Persschouw
1988-01-22
Een ritseling van toenadering?- Jaargang 32
- nummer 3
Het weekblad "DE REFORMATIE" blijft zich bezighouden met het vraagstuk van de kerkelijke eenheid. Onder het opschrift: De goede strijd gaat ds C. J. de Ruyter uit Rotterdam-C, nader in op een reaktie van br. J. L. Struik te Heino, onder ons geen onbekende.
Daarin komt ook aan de orde, dat velen in de strijd van de zestiger- en zeventiger jaren door het toen gepleegde onrecht buiten het kerkverband van de vrijgemaakte gereformeerde kerken zijn komen te staan. Onder het kopje: ONRECHT schrijft ds De Ruyter dan in het nummer van 2 januari 1988 het volgende:
"Ik ben ervan overtuigd, dat het belangrijk is deze klachten ernstig te nemen. Want wanneer een breuk tussen broeders geforceerd wordt, terwijl de hartelijke begeerte leeft elkaar vast te houden in de eenheid van het geloof, wordt grote schade toegebracht aan de kerk. Br. Struik concretiseert dit ten aanzien van de kerk van Nijverdal en andere kerken in de regio. Het is inderdaad veelzeggend, dat daar zowel de Open Brief als de leer van ds Telder èn ds Oosterhoff verworpen zijn. Uiteraard kan ik niet beoordelen wat er in die regio gebeurd is. Maar wèl weet ik, dat ook door mensen, die van de gang van zaken op de hoogte zijn, gesteld wordt, dat in deze omgeving (en elders) ernstige fouten gemaakt zijn. En als wij fouten maken, als gevolg waarvan broeders zich ten onrechte uitgestoten zien, moeten we niet aarzelen van zonden te spreken. En als wij oprecht de eenheid van de kerk zoeken, zullen we zulke zonden moeten belijden. Pas als wij onze zonden belijden, komt er door Gods genade ruimte voor herstel. Wat zou het een zegen zijn, als plaatselijk zicht kwam op zulk herstel. Het valt op, dat sinds de breuk zulke zonden vrijwel nooit openlijk beleden zijn, en dat over schuld van de kant van "binnen verband"
alleen in algemene termen is gesproken.
Wat een vreugde zou het zijn, als zulke belemmeringen weggenomen konden worden. Onrecht mag ons niet gescheiden houden.
Anderzijds moet ik ook opmerken, dat ik persoonlijk heb meegemaakt, hoe mensen koste wat kost zich wilden aansluiten bij kerken buiten het verband en daarvoor, zonder dat er enige aanleiding toe was, de breuk met de plaatselijke kerk forceerden. Juist zulke ervaringen illustreren hoe pijnlijk en schadelijk het is, als een breuk werkelijk door onrecht geslagen wordt".
Naar aanleiding van dit stuk zouden verschillende opmerkingen te maken zijn. Het slot geeft aan, dat het allemaal niet zo eenvoudig ligt. Maar wij waarderen het bijzonder positieve in deze benadering van ds De Ruyter. M.i. is nog nooit van "binnenverbandse" kant zo onverhuld over het aangedane onrecht in de classis Enschede o.a. geschreven.
God geve in zijn genade verdere toenadering!
O. Mooiweer, Enschede