Pastorale notitie

1989-06-09
  • Jaargang 33
  • nummer 12
"Uzit hier niet bij dominee Ter Linden"

Dat heb ik mij onlangs laten ontvallen in een preek: "U zit hier niet bij dominee Ter Linden". Ik onderstreepte in de preek het echt gebeurd zijn van de heilsfeiten en met deze exclamatie meende ik mijn boodschap kracht bij te zetten.
Had ik niet moeten doen.
Ik meende wel hartelijk wat ik zei, maar alles wat je meent hoort daarom nog niet in een preek thuis.
Nu hoor ik u denken: "Ja toe nou, schrijf het nou ook nog een keer in de krant. Zo maak je het alleen maar erger," Dat risico neem ik.
Tenslotte kan collega Ter Linden mij nu ook in het aangezicht weerstaan, al denk ik niet dat hij daaraan behoefte heeft.
Ik kom op mijn woorden terug omdat ik erg geschrokken ben van enkele reacties. Er werd mij een paar keer op licht verwijtende toon gevraagd wat ik nou toch tegen dominee Ter Linden heb. Zijn stukken in Trouw en zijn verhalen in de Wester zijn toch zo mooi!
Dat zijn ze. En dominee Ter Linden is een machtig verteller.
Maar wanneer iemand mij vraagt of ik in Ter Linden een christen herken moet ik die vraag ontkennend beantwoorden.
Moet u niet al te erg van schrikken.
Het gaat hier niet om erkennen want dat is een zaak van Hem, die gezegd heeft: Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij.
Maar het gaat om herkennen en dat is wel mijn zaak.
Herkennen is in dit geval: bij de ander terugvinden wat er bij je zelf is.
Het christelijk geloof rust voor mij op feiten, het leeft van feiten. Wie de feitelijkheid, het echt gebeurd zijn onder het evangelie vandaan haalt, haalt alle grond onder mijn geloof
vandaan. Ik ben dan bedrogen: en ik voel mij de ellendigste van alle mensen.

En dominee Ter Linden ontkent die feitelijkheid, het echt gebeurd zijn van de verhalen die hij vertelt. Niet maar van sommige verhalen - daar zou ik niet zo van schrikken - maar van alle verhalen die hij vertelt. Ze zijn door mensen bedacht en worden door hem doorverteld.
Waar ik nu van schrik is de argeloosheid en inschikkelijkheid waarmee ook onder ons sommigen (of velen?) naar Ter Linden kijken en luisteren. Ik heb de indruk dat daar deze gedachtengang echter zit: "Goed, laat Nico ter Linden dan zelf niet geloven in het echt gebeurd zijn van wat hij vertelt, daarom kunnen wij onder wat hij zegt best. op verhaal komen want dat echt gebeurd zijn denk je er dan gewoon bij. Al gelooft hij het niet, daarom kunnen wij het wel geloven."
In deze redenering schuilt een vergissing.
Men gaat er dan van uit dat Ter Linden het echt gebeurd zijn alleen maar onbelangrijk acht en dat je er dat dus zelf alsnog kunt bijdenken.
Maar voor Ter Linden en de school waar hij gevormd is ligt het eigenlijk omgekeerd: het niet echt gebeurd zijn is belangrijk. Het mag eigenlijk niet echt gebeurd zijn en u mag dat ook niet geloven want dan hoort u voorbij aan zijn boodschap.
U moet niet denken dat Ter Linden het niet echt gebeurd zijn stiekem zit te verzwijgen. ln de hoop dat u dat niet in de gaten hebt.
Iemand zou hem eens een briefje kunnen schrijven ongeveer in deze trant: "Ik geniet erg van uw overdenkingen en verhalen; alleen: het echt gebeurd zijn voeg ik er voor mijzelf aan toe". Denk niet dat hij blij zou zijn met een dergelijke reactie. Hij zou denken: Jammer; dan vertel ik mijn verhaal toch niet goed, want het gaat er mij juist om, mensen bij dat echt gebeurd zijn vandaan te halen en ze te brengen bij de boodschap achter het verhaal.
Het niet echt gebeurd zijn hoort bij zijn boodschap, evenals zijn verteltrant die er geheel op gericht is, het historisch karakter van het vertelde verhaal te ontkennen: Van mij zou er in ons blad nóg eens (drs. H. de Jong schreef er eerder over) een deugdelijke behandeling mogen staan van de school waaruit Nico ter Linden komt. Het gaat hier niet zomaar om een andere benadering maar om het hart van ons christelijk geloof: de feiten waaraan ons heil hangt.
Geen behandeling in de trant van welles-nietes, maar nog eens een ernstig wegen van de argumenten achter de preken van Ter Linden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief