Persschouw

1988-01-29
  • Jaargang 32
  • nummer 4
In de rubriek NADER BEKEKEN van "DE WEKKER" schrijft ds K. Boersma te Rotterdam-Zuid in het eerste nummer van het nieuwe jaar over: 1988 - JAAR VAN HET PASTORAAT.
Onder het kopje: "Concreet" merkt hij dan o.a. het volgende op:

"Mijn eerste voorbeeld is het pastoraat aan aidspatiënten. Er is in ons blad al eens een keer voorlichting gegeven op medisch gebied. Ethisch gesproken is het ook onder ons bitter nodig om te wijzen op het gebod èn de zegen van het monogame huwelijk. Maar bij alles moeten we een pastorale instelling leren ten opzichte van hen, die door het aidsvirus zijn bemet en die zeker weten, dat ze een erge dood tegemoet gaan.
Dezer dagen stond er in "Koers" een stuk van de vrijgemaakte predikant E.A. de Boer, die een aidspatiënt, een in zijn jeugd afgedwaald kerklid, kreeg te begeleiden en die met hem meegegaan is, zijn ziekteproces en sterfbed heeft begeleid en Gods werk van bekering en vergeving aan hem kwijt kon. Ik was heel blij daarover te lezen. Ikverzeker u, dat we er ook in onze kringen mee te maken zullen krijgen. Onze predikanten en ouderlingen zullen er vroeger of later bij geroepen worden. Zullen we dat aankunnen? Zal voor onszelf dan onwankelbaar vaststaan, dat de Goede Herder juist de afgedwaalde schapen opzoekt en dat Hij daar zijn grootste zorg aan besteedt?
Zelf kreeg ik anderhalf jaar geleden via één van mijn kinderen te maken met iemand van rooms-katholieke afkomst, die al wist van zijn ongeneeslijke ziekte.
Zijn verhaal leek een beetje op dat wat ds De Boer uitgebreid vertellen kon.
Mijn patiënt woonde niet in mijn woonplaats. Wel had ik een aantal malen contact met hem. Als gezond mens, als iemand, die in zo'n heel andere wereld leeft, kun je je zo moeilijk in iemands leven verplaatsen. Ik ondervind dat zo vaak in het pastoraat: je doet steeds je best om je te verplaatsen in de situatie van hem of haar, met wie je te maken hebt. Van dááruit zoekje met iemand verder te komen, er uit te komen.
De Goede Herder zocht de schapen toch dáár op, waar ze waren? Daar haalde Hij ze op, dáár nam Hij ze op de schouder. Kan ik een kleine pastor zijn?
Mijn patiënt wist zelf wel hoe fout hij zat. Wat moet ik zeggen? Waar vind ik een aanknopingspunt? Een christelijke gereformeerde dominee bij een afgedwaalde rooms-katholieke homofiele aidspatiënt. Maar hij is mens, een zondaar als ik, die dezelfde ontferming en dezelfde vergeving nodig heeft als ik; ik lees met hem de gelijkenis van de verloren zoon en ik bid met hem, vroeger toegewijd misdienaartje geweest, op mijn gereformeerde manier, niet via Maria, maar in de naam van Hem, die zondaren heeft opgezocht. Wat heeft het uitgewerkt?
Ik weet het niet. Ik heb minder te vertellen dan ds De Boer, maar ook ik ben in het AMC geweest, het Amsterdamse Medisch Centrum, op de aidsafdeling.
Ik weet alleen van een Heiland, die met innerlijke ontferming bewogen was. Ik noem mijn contact alleen met de bedoeling erop te wijzen, dat we, predikant of ouderling of ander gemeentelid, in onze vaak zo vreselijke tijd pastoraal ingesteld moeten zijn."

God vraagt van ons inderdaad een voluit pastoraal optreden. Ik ben het met kollega Boersma van harte eens, dat er wat dat betreft steeds meer van ons allen gevraagd zal worden. Maar waar de innerlijke christelijke ontferming ons allen steeds meer gaat beheersen zullen we het met kracht van omhoog kunnen opbrengen om onze uitgebreide roeping te vervullen in een wegstervende wereld tot eer van God en tot behoud van zondaren en zondaressen.
De boodschap blijft: Immanuël heeft overwonnen!

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief