Van Schelfzee tot Sinaï

1989-07-07
  • Jaargang 33
  • nummer 14
ln de vorige jaargang van dit blad ging ik in een tweetal reeksen met u op zoek naar de kernmomenten van dit bijbelboek. (Jrg 32, pp. 143v, 153v, 162v, 169v en 329v, 337v, 345v en 353v.) AI doende werd het ons duidelijk, dat de schrijver steeds weer de grootste nadruk legt op het volkomen onverwachte eigen handelen van de HERE. Israël leek voortdurend af te stevenen op een regelrechte ramp, die dan eigenhandig afgewend werd door de HERE. Als Mozes en het volk wanhopig waren, liet de HERE hen merken dat Hij hen echt persoonlijk en op eigen initiatief redden ging. Misschien wel nergens zo scherp verwoord als in 14:14: de HERE zal voor u strijden, en u zult stil zijn. God prent Israël in deze verlossing in, dat, al is Hij dan voor hen onzichtbaar, het Zijn persoonlijk optreden is, dat voor hen de weg baant. Om het rnet een niet onvermaard jongensboek van vroeger te zeggen: de HERE wil voor Zijn volk beslist de Overwinnaar van nooitgedacht zijn. Dat thema dráágt het boek tot dusver!

Een lied met een staartje

In Ex. 15 is dat niet moeilijk te ontdekken.
Het thema is: zingt de HEER want Hij is hoog verheven, - het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee!
Zo Hanna Lam met louter Bijbelwoorden in haar vertolking van het Lied van Mozes en Mirjam (Alles wordt nieuw, p. 24v). Het opent het lied, én sluit het verhaal van deze zang, vss 1, 21. We moeten wel denken aan een grote wisselzang dit thema. Stem en tegenstem springen op voor Hem die ons heil bewerkte (Ps 81:1 nw ber.). De zangrei trad de speel rei voor, in 't midden ging het vrolijk koor der trommelende maagden (Ps 68:12 oude ber.). Zo iets.
We letten erop dat de HERE zèlf, persoonlijk, als redder wordt geprezen door oud en jong, zie de woorden: Hij is mijn God en de God van mijn vader. Ook verderop wordt de persoonlijke aktie van de HERE geroemd: Zijn rechterhand, twee maal in vs 6; Zijn adem in vs 8 en 10, die niet alleen als strakke zuidooster het water opdreef, maar ook daarin de trots van Zijn tegenstander smoorde.
Inderdaad: wie is als U onder de goden, HERE?!
Dit is niet een mensenoverwinning die aan de gunst van een god wordt toegeschreven. Dit is de God die er bij is, om het op te nemen voor zijn kansloos volk, vgl: Jes. 64:4 en ook 63:12v.

Maar dán

Tot zover geen probleem. Alleen, het vervolg gaat veel verder dan het punt waar Israël direct na de Rietzee wás! Dwz wat hier staat kunnen ze nooit op dat moment gezongen hebben!
Want dat gaat over verdere verlossingen van God, zie maar de vermelding van Gods woonstede, vs 13, zijn berg, woning, heiligdom vs 17, Gods leiden van Zijn volk (2 x in vs 13), het doortrekken van Israël (ook 2 x in vs 16). Prof. Gispen denkt in de Korte Verklaring aan een profeterend spreken van Mozes. Maar is dat niet een beetje een noodsprong, als er bv. sprake is van de schrik voor de HERE van Filistijnen '. (zie 1 Sam 4:7, 8) en Kanaänieten (zie Joz. 2:10,11 ), waarvan we wel degelijk horen, maar pas later?
Ik denk aan het volgende. Stel u voor dat het Wilhelmus, dat spreekt van verlossing van het:Spaanse juk, een vervolg had gekregen omstreeks 1813 toen de Fransen verslagen werden. En n6g een vervolg na 1945!
Het lied van de verlossing bij de tijd en de aktualiteit gebracht. Wij kennen dat niet. Maar de gedachte is niet zo vreemd. De Schrift zelf brengt ons er op, merkwaardigerwijs juist inzake dit lied van Mozes, Openb. 15:3. Of dat lied zich dus ook leent voor: doorzingen, het verhaal van verlossing en gericht vervolgen!
Ik veronderstel dus dat Israël het lied van Mozes en Mirjam, in ieder geval het basismateriaal daarvan, later heeft aangevuld tot een totaal lied der verlossing; Vanaf de geweldige start van hun reis, hier bij de verlossing uit Egypte, tot en met het bereiken van de bestemming van hun reis: land en stad en woning van de HERE. Dat lied, doorgezet of aangevuld of hoe u het noemen wilt, vinden we dan hier in Ex 15 in het relaas van Gods verlossing opgenomen.
Terwijl op dat ogenblik het juichende volk nog alleen maar heeft kunnen zingen het eerste déél van het lied. Dit zou ook verklaren de even stotende overgang van vs 18 naar vs 19: het lijkt net of Mirjam en Israëls vrouwen in hun reidansen nog even op het allerlaatste moment zijn 'meegenomen'. Terwijl gewoon sprake is van het optreden van de dames met hun antifoon bij de originele uitvoering van dit lied! Maar dat optreden is dan door de uitbreiding die het lied later gekregen had een beetje uit de buurt geraakt van de lofzang waar het oorspronkelijk een wezenlijk deel van uitmaakte.

'Ik ben uw Heelmeester'

Als Israël na deze geweldige belevenis (1 Cor. 10:1v) dan tóch verdèr moet gaan, doet zich het probleem voor van de watervoorziening. Geen wonder: een volk van honderdduizenden drie dagen vergeefs op zoek!
En als je dan denkt dat je het eindelijk gevonden hebt, dat water, dan blijkt het bitter! Dat is niet maar een kwestie van smáák, maar roept de verdenking op dat dat water doodgevaarlijk is. Door het Woord van de HERE - het stuk hout dat Mozes gebruiken moet is niet meer dan middel - wordt het water zoet, drinkbaar.
Deze pleisterplaats geeft aanleiding tot nadere maatregelen, waarschijnlijk voor de reis. Daar stelt de HERE het volk ook voor de uitdaging, om nu voortaan op Hem te vertrouwen, en te doen wat Hij gebiedt. Zijn geboden doen is niet anders dan geloven in daden. Tekenend zegt de HERE erbij: Ik ben uw Heelmeester, -waarom eigenlijk?
Wel, Israël had gezien welke geduchte macht God hoogst persoonlijk had getoond bij hun verlossing.
Dat Hij groot en machtig was, had 'een kind kunnen constateren. Kan niet de gedachte hebben postgevat: is dat niet verschrikkelijk riskant, zo'n nabije Jahwè? Vorige week waren het trotse Egyptenaren, maar wat overkomt ons morgen? Daartegen wijst God hun aan wie Hij voor hen wil zijn: hun Heelmeester. Niet een Geduchte waarvan je niet weet of Hij zich morgen niet tegen je keert. O zeker, Hij hééft in Zijn oordeel het grote Egypte Zijn plagen opgelegd. Maar Hij geeft hun zèlf aan dat en hoe Hij die plagen van hèn juist wil wèghouden! Dat wordt Zijn ABC voor hun reis: je hoeft de machtige niet te vrezen als een grillig Despoot! Hij wil de heelmaker zijn; en daagt je uit, Hem gerust je vertrouwen te schenken.
Het is doodzonde, dat zo vaak in de kerkgeschiedenis geleraard is dat de grote God even graag en even makkelijk plagen en oordelen als genade en zegen aan Zijn volk geven zou. Hoe vaak is niet een parallel gemaakt tussen Zijn verkiezing en verwerping! In de eerste ontmoeting tussen God en volk laat de HERE zelf gelukkig een duidelijk ánder geluid horen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief