Stichting Redt een Kind

1989-06-09
  • Jaargang 33
  • nummer 12
Het is al weer enige jaren geleden, dat u geregeld over ons werk in 'Opbouw' kon lezen. Wij zijn hiermee opgehouden omdat wij dachten dat ongeveer wel alle 'Opbouw'-lezers ons werk steunden en onze nieuwsbrieven kregen. Om niet steeds in herhalingen te vervallen hebben wij het schrijven in 'Opbouw' een tijdlang achterwege gelaten.
Nu echter kregen we een boek toegestuurd over het werk van Katie McKinnon en haar Baby Home in Kenya. Velen van u zullen Katie kennen of van haar gehoord hebben.
Zij kwam verschillende keren naar Nederland om over haar werk te vertellen en velen van u steunen haar werk via onze Stichting.
Dit boek heet 'Love breaks through' en het werd in het engels geschreven.
Een vertaling is er helaas niet van. Hierin vertelt Katie haar levensgeschiedenis aan Lynda Neilands, de schrijfster van het boek. Ze vertelt over haar jeugd in een niet christelijk gezin in Schotland, hoe ze tot geloof kwam en hoe ze daarna naar Kenya ging als verpleegster, uitgezonden door de Africa Inland Mission.
Na op andere plaatsen gewerkt te hebben, werd ze overgeplaatst eerst naar Mulango en daarna, vlakbij, naar Kitui. Een gedeelte van haar verhaal over Mulango hebben wij vertaald en wij laten dat hieronder .volgen: "Op 18 oktober (1978) werd er op mijn deur geklopt door een student van de plaatselijke bijbelschool. Hij vertelde me dat er in zijn dorp kortgeleden een vrouw tijdens de bevalling was overleden. Hij vroeg zich af of er iemand voor de kinderen zou kunnen zorgen, want de vader was blind en de schoonmoeder was ziek.
"Daar is inderdaad hulp nodig", gaf ik toe, en ik beloofde om er te gaan kijken. De man kwam uit het noordelijke deel van het Kitui district, uit een klein dorpje Tseikuru genaamd.
Die dag was het te laat om nog weg te gaan, maar de volgende morgen"
gingen we op weg, na eerst Gilbert Malusi opgehaald te hebben, de manager van het kindertehuis in Mulango. We reden vele kilometers over een smalle, stoffige weg, die soms helemaal leek te verdwijnen.
Na vijf lange uren kwamen we bij een droge rivierbedding. Aan de overkant zagen we een groepje hutten. Geen moment te vroeg! Het dorpje was zo afgelegen dat ik het gevoel had dat we een kilometer verder van de rand van de aarde afgereden zouden zijn. Het was een arme streek - dat spreekt vanzelf.
De daken en de muren van de huizen waren slecht onderhouden en er was maar weinig vee te bekennen.
We hadden de familie al gauw gevonden.
Gezeten voor het armste, meest verwaarloosde hutje van het dorp, zagen we een blinde man, een oude vrouwen een apathisch groepje ondervoede kinderen. Toen Malusi uitlegde wie we waren en waarom we gekomen waren, verdween de wanhoop uit het gezicht van de' oude vrouwen ze begon terug te praten in het kikamba. "Ze is te oud en te ziek om voor deze kinderen te zorgen", zei Malusi "en ze wil graag dat we ze meenemen": Ik keek naar de kinderen en knikte. Er waren er vijf, als een trap in grootte toenemend.
De jongste was zo'n 2 jaar oud. Maar de moeder was bij de bevalling overleden, herinnerde ik me, dus waar was de baby? Ik keek nog eens rond, maar een zesde kind was nergens te bekennen. Toen hoorde ik een zacht geluidje dat onder een hoop vodden bij de deur uitkwam. Ik tilde die op en schrok, want daar lag een heel klein babytje.
Het arme kind was helemaal stijf van de koud. Ik probeerde direkt om het door wrijven wat warmer te maken.
"Aan de baby hoef je niet te denken", zei de oude vrouw me via Malusi, "die is toch al bijna dood".
Ik kon ook wel zien dat er maar weinig hoop was. "Vertel haar maar, dat we de baby ook meenemen".
De vrouw haalde haar schouders op. "Begraaf hem maar langs de kant van de weg als hij het niet overleeft", was haar enige antwoord.
Ondanks alles overleed Philip niet.
Hij was de eerste bewoner van mijn nieuwe babyhuis. Nog geen 24 uur later, op 20 oktober, kwam er een tweede baby bij. Net als bij Philip, was ook de moeder van John bij de bevalling overleden. John werd gevolgd door Mutui op 21 oktober, en door Musembi op 2 oktober, beiden ondervoed met ernstige kwashlokor, Deze toeloop van baby; s kwam volkomen onverwacht.
Op 22 oktober, na drie maanden met allerlei frustraties, had ik ineens het toezicht niet alleen over een kleine apotheek, maar tegelijk over een nieuw babyhuis. " ...
"Waarom wilde God dat ik juist in Mulango een babyhuis zou beginnen, terwijl ik hetzelfde werk in verschillende andere gebieden van Kenya had kunnen doen? We kunnen Gods wijsheid natuurlijk nooit echt peilen, maar één antwoord op deze vraag kan zijn dat God het babyhuis geopend wilde zien in de streek waar de nood het grootst was. Mulango ligt middenin het Kitui district, een gebied van zo'n 12.000 vierkante kilometer met zeer droog en armelijk land.
Het grootste deel van de half miljoen mensen die er wonen zijn kleinschalige boeren, die voor eigen gebruik mais, gierst, erwten en bonen verbouwen. Ze zijn volkomen van de oogst afhankelijk. Als het goed gaat, regent het in december en in april en dan is er voldoende eten in huis. Als de regens uitblijven, kunnen de gewassen niet groeien en dan is er direkt voedselgebrek.
In 1980 was ik voor korte tijd thuis in Schotland geweest.
Toen ik terugkwam in Mulango, ontdekte ik dat er aan het eind van het vorige jaar geen regen was gevallen.
Zelfs het meest dagelijkse veeset zoals meel, mais, rijst, zout en suiker kon toen niet meer in de winkels gekocht worden. Dat was mijn eerste ervaring met een hongersnood.
Deze keer duurde het voedseltekort maar zes maanden.
Dat was echter lang genoeg om te laten zien hoe bijzonder kwetsbaar de mensen waren. Ze hadden helemaal niets om op terug te vallen.
Zonder mais op het veld en zonder geld om iets te kopen, konden ze slechts berusten en honger lijden.
Kinderen met roestrood haar veroorzaakt door een eiwittekort of met dikke buiken door voedselgebrek kwam je vaak tegen.
Ik kon alleen maar de allerergste gevallen opnemen - kleintjes zoals de tweejarige Ngemba, die volkomen ondervoed in het babyhuis kwam. Ze woog 13 pond, maar haar huid schilferde af en ze had t.b.c. Ik nam haar mee naar het ziekenhuis voor onderzoek, maar de dokter was boos op me. "Weet je niet hoe druk ik het hier heb", zei hij, "en dan laat je me voor zo iets onzinnigs opdraven.
Ik kan voor dit kind niets meer doen. Ze is al bijna dood en dat kan iedereen wel zien". Vijf maanden later ben ik weer bij dezelfde dokter langs gegaan. Ik vroeg hem "Weet u wie dat is?" en ik liet hem een foto zien van een klein meisje dat een ketting van gekleurde kralen aan het rijgen was. Hij schudde zijn hoofd.
"Dat is Ngemba - herinnert u het zich: het meisje dat niet geacht werd in leven te blijven!" Hij bekeek de foto goed en voegde eraan toe: "Voortaan zal ik de diagnose stellen, dan bid jij en dan noemen we dat een gecombineerd medicijn".

Bij elk verhaal met een gelukkig verloop kun je er ook veel met een tragisch einde vertellen. Er bestaat geen "eind goed, al goed" bij een hongersnood -alleen maar een gevoel van een verschrikkelijke machteloosheid wanneer je geconfronteerd wordt met zo veel gevallen van menselijk lijden."

Enkele gedeelten uit het boek 'Love breaks through' over Katie Mackinnon hebben we hier doorgegeven.
Dit boek kunt u bij ons bestellen: Stichting Redt een Kind, Dr. Guépinlaan 23, 4032 NH Ommeren. Tel.
03443-2079. Het kost f 17,50 inclusief porto.
Giften voor Katie's werk zijn natuurlijk ook heel welkom. Postgiro 1599333 of rekening bij de A.B.N. te Doorn, nr. 37.73.32.860.
STICHTING REDT EEN KIND, A.M. Rookmaaker-Huitker, Secretaresse

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief