Een bezoek aan de synode van de PKN
2007-11-09
Op vrijdagmorgen 20 april was ik te gast bij een vergadering van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Het moderamen had mij uitgenodigd de afgevaardigden toe te spreken. Hieronder volgt een toelichting op mijn bezoek en de tekst van mijn toespraak.- Jaargang 51
- nummer 22
Toen de profeet Elia op de berg Karmel de Israëlieten opriep om te breken met de dienst aan Baäl, herstelde hij het verwoeste altaar van de HEER. Volgens I Koningen 18: 31 nam hij daartoe twaalf stenen, ‘evenveel als het aantal stammen van Israël’. Daarmee gaf hij een belangrijk signaal, aldus ds Evert Overeem, schrijver van de PKN-gespreksnotitie Oecumene. Hij wijst erop, dat Israël ten tijde van Elia uiteengevallen was in het noordelijke tien- en het zuidelijke tweestammenrijk. De profeet opereerde zelf in het tienstammenrijk.
Denk alleen maar aan zijn botsingen met koning Achab, die niet in Jeruzalem zetelde maar in het noordelijke Samaria (I Koningen 16:29). En toch verliest Elia de zuidelijke stammen niet uit het oog. Overeem schrijft: ‘Elia werkt in het tienstammenrijk maar zoekt twáálf stenen. De Geest leert ons niet te gauw te stoppen met tellen. Met Paulus leren wij dat het beeld van het lichaam van Christus niet alleen tot de eigen plaatselijke gemeente beperkt blijft. Het Rooms-katholieke oog kan niet tot de protestantse hand zeggen: ik heb je niet nodig; het anglicaanse hoofd kan dat evenmin zeggen tot de evangelische voeten.’ Ziedaar het onderwerp ‘oecumene’: dat woord staat voor het streven om kerkelijke scheuringen en verdeeldheid te boven te komen.
Nieuwe stappen
Nu is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat bleek wel in 2004, toen het Samen op Weg-proces eindelijk uitmondde in de vorming van de PKN. Er deed zich immers een nieuwe breuk voor: een groot aantal kerken vond het niet verantwoord om zich bij de PKN te voegen. Twee ervan hebben we in ons Nederlands Gereformeerd kerkverband welkom mogen heten, maar er zijn ook nieuwe kerkverbanden gevormd: dat van de Hersteld Hervormden en dat van de voortgezette Gereformeerde Kerken. Tot op heden is daarmee een domper gezet op de vreugde over het samengaan van de Nederlands Hervormde Kerk, de Evangelisch-Lutherse Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Niettemin blijft de PKN proberen kloven te overbruggen. In de synodevergadering van 20 april werden daartoe nieuwe stappen gezet. Voor het eerst werden de afgevaardigden toegesproken door een Rooms-Katholieke hulpbisschop, monseigneur Van Burgstede, door de voorzitter van de Verenigde Pinksteren Evangeliegemeenten, Peter Sleebos, en door iemand uit het midden van de Vrijgemaakt Gereformeerde kerken, de Christelijke Gereformeerde kerken en de Nederlands Gereformeerde kerken.
Dat laatste was in lijn met het pleidooi in de gespreksnotitie, dat de PKN ook toenadering zou zoeken tot deze ‘meer orthodoxe gereformeerde kerken ter rechterzijde’. Daarbij wordt ook gedacht aan contacten op plaatselijk vlak, om te komen tot praktische samenwerking. De notitie vervolgt: ‘Het is te hopen dat de koudwatervrees van zowel de kant van onze kerk als die van de reformatorische kerken in de komende tijd zal verdwijnen.’ Aan mij, als gastlid van de Raad van Advies voor Gereformeerd Belijden, werd de vraag voorgelegd: ‘Zou jij, of iemand anders van jullie kerken, daar ter synode iets over willen zeggen?’ Na overleg met Ad de Boer, de voorzitter van onze NGK-commissie voor contact en samenspreking met andere kerken, heb ik de uitnodiging op persoonlijke titel aanvaard en de volgende toespraak gehouden.
Toespraak
‘Broeders en zusters in de Heer, Met een zeker enthousiasme heb ik de uitnodiging van uw moderamen aangenomen, om hier aanwezig te zijn en het woord tot u te richten. Ik sta hier niet als officiële vertegenwoordiger van de Vrijgemaakt Gereformeerde, de Christelijke Gereformeerde en de Nederlands Gereformeerde Kerken.
