondiging van Gods heiIsdaden niet te doen is om het verstrekken van exacte informatie. Dat geldt zowel van de bijbelse geschiedschrijving als van de bijbelse profetie.
Van beide een voorbeeld.

De engelen op de Sinaï
In Galaten 3:19 schrijft Paulus, dat de wet "op last van God door engelen in de hand van een middelaar gegeven is". Ongetwijfeld doelt hij met deze woorden op de gebeurtenissen die op de Sinaï plaats vonden direkt na de uittocht uit Egypte, waar de Israëlieten 430 jaar gewoond hadden (vgl. Gal. 3:17 met Exodus 12:40). Dat Mozes de wet uit de hand van engelen ontving staat echter in het boek Exodus nergens vermeld. Prof. dr. Jan Veenhof vertelt, dat een fundamentalist hierop als volgt reageerde: "Als Paulus dit zegt, móet het ook gebeurd zijn, dan móet het ergens in het Exodusverslag worden ingevoegd!" In navolging van prof. dr. Herman Ridderbos wijst Veenhof zelf er echter op, dat het zeer de vraag is of Paulus deze vermelding van de bemiddeling van engelen als een exact feit gezien heeft. Het zijn namelijk Joodse rabbijnen geweest, die voortbordurend op Deut. 33:2 - de engelen in verband hebben gebracht met de wetgeving op de Sinaï.
Het lijkt erop, dat Paulus op zijn beurt 'die Joodse tradities heeft benut om in het kader van Galaten 3 het tweederangs-karakter van de wet tot uitdrukking te brengen: anders dan de belofte, die God rechtstreeks aan Abraham en zijn zaad deed, werd de wet door tussenkomst van engelen bemiddeld. Net als in Hebreeën 2:2 en 3 wordt dan aan het woord, door engelen gesproken, een geringere geldingskracht toegekend dan aan het evangelie zelf. Kortom: Paulus' opmerking over de engelen is eerder te lezen als een interpretatie van de wetgeving op de Sinaï, dan als een strikt feitelijke reportage. Daarmee blijft buiten de diskussie, dat het 'echt gebeurd' is dat Mozes uit handen van de HERE de wet ontvangen heeft. Met gebruikmaking van Joods materiaal heeft Paulus het verslag daarvan echter op zijn eigen manier ingekleurd.
Wie vanuit de 'exacte' leeswijze alleen maar belangstelling kan opbrengen voor de feitelijke tussenkomst van engelen op de Sinaï, mist dan ook de eigenlijke boodschap van deze opmerking in Galaten 3:19. Dat geldt van heel de bijbelse geschiedschrijving: je verstaat die niet ten volle, als je niet in rekening brengt dat de feitelijke toedracht altijd onder een bepaalde belichting wordt weergegeven. Ter versterking van hun boodschap deinzen de bijbelschrijvers er niet voor terug, om de feiten op hun eigen wijze te rangschikken en in een bepaalde entourage te plaatsen. Daarom is het niet zo bijster zinvol, om met behulp van bijbels materiaal te willen komen tot een exacte rekonstruktie van de oude Egyptische geschiedenis: dat is daar niet voor bedoeld en leent zich daar ook niet toe.

'Science fiction'
Zo noemt James Barr de beschrijving van de toekomst, waartoe fundamentalisten komen op grond van hun interpretaties van boeken als Openbaring en Daniël. Ook daarin komt weer die eigenaardige exacte leeswijze aan de dag, die ertoe verplicht de profetieën te hanteren als informatiebron over tijdstippen, , getallen, plaatsen enz. Heel krasse voorbeelden hiervan zijn te vinden bij Hal Lindsey, die enige tijd geleden zulke geruchtmakende boeken publiceerde als De planeet die aarde heette. In Op weg naar een nieuwe wereld geeft hij een uitleg van het boek Openbaring die in het genre 'science fiction' inderdaad niet zou misstaan. Blijkens de Inhoudsopgave komt in hoofdstuk 16, De zeven toornschalen van Armageddon, het volgende aan de orde:

Massale krankheid... De dag waarop de zeeën sterven ... Het water wordt verontreinigd... Onverdraagzaam en religieus ...
Hittegolf over de gehele wereld ...
Doodswolken boven Rome... Het Gele Gevaar .... Het Westen mobiliseert ... Het verloop van de Derde Wereldoorlog ... De verbonden Arabische legers slaan toe .
Geruchten uit het Verre Oosten .
Het grote Rode Leger dat was Rood China en zijn bondgenoten ... Het laatste uur ... Het gericht bereikt zijn hoogtepunt. ..
Wat gebeurt er met de Verenigde Staten? .. Een massale slachting.

In zijn inleiding schrijft de auteur:
Sommige schrijvers verkiezen elk symbool letterlijk te verklaren.
Dan zou bijvoorbeeld een sprinkhaan met het aangezicht van een mens, de tanden van een leeuw, een borstschild als een ijzeren harnas, een staart als die van een schorpioen en vleugelen, die het gedruis maken als het gedruis van wagens (Openb. 9:7-9, vdD), zo door God geschapen moeten zijn, wil dit aan deze beschrijving beantwoorden. Persoonlijk ben ik .
geneigd te denken, dat God in zijn oordelen moderne uitvindingen zal gebruiken waarvoor de apostel Johannes negentien eeuwen geleden geen woorden kon vinden om die te beschrijven.
In het zojuist vermelde geval zouden de sprinkhanen moderne helicopters kunnen voorstellen.
Het valt mij moeilijk dit soort bijbeluitleg serieus te nemen. Toch weet ik, dat er christenen zijn op wie dit diepe indruk maakt. Hun zou ik willen vragen: zou het nu echt de bedoeling van Johannes zijn geweest, om in zijn symbooltaal een exacte reportage te geven van de rampen waarmee wij in de twintigste eeuw (kunnen) worden gekonfronteerd?
Worden wij zo niet overgeleverd aan de willekeur van politieke en militaire bespiegelingen die met het jaar achterhaald kunnen zijn?
Mag je bijbelse visioenen en symbolen op deze manier plat slaan tot een televisie-thriller?

Israël-theologie
Voor wie de boeken van Hal Lindsey een te extreem voorbeeld vindt van fundamentalistische uitleg van profetieën, wil ik een citaat geven uit een bepaald soort Israël-theologie, die naar mijn mening aan hetzelfde euvel lijdt. Ik laat hier enkele regels volgen uit een artikel van Feike ter Velde in de krant Christenen voor.
Israël van april 1989: Deze 'goede aarde' ... is 'bezet gebied' en moet bevrijd worden.
... Deze bevrijding zal niet geschieden door de VN, of door middel van een rondetafelconferentie, maar door de Messias van Israël. De grote Jozua zal komen. Het zal een tijd van enorme strijd zijn .... De volkeren zullen ten strijde worden verzameld tegen ... Jeruzalem. (Zach. 14:2) En in die grote verdrukking zal de HERE uittrekken, net als in, ,de dagen van Jozua (vs 3). Dwars door dat alles heen - wat een wereldwijde turbulentie! - wordt de Here de koning over de ganse aarde.

In dit geval is het de profetie van Zacharia 14, die gelezen wordt als de aankondiging van een konkrete oorlogsvoering rondom een konkrete plaats, waarover de kranten te zijner tijd met foto's en al verslagen zullen kunnen plaatsen op hun voorpagina's. De schrijver laat zich daarbij weliswaar minder 'science fiction'-achtig uit dan Lindsey, maar doet naar mijn gevoelen in wezen' even weinig recht aan de. manier waarop de bijbel in de toekomst schouwt. De bijbelse profetieën hebben toch een ander klimaat dan dit soort gedetailleerde, bijna 'technische' voorzeggingen. Men veroorzaakt als het ware kortsluiting, wanneer men de visioenen waarin geopenbaard wordt hoe Christus koning zal worden over deze wereld, rechtstreeks verbindt met de konkrete tijdstippen, getallen; plaatsen , en politieke machtsverhoudingen waarover onze kranten berichten.
Ongetwijfeld is de boodschap van de bijbelse profeten en zieners van betekenis voor de konkrete werkelijkheid waarin wij leven en werpt zij licht op de krachtsverhoudingen die de berichtgeving in onze kranten domineren. Maar men moet leren verstaan hoe Gods toekomstige handelen in de bijbel geschetst wordt in een soort gelijkenissen: met behulp van beelden, die de bijbelschrijvers
ontlenen aan gebeurtenissen en krachtsverhoudingen uit hun eigen tijd, duiden zij de werkelijkheid van Gods gerichten en overwinningen in de toekomst aan. Als Zacharia met het oog op de grote dag des HEREN profeteert over verkrachting van vrouwen en ballingschap, over de jaarlijkse viering van het Loofhuttenfeest en de bestraffing van de Egyptenaren die daaraan niet deelnemen (Zach. 14:2, 16-18), dan spreekt hij een taal die zijn tijdgenoten verstonden!
Maar daarmee is allerminst gezegd, dat hij exacte feiten aanduidde. Het zou wel eens kunnen zijn, dat al die aanduidingen een veel grotere symboolwaarde hebben dan wij ons realiseren. Ik betwijfel dan ook ten zeerste, of wij uit Zacharia 14 echt moeten afleiden, dat Jeruzalem metterdaad aan het eind der tijden het middelpunt zal zijn van waaruit God zijn koningschap vestigt. Nog afgezien van wat het NT zegt over de rol die het aardse Jeruzalem.
(niet?) zal spelen: ik geloof niet dat die uiteindelijke manifestatie van Gods majesteit een gestalte zal aannemen die in sensationele televisiebeelden zal kunnen worden vastgelegd.
Juist doordat het fundamentalisme aan de profetieën exacte feiten wil ontwringen, neemt het de dieptewerking eruit weg. Juist doordat het de bijbelse visioenen over de eindtijd uitvergroot tot de meest fantastische en spektakulaire filmbeelden, is het niet in staat het geheim van de komst van Gods Koninkrijk erin te ontwaren.
In het vorige artikel is op blz. 183 onderaan de derde' kolom een regel weggevallen. De derde en vierde zin van de laatste alinea dienen als volgt gelezen te worden: Ook hij leest in dat verhaal de diepe 'waarheid', dat de onmogelijke taak waartoe Jezus mensen kan roepen, door zijn machtswoord tóch mogelijk wordt. Maar anders dan Bultmann durft hij die 'waarheid' niet los te maken van het 'echt gebeurd zijn' van het wonder.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief