Als alles politiek is ... (4)
1989-07-07
N.a.v. Henk Woldring, 'Als alles politiek is ...' Uitg. Kok, Kampen, 1987,93 blz. prijs fl. 14,90 - Jaargang 33
- nummer 14
Woldring is van mening (volgens mij terecht) dat in de kerk in feite over alle zaken, die ons leven raken, gesproken moet kunnen worden.
Wanneer dat niet kan dan schort er het één en ander aan de gemeenschap der heiligen. Overigens maak ik mij (helaas) geen illusies. Het leven in de gemeenschap der heiligen tot onze laatste ademtocht soep eten meteen vork: je krijgt lang niet alles naar binnen wat er naar binnen gewerkt moet worden. De term 'heiligen' heeft meer normatieve dan feitelijke betekenis.
Woldring heeft er geen bezwaar tegen, dat een predikant opde kansel in de verkondiging van het evangelie over politiek spreekt (blz. 62).
Mits de predikant dat maar duidelijk argumenterend doet en hij verstand heeft van het onderwerp. Politiek is volgens hem in de kerk geen luxe, maar een onontkoombare zaak.
Wel dient de predikant zich te realiseren, dat hij geen direkte beleidsverantwoordelijkheid heeft bij het spreken in de kerk over de politiek.
De argumentatie moet. volgens Woldring overtuigend zijn; anders gezegd: het komt aan op de strategie van de argumentatie (blz. 65). De argumentatie moet komen vanuit de evidentie van het Evangelie voor de politiek. Lukt dat niet van daaruit te argumenteren dan mist de concrete uitspraak van de kerk de overtuigingskracht.
Zij zegt dan alleen wat anderen, bv (chr.) politieke partijen, (ook) reeds zeiden.
De kerk kan met dit spreken over de politiek demonische machten (wereldgeesten) ontmaskeren, schrijft Woldring (blz. 66). Dat is o.m. haar taak, vindt hij.
Echter in de praktijk zal het volgens mij niet meevallen Woldrings standpunt goed uit te voeren. De bezwaren van Kuitert tegen het spreken van de kerk over politiek zullen dan wel naar voren komen, denk ik. Ik denk ook, naar reeds vermeld, dat de polarisatie en de onverdraagzaamheid in de kerk enorm zullen toenemen. Wanneer theologen zich met de politiek bezig houden in de kerk, wordt het daar in de kortste keren een onverdraagzame boel.
Niet alleen in de kerk trouwens, maar ook in de samenleving (wanneer ze daar aan politiek doen). Zie Iran, ayatolla Khomeini.
Onze vaderlandse geschiedenis heeft dat ook bewezen.
Woldring wil dus, dat het politieke spreken zonder meer uit het Evangelie moet zijn af te leiden. Maar dat is het hem nu juist. In de praktijk zal dat heel wat moeilijkheden geven.
Wanneer is er bv. sprake van militarisme, racisme, .nationalisme en noem nog maar een aantal zonden in de politiek op. Daarover zijn de meningen verdeeld en dat zullen ze ook wel blijven tot in lengte van jaren. Is een nogal flinke bewapening van een land direkt militarisme te noemen? Dat kan men alleen zeggen: indien men alle feiten kent.
En wie kent alle feiten? Men zit in een dergelijk geval meteen ook op het gebied van de beleidsverantwoordelijkheid en dus zal de kerk ' (ook volgens Woldring) terughoudend moeten zijn in haar uitspraken.
Kuitert baseert zijn standpunt, dat de kerk politiek niet moet spreken, omdat kerk en wereld daar niet mee gediend zijn, o.m. op de ervaring opgedaan in de (syn.) Geref. Kerken in ons. land. Het politieke spreken daar is ontaard (dat vindt Woldring ook wel, denk ik, getuige zijn boek), omdat het spreken over politiek aldaar de prediking van de verzoening en van de vergeving der zonden min of meer verdrongen heeft, althans in een aantal plaatselijke kerken (ook niet overal natuurlijk).
Ook ontbrak daar menigmaal de evidentie vanuit het Evangelie. Woldring legt op deze evidentie sterk de nadruk. De kerk moet in haar politiek spreken niet de waan van de dag volgen, aldus Woldring, maar moet echt vanuit het Evangelie tot de uitspraak komen. De kerk moet het volgens hem anders zeggen dan bijv. een (chr.) politieke partij. En dat allemaal om de authenticiteit van de boodschap goed te laten overkomen.
Naar mijn mening heeft de kerk er echter in het verleden wijs aan gedaan de prediking te bepalen tot de dienst der verzoening en der gebeden: tot de prediking van Gods genade in Jezus Christus en de vergeving van de zonden en tot het zingen van Gods lof. Deze zaken zullen centraal moeten staan in de kerk vanwege de ziel en de zaligheid van de gemeente.
Nu wil Woldring dat ook centraal stellen. De politiek heeft men in het verleden 'gedelegeerd' aan de chr. politieke partijen en dat is wijs vind ik.
Wel blijft overeind staan dat Woldring naar voren brengt, dat, waar de evidentie vanuit het evangelie in geding is de kerk over politiek moet spreken. Chr. politieke partijen kunnen volgens hem ook hun typisch confessioneel karakter verliezen dan wel kunnen lijden aan funktieverlies (blz. 78). Het christelijk getuigenis . kan in de argumentatie van een chr. politieke partij wel eens te zeer naar de achtergrond verdwijnen, aldus Woldring (blz. 79).
Naar mijn mening doet de R.K. Kerk het nog het verstandigst op het ogenblik wat het politiek spreken van de kerk betreft. Voor zover mij bekend, komt in de eredienst van de R.K. Kerk politiek niet ter sprake, maar af en toe laat de Paus een encycliek (zendbrief) verschijnen, waarin' over politieke en maatschappelijke vraagstukken in zeer algemene bewoordingen opmerkingen worden gemaakt, die volgens de R.K. Kerk gezegd worden vanuit het centrum van het Evangelie. De onlangs (dit jaar) verschenen encycliek van Paus Johannes Paulus 11 (de zevende encycliek), de Sollicitudo rei socialis, die handelt over de zorg van de kerk over de wereld, is naar mijn mening een mooi voorbeeld hoe de kerk over politiek zou kunnen spreken, zonder dat de vijf bezwaren, die Kuitert tegen het spreken van de kerk over politiek heeft opgesomd; gelden.
Kuiterts vijf bezwaren zijn: wanneer de kerk over politiek spreekt, wordt dat beunhazerij, omdat theologen niet geleerd hebben politieke en maatschappelijke vraagstukken te analyseren; het is niet goed voor de kerk, want het verdringt de wezenlijke taken van de kerk; het politiek spreken van de kerk schept in de kerk verdeeldheid; het maakt voorts van een politiek dilemma onmiddellijk een geloofsvraagstuk en op deze manier kun je in de politiek nauwelijks zaken doen; het Koninkrijk Gods tenslotte, zoals wij dat in de kerk zien, ligt absoluut niet in het verlengde van onze inspanningen op aarde, dat is nl. echt iets totaal anders.
Kuiterts argumenten snijden hout naar mijn mening, al zijn theologische conceptie vanuit bijbels gezichtspunt hoogst aanvechtbaar. Wat dat betreft sta ik dichter bij de conceptie van Woldring. Kuitert sluit de wereld af van het Evangelie wat de discussie over politieke en maatschappelijke vraagstukken betreft. AI geloof ik ook, dat de wereld op grond van Gods weerhoudende genade zonder kerk en Bijbel een heel eind komt, naar de ervaring laat zien. De twee rijken dient men niet te scheiden, wel te onderscheiden, Voor een goed deel scheidt Kuitert deze twee rijken. Op grond van de ervaring met de schepping komt volgens Kuitert de wereld er zelf wel achter wat er geweten moet worden.
Het argument, dat politiek spreken van de kerk verdeeldheid in de kerk brengt, vindt Woldring naar vermeld een argument dat in feite onder de maat is. Moet de kerk zwijgen daar waar het Evangelie in geding is, vraagt hij. Ook tegen dit argument is in feite niets in te brengen. Nu hebben wij geen Paus, begeren deze ook niet en dus zullen de protestantse kerken het met uitspraken van deputaten, synodes, kortom met uitspraken van kerkelijke vergaderingen moeten doen. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Ned. Gereformeerden lopen niet over van vertrouwen in dit soort vergaderingen. Ik zie het niet gebeuren, dat een Landelijke Vergadering van onze kerken uitspraken over politiek of over een bepaald maatschappelijk vraagstuk doet. Ik acht dat ook niet nodig en gewenst. Althans niet op dit moment.
Onlangs hebben deputaten van de (syn.) Geref. Kerken in ons land inzake het spreken van de kerk over samenlevingsvraagstukken naar voren gebracht, dat de kerk voorzichtig moet zijn over de samenleving te spreken. Men heeft in die kerken natuurlijk het nodige lesgeld betaald.
Betreffende deputaten stelden voor om het spreken van de kerk over bedoelde vraagstukken aan een aantal voorwaarden te binden.
Een bevredigende oplossing of tussenweg wordt misschien nog eens gevonden. In elk geval is het volledig fout wanneer de prediking in de kerk goeddeels verpolitiekt. Dat wil Kuitert niet; dat wil ook Woldring niet.
Het gaat in wat Kuitert en Woldring aan de orde stellen naar mijn mening in feite om twee vragen: 1. wat zijn de taken en grenzen van de verschillende 'terreinen des levens', in casu de kerk en de staat; 2. in hoeverre hebben de verschillende 'terreinen des levens' met elkaar te maken, in casu de kerk en de staat.
Vanuit de gedachte van de universaliteit in eigen kring wil ik nog een artikeltje aan de onderhavige materie wijden. Ondanks de uitgebrachte bezwaren tegen bijv. de uitdrukking souvereiniteit in eigen kring (wat is souvereiniteit hier, wat is een kring en is het leven wel op te delen, te splitsen in kringen) komt het mij voor, dat wat met de uitdrukking getracht is aan te geven te werken is en dat zij ons niet op een onbijbels spoor zet.
Dat geldt naar mijn mening ook voor de uitdrukking universaliteit in eigen kring.
Daarover de volgende keer dus.