Is er een derde weg? (1)
1989-07-07
Voorwoord - Jaargang 33
- nummer 14
Het thema voor deze dag heeft alles te maken met de actualiteit. Er zijn in maart j.l. artikelen verschenen in Trouw over de bijbelse verhalen en de uitleg daarvan door ds. N. ter Linden. In eigen kring is er op de Landelijke Vergadering gesproken over de vrouw in het ambt. De vraag hoe je de Schrift uitlegt en toepast heeft ook te maken met onze identiteit als Nederlands-Gereformeerde Kerken. Waar staan wij in de vele stromingen en tradities?
Het comité dat de predikantenconferentie (van 1 juni 1989) organiseert heeft mij met het oog op deze actualiteit gevraagd te spreken over het thema: is er een derde weg, als het gaat om het verstaan van de Schrift?
I Een middenweg?
Ik kan mij wel voorstellen dat de titel van deze lezing en de opmerkingen die er ter inleiding bij gevoegd zijn bij sommigen of misschien wel bij u allen niet erg sterk overkwamen. Is het niet een beetje flauw om in de hitte van allerlei actuele vragen over de Schriftuitleg te zoeken naar een middenweg. Zit daar niet iets in van het de kool en de geit willen sparen?
Een slap compromis zoeken in zaken waarin juist een heldere keus wordt gevraagd.
Zo op het eerste oog wekt vooral het woord tussenweg deze indruk.
Maar wie hiervan àf wil en zou verdedigen dat die derde weg geen tussenweg maar een hogere weg is, à la I Cor. 12 slot ("Maar zie ik wijs u een weg die nog veel verder omhoog voert"), die valt weer in een andere valkuil nl. die van de hoogmoed, die zich wel eens even boven bestaande fronten superieur wil verheffen (wat omgekeerd is aan wat Paulus bedoelde). Noch het een, noch het ander zou ik vandaag willen voorstaan. Wanneer ik ondanks de twee valkuilen van een slap compromis of geestelijk superioriteitsgevoel toch zou willen pleiten voor een derde weg in de vragen van de Schriftuitleg van vandaag dan is dat omdat die derde weg waar ik voor sta geen compromis is tussen de twee andere wegen; maar een heel eigen weg is en in de tweede plaats omdat ik die twee wegen waar ik scherp kontrasterend mij tegenover opstel, niet wil beschrijven als foute dwaalwegen bij een ander, maar als reële dwaalwegen in mijn eigen hart.
Over welke dwaalwegen hebben we het hier? En wat is nu die derde weg als het gaat om het Schrift-verstaan?
Twee grondstromingen
Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen als positie een en positie twee worden aangeduid als vrijzinnigheid t.o. fundamentalisme.
Alleen het komt er dan wel op aan dat wij deze woorden niet gebruiken als etiquetten om anderen op te plakken; maar als typeringen van de twee grondstromingen in ons eigen hart.
Zo tref ik die twee houdingen tenminste aan in het NT: ik denk nu aan Jezus' scherpe woorden waarmee hij nu eens de Farizeeën aanklaagde en dan weer de Sadduceeën. Ik weet wel dat ik mij hier op glad ijs beweeg, want soms waren de Farizeeën de nieuwlichters en de Sadduceeën conservatief - maar toch durf ik het aan om mijn verhaal. over de derde weg hier in te zetten. Op grond van de bijbeltekst zelf.
Sadduceeën
Wij lezen immers in Mt. 22 hoe de Sadduceeën bij Jezus komen met een vraag die typerend is voor de bijbel kritische vrijzinnigheid, nl. hoe in de wereld kan ik mij zoiets voorstellen.
U weet het: het gaat daar over de vraag naar de opstanding (Jes. 26:19) en de Sadduceeën die Jezus hierover ondervragen, stellen hun vragen met dit als de eigenlijke ondertoon. Het Kan nooit, want stel je voor dat een vrouw met zeven mannen na elkaar getrouwd geweest is - wat een chaos dat oplevert bij de opstanding! De vraagstelling verraadt verstandelijke bezwaren.
Dat is op grond van wat wij vandaag weten over mens en kosmos niet aan te nemen. Tegen hen zegt Jezus.
niet: huichelaar,maar wel: jullie ennen de Schriften niet noch de kracht Gods. Alsof hij wil zeggen: die twee horen onlosmakelijk bijeen.
De schriften zijn kracht Gods. Het Woord maakt in zijn kracht Gods blinden ziende, doven horende én doden levend. Alleen kracht Gods in en door het Woord kan de vrijzinnigheid in öns eigen hart verbreken.
Dat woord 'knoopt' niet aan, het horen zeggen 'grijpt' aan!
Farizeeën
Maar de andere eq die al in het NT hier lijnrecht tegenover staat is die die het bijbelwoord uitermate ernstig neemt, maar die het gebruiken als een safeguard om zichzelf veilig te stellen t.o. een levende relatie met God en tegenover een levende verhouding tot Christus!
"De farizeeën (zo lezen wij in Mt. 23) hebben zich gezet op de stoel van Mozes. Alles dan wat zij u zeggen, doet dat!", zegt Jezus. Hij prijst ze om hun nauwgezette toepassingen van de wet alleen hij spreekt ook hen aan op die onderstroom die onder heel hun Schriftverstaan geschoven is nl. zelfrechtvaardigheid en dreigende schijnheiligheid, die Jezus hypokrisie noemt en fanatisme: hun zaak wordt Gods zaak i.p.v. omgekeerd. Ze verliezen de kern uit het oog. Ze ziften de mug uit, maar de kameel zwelgen ze door. Want in hun strikte Schriftgetrouwheid hebben ze zich een vals gevoel van veiligheid verschaft zich gebolsterd tegen een levende omgang met de Heer van de wijngaard zodat deze hen zijn Zoon, zond, ze dezen niet eens herkent. Laat staan volgden of dienden. (Mt.21:45) Dat is een andere afgrijselijke mogelijkheid, die tot vandaag toe juist in de boezem der Schriftgetrouwheid sluimert.
"Dit is de weg ..;"
Als de profeet Jesaja spreekt over de komende heilstijd in Jes. 30:20 dan valt het op dat er twee afdwalingen zijn die hij afwijst als hij zegt:
Dan zullen uw leraars zich niet meer verbergen, doch uw ogen zullen uw leraars zien en wanneer gij rechts of links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop.
Die weg is de weg van het eerbied hebben voor de kracht van het levende Woord, waarmee de Heer ons dan opnieuw aanspreekt en ons in Zijn kerkhandelen opneemt. Dan worden de leraars opnieuw openbaar!
Reformatie wordt altijd uit exegese geboren, zei Noordmans.
Die weg is de weg van het levende horen van het Woord van God waarmee wij net als Samuel weten - dit is de Here die tot mij, tot ons spreekt!
Die weg is geen middenweg - het is de enige weg - de koninklijke weg.
Maar je hebt er een leraar voor nodig en die loopt als een herder achter zijn kudde aan om daar van achter uit steeds de opwekking te laten horen - neen niet naar rechts, noch naar links - dit is de weg, wandelt daarop.
II Positiebepaling
Na deze bijbelse inleiding wil ik nu toch iets meer zeggen over de theologische positiebepaling in het heden.
Ik sluit mij daarbij aan bij de oriëntatie zoals die door H. Thielicke gegeven wordt in zijn laatste boek 'Der Evangelische Glaube' en bij de beschrijving van het fundamentalisme zoals wij het aantreffen in deel 11van de dogmatiek van B. Wentsel.
Of die derde weg ook in de techniek van de exegese uitkomt, moet blijken in het daaropvolgende derde deel en tot slot beweeg ik mij in deel 4 naar de actualiteit.