Toch, door mij als Nederlands Gereformeerd predikant het woord in uw vergadering te geven, geeft u te kennen toenadering tot deze drie kerken te zoeken. Al eerder gaf u zo’n positief signaal, toen u het gastlidmaatschap in uw Raad van Advies voor het Gereformeerde Belijden aanbood aan de vrijgemaakte prof. Kamphuis, de Christelijke Gereformeerde prof. Den Hertog en mij. Daarin wordt “zowel een teken als een program” aangegeven, aldus de Gespreksnotitie Oecumene. Dat alles ervaar ik als opmerkelijk en bemoedigend. Ik hecht er ook waarde aan u te zeggen, dat ik het meedraaien in de Raad van Advies voor het Gereformeerd Belijden als aangenaam en functioneel ervaar. Ik zou willen spreken van een verheugend grote ervaring van geestelijke verwantschap.
Geeft dat uitzicht op het verdwijnen van “de koudwatervrees van zowel de kant van uw kerk als die van de reformatorische kerken” – ik citeer uit de Gespreksnotitie Oecumene (21)? Dat die ‘koudwatervrees’ voorkomt aan de kant van GKV, CGK en NGK is onmiskenbaar.
Dat heeft naar mijn inschatting te maken met de pluraliteit binnen uw kerk. Daarbij denk ik er vooral aan, dat in uw kerk ruimte is voor onzekerheid met betrekking tot de fundamenten van het christelijk belijden.
Vanuit onze ‘meer orthodoxe gereformeerde kerken’ wordt daar met bevreemding en gereserveerdheid tegen aan gekeken. Het verklaart veel van die ‘koudwatervrees’. Maar misschien beseffen wij in onze kring wel eens te weinig, dat ook velen in uw midden aan die problematiek zwaar tillen en er niet licht aan voorbijgaan.
Ik vind het daarbij fascinerend, dat u zich door die pluraliteit niet het stempel wilt laten opdrukken van kleurloosheid en wazigheid. U hebt immers uitgesproken, dat U “een kerk van het Woord wilt zijn”, “een krachtige geloofsgemeenschap” en dat u “wilt staan voor de levensveranderende boodschap van het evangelie” (visienota Leren leven van de verwondering). Ik weet het: deze visienota heeft kritische vragen opgeroepen, ook in onze kring. Maar wat klinkt het tegelijk vertrouwd en herkenbaar, wanneer u als uitgangspunt kiest “de belijdenis van de Naam boven alle namen: Jezus Christus.” Ik spreek de hoop uit, dat die belijdenis steeds weer concreet gestalte zal krijgen.
Dan zal de koudwatervrees aan de zijde van de ‘orthodox gereformeerden’ misschien niet verdwijnen.
Ze zal zich wel kunnen mengen met het verlangen, om u nader te leren kennen en in elk geval plaatselijk meer met u samen te doen. In hoeverre die ‘koudwatervrees’ ook aan uw zijde bestaat kan ik niet beoordelen.
Ik ben er wel benieuwd naar. Na de benoeming van de drie gastleden in de Raad van Advies voor het Gereformeerd Belijden las ik in het Centraal Weekblad de verzuchting: “Eindelijk zien ze ons staan.” Ik vind, dat wij als drie kerken die met elkaar de zogenaamde ‘kleine oecumene’ nastreven, ons die verzuchting hebben aan te trekken. Heeft onze houding u vaker het gevoel dat we u eigenlijk niet zien staan? Mocht dat zo zijn, laat dat dan alstublieft onderwerp van gesprek worden! Ik ben er dankbaar voor dat ik vandaag bij het oecumenisch gesprek betrokken was. Ik dank u zeer voor uw aandacht en wens u nadrukkelijk de zegen van God toe.’
Toenadering
Van discussie is het die morgen niet meer gekomen. Er werden wel vragen gesteld, waarbij werd afgesproken dat die zouden worden meegenomen bij de voorbereiding van de volgende vergadering over dit onderwerp. Die staat gepland voor ergens in november. Wie weet, horen we dus binnenkort meer van de PKN. Het zal goed zijn als dan van onze kant weer gereageerd wordt, officieel of minder officieel. Want hoe gevoelig het gesprek ook ligt – dat over en weer toenadering gezocht wordt, is mijns inziens alleen maar toe te juichen.
Dr. Ad van der Dussen is als kerndocent systematische vakken verbonden aan de NGP en als predikant werkzaam in de NGK van Eindhoven.